Home

Nederland moet ook een debat voeren over stemrecht voor 16- en 17-jarigen

Verlaging kiesgerechtigde leeftijd

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

In België mogen 16- en 17-jarigen stemmen bij Europese verkiezingen, in Duitsland ook bij deelstaatsverkiezingen, in Estland bij gemeenteraadsverkiezingen en in Oostenrijk geldt passief kiesrecht vanaf 16 jaar bij alle verkiezingen. In het Verenigd Koninkrijk stelt het kabinet voor de stemgerechtigde leeftijd te verlagen naar 16 jaar, wat in Wales en Schotland al geldt voor de landsparlementen. En in Nederland? Hier schreef de Raad Openbaar Bestuur (ROB), adviesgever van kabinet en Kamers, in 2019 een prikkelende analyse over de wenselijkheid van stemrecht voor 16- en 17-jarigen. Zijn advies: haal de ondergrens van 18 jaar uit de Grondwet en pas de Kieswet aan zodat op lokaal en provinciaal niveau experimenten mogelijk zijn.

Sindsdien stilte. Het kabinet antwoordde éénregelig in een reactie op een andere adviesgever, de staatscommissie parlementair stelsel (over wier rapport ook nog wel eens verder mag worden gereflecteerd op het Binnenhof) op verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd. Er is „nadere afweging en bezinning nodig”.

Nu in alle buurlanden stappen zijn of worden ondernomen om 16- en 17-jarigen te laten stemmen, is het tijd om ook in Nederland een grondig debat te voeren. Dat laait overigens al af en toe op sinds 1972, toen de ondergrens van 18 jaar werd ingevoerd, maar dooft snel weer uit. Waarbij tegenstanders tot dusver kwamen met een argument dat ook eerder werd gebruikt om vrouwen het kiesrecht te ontzeggen: ze kunnen het niet aan.

Dat argument gaat voor de huidige generatie jongeren niet op. Zij krijgen (sinds 2006) verplicht burgerschapsonderwijs, met als achterliggend idee dat kennis van de democratie is vereist om in de samenleving mee te kunnen doen. De lessen moeten beter – de Inspectie van het Onderwijs tikte dit jaar weer menig school op te vingers omdat er te veel losse activiteiten onder worden geschaard. Maar de ROB concludeerde zelf na gesprekken met jongeren „dat middelbare scholieren in Nederland volop democratisch betrokken en geëngageerd zijn”. Wie wel eens in een demonstratie meeloopt of andere vormen van activisme volgt, ziet dat ook.

Volgens de adviesraad blijkt uit onderzoek dat verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd een verder positief effect kan hebben op de politieke kennis van jongeren én op de opkomst. Dat laatste lijkt langdurig: wie op jonge leeftijd gaat stemmen, blijft meestal stemmen.

In een land waar de opkomst vooral bij provinciale en lokale verkiezingen bedroevend laag is (in 294 van de 342 gemeenten daalde die in 2022) zijn alle middelen welkom die inwoners het gevoel geven dat hun stem telt. Je komt er niet meer met „informerende video’s over de verkiezingen” die werden „gedeeld op sociale media” en „toegankelijke informatie voor verschillende doelgroepen en stakeholders”, zoals minister Uitermark (Binnenlandse Zaken, NSC) antwoordde op Kamervragen over de lage opkomst. Noch met „een toolkit met communicatiemiddelen” voor gemeenten, of ansichtkaarten aan wie voor het eerst mag stemmen.

De bal ligt ook bij de volksvertegenwoordigers zelf. Zoals verschillende instanties als de Algemene Rekenkamer en het Sociaal Cultureel Planbureau de afgelopen maanden opnieuw – en nu hopelijk voor de aankomende landelijke en lokale verkiezingscampagnes niet tevergeefs – waarschuwden: doe geen onrealistische beloften, dat tast het vertrouwen in de politiek aan.

Want jongeren geloven wel in de democratie, maar vooral praktisch opgeleide jongeren geloven niet in politici. Daarin verschillen ze overigens weinig van hun ouders. Ze haken sneller af, meer dan even oude theoretisch opgeleide jongeren doen. Ze voelen zich minder goed vertegenwoordigd, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam.

De ROB constateert dat jongeren en ouderen „tegenwoordig vaak verschillende opvattingen hebben over politieke vraagstukken, maar doordat jongeren niet mogen stemmen worden hun standpunten onvoldoende vertegenwoordigd in de politiek.” Bij de laatste parlementsverkiezingen was ruim de helft van de stemgerechtigde bevolking 50 jaar of ouder. Die balans kan een klein beetje meer worden rechtgetrokken als ook 16- en 17-jarigen mogen stemmen. Helemaal als dat zorgt voor een intergenerationele discussie over onderwerpen die opofferingen zullen vergen van toekomstige generaties (woningbouw, klimaatverandering, defensie, de toekomst van de zorg).

Het zou goed zijn als de voor- en tegenargumenten eens echt uitgewisseld worden. De stilte van het debat nu terwijl in buurlanden 16- en 17-jarigen al meebeslissen over onder meer de Europese toekomst, is een volwassen democratie onwaardig.

Source: NRC

Previous

Next