Chipmaker Intel krijgt de Amerikaanse overheid als aandeelhouder in ruil voor subsidies, als het aan president Trump ligt. Het is een ongebruikelijke stap voor een bedrijf en een sector die zichzelf prima kunnen bedruipen. Maar Trumps chipbeleid vertoont meer eigenaardigheden.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Nog geen twee weken geleden eiste president Donald Trump het hoofd van de topman van Intel, Lip-Bu Tan, vanwege diens persoonlijke investeringen in meer dan zeshonderd Chinese bedrijven. Drie dagen later bezocht de Intel-baas het Witte Huis, waarna Trump Tan prees om zijn ‘succes en loopbaan’. En nu wil de Amerikaanse regering een belang hebben in een van de grootste chipmakers van de VS én de wereld.
Hoe groot dat belang moet worden, houdt het Witte Huis in het midden. Persbureau Bloomberg zegt dat de regering mikt op 10 procent, met een waarde van circa 11 miljard dollar (9,5 miljard euro). Dinsdag werd ook bekend dat de Japanse techkolos Softbank een belang van 2 miljard dollar neemt in Intel.
Niet alleen de omvang van het staatsaandeel in Intel is onduidelijk, ook de precieze bedoelingen van het Witte Huis zijn mistig. Minister van Financiën Scott Bessent liet in een interview met tv-zender CNBC dinsdag doorschemeren dat het niet de bedoeling is om geld te verdienen aan Intel.
Moet het belang ertoe leiden dat Amerikaanse bedrijven hun chips inkopen bij Intel? Nee, bezwoer Bessent. ‘We gaan bedrijven niet dwingen om chips van Intel te kopen.’ Maar Amerika’s afhankelijkheid van chips uit Taiwan blijft ‘een bron van zorg’ uit het oogpunt van de nationale veiligheid.
De minister van Handel, Howard Lutnick, hamerde later op datzelfde aambeeld. Hij zei wel dat Trump vindt dat de regering winst moet maken op haar investeringen en niet alleen maar subsidies moet verstrekken. Onder de vorige president Joe Biden, zei Lutnick, ‘kreeg Intel letterlijk geld voor niks’.
Die laatste opmerking verwijst naar de Chips and Science Act, een omvangrijk steunprogramma voor de chipindustrie van Biden. Zijn regering wilde met 280 miljard dollar aan directe steun, subsidies en belastingvoordelen Amerikaanse chipmakers sterker en groter maken, om de concurrentie uit Taiwan, Zuid-Korea en vooral China de baas te worden.
Voordat Trump zeven maanden geleden aantrad, had Intel uitzicht op 8,5 miljard dollar aan directe staatssteun, 11 miljard aan leningen en belastingvoordelen op investeringen in de VS. Daar staat nu dus een belang van de Amerikaanse regering in het bedrijf tegenover.
Hoewel het Witte Huis geen directe eisen stelt aan het beleid, is Intel de regering al voor een deel tegemoetgekomen. Vorige maand presenteerde topman Tan een omvangrijke herstructurering die 25 duizend banen gaat kosten, overwegend in het buitenland. Tan schrapte plannen voor de bouw van een chipfabriek in Duitsland en een assemblage- en testfaciliteit in Polen. Een soortgelijke faciliteit in Costa Rica wordt opgedoekt.
Dat leidt niet automatisch tot meer banen in de VS, waar Intel ook duizenden arbeidsplaatsen schrapt. Maar het voldoet wel aan Trumps wens dat werk niet naar het buitenland verdwijnt.
Intel is niet de enige chipmaker die de hete adem van Washington in de nek voelt. Anderhalve week geleden werd bekend dat Nvidia en Advanced Micro Devices (AMD), Intels grootste concurrenten, 15 procent van hun omzet uit chipverkoop aan China gaan afdragen aan de VS. In ruil daarvoor krijgen de twee ondernemingen een exportvergunning voor de chips die China nodig heeft voor de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (AI).
Zulk handjeklap is ongebruikelijk, maar past in de rol van opperbevelhebber die Trump zichzelf heeft aangemeten in de strategisch belangrijke chipsector, concludeert The New York Times.
Dat presidenten zich met bedrijven bemoeien, is niet nieuw, zelfs niet in een land dat prat gaat op vrij ondernemerschap. President Barack Obama sprong in 2009 in de bres voor de banksector en de auto-industrie om te voorkomen dat die in de kredietcrisis kopje onder zouden gaan. Die dwingende aanleiding ontbreekt dit keer, want Intel staat ondanks fikse verliezen niet op instorten en de chipsector floreert. Van een coherent beleid is geen spoor te bekennen.
‘Dit is een achtbaanrit’, oordeelt adviseur Jimmy Goodrich van de Rand Corporation, een van de belangrijkste techdenktanks. ‘Niemand weet welke kant het opgaat, met een president die pas bedenkt wat er moet gebeuren als kwesties zich voordoen.’ En met een president die persoonlijke belangen heeft in chipbedrijven als Nvidia en Apple, zoals The Washington Post onlangs onthulde.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant