Home

Bakkeleien over onze Afghaanse bewakers: hoe een klein land klein kan zijn

De vraag of wij voor ‘onze’ mensen moeten zorgen, wordt teruggebracht tot een complex arbeidsrechtelijk conflict.

In de wandelgangen van het ministerie van Buitenlandse Zaken moet het haast wel stormen, dezer dagen. Met de betrokkenheid van veel medewerkers bij de tragedies van deze tijd is immers niets mis. Voortdurend demonstreren ambtenaren tegen de houding van hun eigen minister jegens Israël. En dat is dan nog een kwestie waarop Nederland zelf nauwelijks directe invloed heeft.

Heel veel directe invloed heeft Nederland wél op de manier hoe wordt omgegaan met de tientallen Afghaanse mannen die tot de val van Kabul in 2021 de Nederlandse ambassade hielpen bewaken. Die proberen, vier jaar later, via een kort geding nog steeds duidelijk te maken dat zij niet veilig zijn onder het Taliban-regime, omdat zij te boek staan als handlangers van het verderfelijke westen.

Het hele Nederlandse optreden in die zomer van 2021 was al geen toonbeeld van sterk leiderschap. Voor wie het niet meer meteen paraat heeft: toen de opstomende Taliban de Afghaanse hoofdstad onverwacht snel in zicht kregen, verlieten Nederlandse diplomaten in totale paniek het land. Daarbij werd niet gedacht aan het lot van de honderden Afghanen die al jarenlang zo intensief voor Nederland werkten dat zij en hun gezinnen onmiddellijk in groot gevaar verkeerden. Dankzij de inspanningen van hulpverleners, oud-militairen, Tweede Kamerleden en journalisten wisten velen het land toch nog te verlaten, maar dat had weinig te maken met kabinetsbeleid.

De commissie-Ruys, die de chaotische aftocht reconstrueerde, velde later een tamelijk vernietigend oordeel over de Nederlandse houding. Totale onderschatting van de situatie leidde tot paniek en toen die er eenmaal was, bleek een deel van het demissionaire kabinet-Rutte III simpelweg geen zin te hebben in krantenkoppen over de komst van Afghaanse vluchtelingen. ‘In het kabinet was geen meerderheid voor ruimhartig asielbeleid’, noteerde Ruys.

Het leek nog goed te komen, toen het volgende kabinet in 2024 besloot de bewakers alsnog over te laten komen. Maar toen trad alwéér een nieuwe ploeg aan, het kabinet-Schoof. En dat deed in z’n eerste maanden niet bijster veel, maar zag wel kans om zonder verdere opgaaf van redenen de komst van de bewakers toch weer te blokkeren: ‘Het kabinet maakt een andere afweging.’

Zo zijn we op het punt beland waarop de bewakers nu bij de Nederlandse rechter proberen aan te tonen dat zij wél gevaar lopen en dat Nederland zich ten onrechte verschuilt achter het argument dat zij niet direct in dienst waren bij de ambassade maar bij een bemiddelend beveiligingsbedrijf. Daarmee is het een complex arbeidsrechtelijk conflict geworden, zoals er elke dag tientallen worden uitgevochten. Dat gaat geheel voorbij aan het feit dat het hier om een unieke groep mensen gaat waarvoor Nederland een zware morele verantwoordelijkheid draagt.

Minister Veldkamp van Buitenlandse Zaken mag graag betogen dat Nederland een klein land is dat alleen met diplomatieke samenwerking gewicht in de schaal legt. In dit geval heeft Nederland het helemaal alleen voor het zeggen en kan het zich zo groot maken als het zelf wil. Het gedraagt zich slechts klein.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next