Home

Ik probeer zo’n beetje bij te houden wat over Wittgenstein verschijnt, maar het is geen doen

Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.

Martin Bril (1959-2009) ontwikkelde aan het eind van zijn leven een passie voor Napoleon. Hij maakte reisjes naar plekken waar Napoleon zijn legers te paard had aangevoerd en hij nam een kijkje in de slaapkamers waar Napoleon had gevreeën. Uiteraard schreef hij daar stukjes over, niet in de Volkskrant maar in De Morgen, en uiteraard werden die stukjes gebundeld. Die bundel, De kleine keizer, is een mooi voorbeeld van het gemak waarmee Bril alles noteerde.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De opdracht vermeldt dat er elke dag een boek over Napoleon verschijnt en dat de auteur trots was deze dag te kunnen opeisen. Elke dag? Dat leek mij Brilse overdrijving, maar onlangs las ik dat er inmiddels zo’n kleine 80 duizend titels over Napoleon zijn gepubliceerd, digitaal werk niet eens meegerekend. Dan kom je, als je tweehonderd jaar terugrekent, dicht in de buurt van dat dagelijkse boek. Na Jezus, maar voor Shakespeare en Hitler, staat Napoleon op de tweede plaats van historische figuren over wie de meeste boeken zijn verschenen.

Wat Bril had met Napoleon, heb ik in mindere mate met de filosoof Ludwig Wittgenstein. Ik probeer zo’n beetje bij te houden wat over hem verschijnt, maar het is geen doen: alleen al die vierduizend titels uit de vorige eeuw zouden mijn huis doen uitpuilen. Overigens staat Wittgenstein op de lijst van meest besproken filosofen pas op de tiende plaats, ver na Plato, Aristoteles en Kant. Maar na een dip is Wittgenstein gelukkig weer aan het stijgen. Nog even en hij zal Marx en Heidegger passeren!

Onlangs verscheen Wittgensteins Betekenis van de Nederlandse filosoof Martin Stokhof. Betekenis heeft hier vele betekenissen. Wat betekent Wittgenstein in het huidige tijdsgewricht? Maar ook: wat betekenen al die begrippen die Wittgenstein in zijn werk hanteert? En om het nog ingewikkelder te maken: waarom gaf Wittgenstein aan het begrip betekenis een geheel eigen betekenis? Dat deed hij, althans volgens Wittgenstein zelf, om de problemen op te lossen die grotendeels al in 1923 waren opgeworpen in The Meaning of Meaning, een revolutionair boek van C.K. Ogden en I.A. Richards. De betekenis van betekenis, de titel verraadt dat wij terecht zijn gekomen op het terrein van de zuivere filosofie.

Het boek van Stokhof vind ik razend interessant, maar veel humor kom je er niet in tegen. Het is allemaal pure ernst. Pas helemaal aan het eind vertelt Stokhof, ogenschijnlijk met lange tanden, een anekdote. Wittgenstein loopt te ijsberen door de kamer, terwijl Bertrand Russell een brief aan het schrijven is. Tenslotte vraagt Russell: ‘Wittgenstein, denk je na over logica, of overdenk je je zonden?’ Waarop Wittgenstein antwoordt: ‘Allebei’. Om vervolgens door te gaan met ijsberen.

Zelfs bij Wittgenstein zijn werk en persoon niet helemaal te scheiden. In elk geval betoogt Stokhof – voor zover ik hem begrepen heb – dat juist het ‘duistere’ deel van Wittgensteins filosofie, het deel waarover je niet spreken kunt en waarover je zou moeten zwijgen – helemaal niet zo waardeloos is als vaak wordt beweerd. Ethiek en andere niet te falsificeren uitspraken zijn misschien ‘geklets’, maar zij horen er wel degelijk bij en kunnen een belangrijke betekenis krijgen in het gebruik van de taal. U moet het boek zelf maar lezen, op den duur krijgt al dat geredeneer op de vierkante centimeter iets hallucinerends. Ik vermoed dat daarom zovelen graag teruggrijpen op Wittgenstein.

Volgens Stokhof neemt de populariteit van Wittgenstein de laatste jaren weer toe. Door de strengheid van zijn denkbeelden, door zijn ascetische levensstijl en door zijn hang naar zuiverheid spreekt Wittgenstein steeds opnieuw tot de verbeelding. Zeker in tijden dat het leven wordt vergald door oorlog en geweld, door het ethische – lees: nationalistische – geklets van partijen, die hun daden moeten verantwoorden.

In deze kwade, ongrijpbare wereld is Wittgenstein een sympathieke en aandoenlijke figuur, die vele tegenstellingen in zich verenigde. Uit eigen ervaring kende hij het geweld. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, meldde hij zich vrijwillig bij het Oostenrijkse leger. Hij vocht bij Krakau en ik ben nog eens langs de rivier de Wisla gereden, waar Wittgenstein bijna honderd jaar eerder als artillerieofficier dienstdeed op een kanonneerboot, met als doel de Russen te verjagen. Ook toen al. Later, na de Anschluss van 1938, kregen de (joodse) Wittgensteins te maken met de nazi’s.

In zekere zin is het voor zo’n rijk iemand als Wittgenstein makkelijk om ascetisch te zijn. In Engeland miste hij met een paar studenten de laatste trein en huurde toen voor zijn gezelschapje een andere trein. In Noorwegen bezat hij een spartaans houten huisje, slechts te bereiken met een bootje. Daar voer hij – soms alleen, soms met zijn vriend – naar toe. Weg van de wereld. Ik ben er helaas nooit geweest, maar je kunt de sleutel huren bij de Vassbakken Kro of de Coop Marked in Skjolden.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next