Röntgenflitsen die ruim tien jaar geleden zijn ontdekt, blijken afkomstig te zijn van stervende sterren uit het vroege heelal. Dit blijkt uit onderzoek van de Radboud Universiteit. Door de flitsen te bestuderen kunnen onderzoekers meer te weten komen over het vroege universum.
Sterrenkundige Peter Jonker ontdekte in 2013 een opvallende flits waarvan de oorsprong destijds onduidelijk was. Het ging om een flits in röntgenlicht, een van de meest energetische vormen van licht in het elektromagnetische spectrum.
Na het ontdekken van de flits dook Jonker samen met Radboud-collega Andrew Levan dieper in de data-archieven van satellieten. Hier vonden ze nog dertig van die flitsen. "Maar waardoor de flitsen werden veroorzaakt, konden we niet afleiden", schrijven de onderzoekers.
Daar is inmiddels dus verandering in gekomen. Vorig jaar lanceerde China samen met de Europese ruimtevaartorganisatie ESA een satelliet die precies dat soort röntgenstraling opvangt. Jonker en Levan konden hiermee voor het eerst dieper in de röntgenflitsen duiken.
"Tot onze verbazing kregen we van de satelliet een signaal van heel grote afstand: op 47 miljard parsec om precies te zijn - dat is op zo'n 1,4 miljard miljard miljoen kilometer (een 1 met 24 nullen, red.)", vertellen ze. Jonker en Levan zagen dat de röntgenflits ontstond bij het exploderen van een ster aan het einde van het leven.
Omdat het licht van zo'n enorme afstand afkomstig is en de lichtsnelheid eindig is, concluderen de onderzoekers dat de flits afkomstig moet zijn uit een vroeg stadium van het heelal. Door dit licht te onderzoeken stellen ze dat het mogelijk is om veel nieuwe inzichten over het vroege universum te verkrijgen.
Source: Nu.nl algemeen