Home

Een Afrikaans potje schaken, met zaadjes van de ayo-plant

De thuiswedstrijd in Nigeria | Ayò olópón De oeroude West-Afrikaanse denksport leeft nog altijd. Het ayo-spel vergt zowel strategisch als cognitief inzicht en is onlosmakelijk verbonden met de Yorubacultuur.

Scheidsrechter Julius Adekunle (midden) kijkt toe terwijl Ishola Adeniyi (rechts) de halve finale van de ayotoernooi speelt.

Schijnbaar gedachteloos grabbelt Julius Adekunle door de grijsgroene zaden in het volste vakje aan zijn kant van het speelbord. Schijnbaar, want zijn ervaren vingers voelen precies hoeveel van de ovale ayo-zaden erin liggen, terwijl zijn tegenspeler ernaar moet gissen. De 64-jarige Nigeriaan speelt al ayò olópón sinds zijn achtste, en verslaat nog altijd bijna iedereen in deze West-Afrikaanse denksport, ook wel het spel van de intellectueel genoemd. „Alleen als je geweldig bent in hoofdrekenen, kun van me winnen met ayo”, zegt hij.

Adekunle speelt een opwarmronde tegen de veel jongere Ishola Adeneyi, voorafgaand aan het jaarlijkse ayo-toernooi in Osogbo, een stad op 200 kilometer van Lagos in het zuiden van Nigeria. Adekunle is een van de scheidsrechters van de competitie die op het punt staat te beginnen, terwijl de 24-jarige Adeneyi voor het eerst deelneemt.

Ishola Adeniyi concentreert zich terwijl zijn tegenstander aan zet is in een voorronde van het ayotoernooi.

Ishola Adeniyi (midden) verslaat een tegenstander in een voorronde van het ayotoernooi.

Ayò olópón, kortweg ayo, is een bordspel met een millennialange geschiedenis. Het is genoemd naar de zaden van de ayo-plant, de Caesalpinia bonduc, een klimplant die veel voorkomt aan de kust van West-Afrika. In het Yoruba, de taal van de grootste etnische groep in dit deel van Nigeria, betekent de naam van het spel letterlijk ‘bord met zaden’, en er zijn versies van bekend over het hele Afrikaanse continent. Daarnaast wordt het gespeeld in het Caribisch gebied, waar het door ontvoerde en tot slaaf gemaakte West-Afrikanen mee naartoe werd genomen tijdens de trans-Atlantische slavenhandel. Daar staat het spel bekend als warri of oware.

Ayo wordt gespeeld door twee spelers op een houten bord met twee rijen van zes kuiltjes, met bij aanvang in ieder kuiltje vier zaden. De zaden zijn ongeveer zo groot als de fruitdropjes Tikkels. Om de beurt neemt een speler de zaden uit een van de kuiltjes aan zijn kant en ‘zaait’ ze een voor een, tegen de klok in, in de daaropvolgende. Als het laatste zaadje in een gat aan tegenstanderszijde belandt met één of twee zaden, mag de speler dat kuiltje legen. Net als de belendende kuiltjes waarin hij zojuist heeft gezaaid wanneer die ook twee of drie zaden bevatten. Doel van het spel is zoveel mogelijk zaden te veroveren, of te ‘eten’.

Tellen op de tast

Het vergt een hoop tel- en rekenwerk. Je moet niet alleen weten hoeveel zaden zich per kuiltje aan jouw kant hebben verzameld en uitvogelen hoe die strategisch te zaaien, datzelfde moet je ook in de gaten houden van je tegenstander. En die zaadjes mag je, in tegenstelling tot die aan jouw zijde, niet handmatig tellen. Wanneer de kuiltjes overvol raken, wordt het aantal lastig te schatten.

Oude rotten als Adekunle hebben daarom allerlei tactieken om de stand aan eigen kant op te maken. „Wanneer ik mijn ayo’s tel, doe ik dat zó”, zegt hij in het Yoruba, en grist een kuiltje leeg met de rug van zijn gerimpelde hand richting zijn veel jongere tegenstander, ze zo aan Adeneyi’s zicht onttrekkend. Dan rikketikt hij de zaadjes een voor een terug in het kuiltje, op enkele na. Die laatsten telt hij op de tast in zijn hand, voordat hij ze in een keer terug mikt, waarbij hij met zijn volle hand het kuiltje bedekt. „Zo maak ik de tegenstander niks wijzer”, verklaart hij zijn strategie.

Adekunle leerde het spel op zijn achtste van zijn vader, en speelde het middagen lang onder de iroko-boom op de markt in Ara, het dorp nabij Osogbo waar hij opgroeide. Zijn vader leerde hem ook de psychologische trucjes die hij nog altijd toepast. Na afloop van een beurt slaat Adekunle soms hard op het kuiltje met de meeste zaadjes en grabbelt demonstratief door de zaden. „Dat doe ik om mijn tegenstander te laten weten dat ik aan het winnen ben”, zegt hij. Zijn ogen twinkelen ondeugend van onder zijn geel-rode fila, een Yoruba hoofddeksel van dezelfde stof als zijn pak.

Julius Adekunle (rechts, in rood en geel) en de andere arbiters bevestigen de finalisten in het ayotoernooi voor mannen.

De oudere man maakt zijn tegenstander met gemak in, maar die haalt daarover de schouders op. Adeneyi vindt het geen schande van zo’n ervaren speler te verliezen, en bovendien begint de daadwerkelijke competitie straks pas. Voor aanvang legt de jongeman uit wat hem zo trekt aan dit spel. „Als ik een slecht humeur heb”, zegt hij, „dan speel ik ayo. Dat zet me aan het denken op een andere manier, en ik vergeet mijn slechte gedachten.”

Eveneens hoop hij op een internationale ayo-carrière, vervolgt Adeneyi, die op school uitblonk in wiskunde en lasser is van beroep: „Al mijn leeftijdgenoten spelen voetbal. Veel te veel competitie. Daarom richt ik mij op ayo. Ik wil worden als Johnson.”

Hij doelt op Johnson Aramide Adeoye, de keuterboer van inmiddels eind veertig uit de naburige stad Ilé-Ifè̀ die eind jaren tachtig de eerste nationale kampioen werd in deze Nigeriaanse denksport.

Johnson is nog altijd de ògá òta van de Nigeriaanse ayo-wereld: de grote winnaar. Als tiener maakte Johnson de volwassen spelers al in en hij is nog altijd zo dominant dat sommige lokale competities hem inmiddels uitsluiten. Daar staat tegenover dat hij internationaal wél aan de bak komt, tot de World Nomad Games voor etnische sporten in Kazachstan aan toe. „Johnson is overal in het buitenland geweest”, zegt Adeneyi, die zelf nooit buiten Nigeria was en het liefst in de voetsporen van zijn idool zou treden.

Dan klinkt de aankondiging van de start van het toernooi uit boven de dúndúns, de ‘sprekende trommels’ van de groepjes Yoruba muzikanten op het terrein. Adeneyi baant zich een weg door het publiek. Dat heeft zich verzameld onder de baldakijnen voor het paleis van de Ataoja van Osogbo, de traditionele chief van de stad.

Beschermheilige eren

Terwijl Adeneyi plaatsneemt aan het ayo-bord voor de mannencompetitie, schuift Omowunmi Joseph aan bij de vrouwen. Bij haar op het erf verslaat ze spelers van beide seksen, zegt ze, maar tijdens de competitie zijn ze strikt gescheiden. Joseph begon het spel pas drie jaar geleden te spelen, maar raakte er sindsdien aan verslingerd: „Het helpt tegen de stress.” Heeft ze een speciale strategie? „Ik word niet bang als tegenstanders me probeert te intimideren of doet alsof ze al gewonnen hebben. Maar vandaag ben ik wel zenuwachtig”, geeft de 43-jarige toe. Ze deed nog niet eerder mee aan een openbare competitie.

Owowumni Jopeph (links)speelt in de halve finale van de ayocompetitie tegen Funmilayo Moradeyo (59), die het kampioenschap in de wacht zal slepen.

Owowumni Jopeph (rechts) overweegt een zet in een voorronde van de ayocompetitie.

Dit toernooi is onderdeel van het jaarlijkse festival in augustus wanneer de Osogbo-inwoners Osun eren, de beschermheilige van de stad. Het ayo-spel is onlosmakelijk verbonden met de Yorubacultuur. De cognitieve en strategische vaardigheden benodigd voor deze denksport worden hoog gewaardeerd in de Yoruba-samenleving, volgens antropoloog en historicus Akin Ogundiran. De historicus plaatst de opkomst van het spel in verschillende varianten in West-Afrika tussen drieduizend en zevenduizend jaar geleden. „Dat gebeurde rond het ontstaan van de landbouw, toen mensen in boerengemeenschappen een sedentair bestaan gingen leiden”, zei hij in een interview met Nigeriaanse nieuwszender Channels Television.

Is zo’n oud spel in deze tijd van computergames niet ten dode opgeschreven? Niet als het aan de Nigerianen ligt. Op het tweejaarlijkse National Sports Festival staat ayò olópón steevast op het programma, en ayo-spelers van onder de zestien en hun coaches maken zich momenteel op voor de Nationale Jeugdspelen eind augustus. Daar zal het traditionele spel gespeeld wordt naast onder andere tennis, basketbal en voetbal. Digitale versies van het spel met het houten bord zijn er ook: in online stores zijn verschillende apps te vinden onder de naam ayo en oware.

‘Aan jouw kant eten’

Deborah, Josephs zesjarige dochter, heeft nog geen telefoon en geeft de voorkeur aan het fysieke spel. Ze had graag mee willen doen met de competitie, zegt ze: „Mama wilde me opgeven. Maar ik was te jong.” Je moet minstens zestien jaar oud zijn om te mogen deelnemen, maar als troost mag het meisje er wel met de neus bovenop zitten als haar moeder speelt om de derde en vierde plaats, op een veel te hoge stoel, de in roze slippers gestoken voeten wiebelend boven de grond.

Omowumni Jopeph (rechts) speelt om de derde en vierde plaats in de ayocompetitie, terwijl haar dochter Deborah Abiodun (midden) toekijkt.

Joseph verloor eerder van twee sterkere speelsters die het in hun vroege jeugd al leerden, maar in deze partij weert ze zich kranig. Om van de tegenstander te winnen, moet een speler twee potjes op zijn naam schrijven, en het eerste heeft ze al gewonnen. Ze kijkt veelbetekenend naar haar linkerknuist die maar nauwelijks de grote hoeveelheid zaden die ze al veroverde kan vasthouden. Vijf minuten later verklaart de scheids haar inderdaad de winnaar. „Ik verdedigde beter”, verklaart ze achteraf. „Je moet nooit vergeten dat de tegenstander na jou aan zet is, en hem kansen ontnemen om aan jouw kant te eten.”

De 24-jarige Adeneyi haalt de herenfinale wel en vecht een moedige strijd tegen een veel ervarener tegenstander bijna twee keer zo oud als hij. Het komt zelfs een keer op remise te staan, en scheidsrechter Adekunle bekijkt het met waardering. „Ze zijn aan elkaar gewaagd, die twee”, zegt hij achter de hand, om ze niet uit hun concentratie te halen. Maar uiteindelijk is de man tegenover de lasser toch sterker, en wordt Adeyeni tweede.

Die neemt zijn verlies sportief op: „Het is de eerste keer dat ik hier ben, nu al al stond ik in de finale. Misschien win ik de volgende keer.”

De menigte kijkt toe terwijl de vrouwen de finale van het ayotoernooi spelen.

Zaadjes planten en zaadjes veroveren

Benodigdheden2 spelers1 bord met 12 kuiltjes48 ayo-zaden

Doel: meer zaden veroveren dan je tegenstander.

Beknopte regels

Spelers nemen beurtelings alle zaden uit een van hun kuiltjes en zaaien ze tegen de klok in, waarbij ze in elk volgend kuiltje één zaadje laten vallen. Daarmee gaat de speler door totdat alle zaden uit dat kuiltje gezaaid zijn.

Als het laatste zaadje in een kuil aan de kant van de tegenstander belandt die nu precies 2 of 3 zaden bevat, verovert de speler die aan zet is die zaden. Als de kuil ervoor (ook aan tegenstanderszijde) ook 2 of 3 zaden bevat, mag de speler die eveneens pakken, en zo met de klok mee totdat een kuiltje is bereikt dat niet aan die voorwaarde voldoet.

De spelers houden de zaden die ze hebben veroverd apart: dat is hun score. De winnaar is de speler met de meeste veroverde zaden.

Serie De thuiswedstrijd

Sommige sporten zijn razend populair in maar één land of regio. Correspondenten van NRC maakten wereldwijd een rondje langs uitzonderlijke velden, banen en hallen. Wat maakt een sport historisch en nationaal erfgoed?

Source: NRC

Previous

Next