Home

Opinie: De krijgsmacht moet beschikbaar blijven bij natuurbranden en andere rampen

De Nederlandse krijgsmacht bereidt zich voor op oorlog, waardoor nationale hulpoperaties onder druk komen te staan. Maar de krijgsmacht moet ook in het binnenland paraat blijven staan, stelt Jori Kalkman.

Natuurbranden teisteren Zuid-Europa al de hele zomer: Spanje heeft te maken met de zwaarste natuurbranden in decennia, in Portugal is de noodtoestand uitgeroepen, en ook in Griekenland woeden een aantal grote branden. Meerdere mensen kwamen al om, duizenden inwoners werden

geëvacueerd, en het sociale leven ligt plat.

Om de branden onder controle te krijgen worden onder meer duizenden militairen ingezet. Daarnaast wordt er hulp geleverd vanuit andere Europese landen. Zo stuurt het Nederlandse ministerie van Defensie blushelikopters en militairen om te helpen bij de bestrijding van de natuurbranden.

Maar opvallend genoeg is de rol van de Nederlandse krijgsmacht bij rampenbestrijding steeds minder vanzelfsprekend. De krijgsmacht bereidt zich namelijk voor op een oorlogssituatie, waardoor de aandacht momenteel uitgaat naar het versterken van de gevechtskracht en het trainen voor gevechtsoperaties. Hulpverlening bij rampen en crises staat een stuk lager op de agenda.

Over de auteur

Jori Kalkman is universitair hoofddocent aan de Nederlandse Defensie Academie en Wageningen Universiteit.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Dat merkte ook de Algemene Rekenkamer, die recent in een rapport aangaf dat Defensie in de toekomst waarschijnlijk minder hulp kan leveren bij crises in eigen land. En dat is problematisch omdat er voor sommige militaire capaciteiten geen vervanging bestaat. Daardoor kunnen we in een situatie komen dat er bij een grote ramp te weinig middelen beschikbaar zijn om effectief te kunnen reageren.

Zo worden de blushelikopters, die nu naar Zuid-Europa gaan, ook bij natuurbranden in Nederland regelmatig ingezet. Begin april woedde er bijvoorbeeld een grote brand op de heide bij Ede, waar een Chinook-helikopter meer dan 180.000 liter water vanuit de lucht moest laten vallen om de brand te helpen bestrijden. Maar bij een verdere geopolitieke escalatie kan het zijn dat die helikopter niet in Nederland is of wordt ingezet voor andere doeleinden. En de brandweer beschikt op dit moment niet over eigen helikopters om dat op te vangen.

De afnemende beschikbaarheid van Defensie voor nationale crisisbestrijding is verontrustend, omdat de kans op binnenlandse rampen toeneemt. Door klimaatverandering is er een groeiende kans op aanhoudende hitte en droogte, waardoor natuurbranden waarschijnlijk vaker zullen voorkomen. Zo waren dit jaar al meer dan 700 natuurbrandmeldingen.

Maar ook extreme neerslag kan voor grote problemen zorgen. In Zuid-Limburg zorgden enorme hoeveelheden regen in 2021 voor grootschalige overstromingen. Ook daar werden honderden militairen ingezet om te helpen bij het versterken van waterkeringen, evacueren van inwoners en herstelwerkzaamheden nadat het waterpeil weer was gedaald.

Defensie moet in die samenwerking blijven investeren. De krijgsmacht is namelijk steeds meer afhankelijk van de maatschappij en civiele partners. Als Nederland betrokken raakt bij een grootschalig conflict zal de organisatie een beroep doen op allerlei veiligheidspartners om militaire processen te ondersteunen, zoals bondgenootschappelijke troepenverplaatsingen door Nederland en opvang van gewonde militairen in ziekenhuizen. Maar als de samenleving wordt geraakt door een grote ramp kan deze hulp aan de krijgsmacht wellicht niet geleverd worden.

Bovendien kunnen binnenlandse rampen de krijgsmacht ook zelf raken. Veel kazernes en oefenlocaties liggen in natuurgebieden, waardoor een brand ook een ontwrichtend effect op de militaire organisatie kan hebben. Bij de natuurbrand in Ede moesten bijvoorbeeld in allerijl militaire voertuigen worden verplaatst om ze te redden van de vlammenzee.

De krijgsmacht moet dan ook een bijdrage blijven leveren aan binnenlandse rampenbestrijding, zowel in het belang van de eigen organisatie als in het belang van de maatschappij.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next