schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.
Ze stormden naar buiten, zo’n twintig jongens. Een van hen droeg een trom, waarop hij hard sloeg, eentje zwaaide met een vlag. Enkelen droegen brandende fakkels, anderen staken vuurwerk af. Allemaal schreeuwden ze, iedereen was ladderzat. En allemaal hadden ze een gelukzalige blik in hun ogen. Dit maakten zij nu toch maar mee.
De tram waarin ik zat, afgelopen zaterdagavond, stond lang stil, daardoor kon ik het tafereel bekijken. Met enige huiver, want ik houd niet van vendelzwaaien, fakkels en schreeuwen, maar ‘onveilig’ zou ik me, ook op straat, niet hebben gevoeld. Dat kwam door de piepjonge smoeltjes van de jongens, en hun kinderlijke opgaan in hun spel.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dat het hier ging om studenten, in hun dispuutshuis, was niet tot mij – een ‘knor’ – doorgedrongen als ik niet net een stuk in Het Parool had gelezen over misdragingen bij het jongensdispuut Thalia, van het Amsterdamsch Studenten Corps (ASC). Ook in die reportage is sprake van schreeuwende studenten met brandende fakkels. Buurtbewoners in de chique Vondelstraat hebben overlast van de vechtpartijen voor hun deur. Het bestuur van ASC erkende, in een mail aan leden, dat Thalia een ‘lange geschiedenis van wantoestanden en wangedrag kent’ en er veelvuldig geweld wordt gepleegd, en besloot dat Thalia dit jaar geen nieuwe leden mag aannemen. Een ongekende straf.
Een paar uur voordat ik vanuit de tram naar de studenten keek, zag ik de voetbalwedstrijd tussen FC Groningen en sc Heerenveen in een wolk van rook verdwijnen, een gevolg van massaal vuurwerk, afgestoken door Groningen-supporters. De wedstrijd werd stilgelegd. Op de radio en op sociale media ontbrandde een twist tussen mensen die het vuurwerk ‘sfeerverhogend’ vonden (‘een ge-wel-dige pyro’) en anderen die, zoals Hugo Borst, meenden dat behalve de afstekers niemand lol had van het vuurwerk, dat bovendien gevaarlijk en verboden is.
Verboden vuur is kennelijk onweerstaanbaar voor jongens, voor corpsballen én hooligans. Het duidt op een diepe behoefte aan rituelen die tot verbroedering en saamhorigheid leiden, gedrag dat de geminachte buitenwereld aan het ‘janken’ brengt. Juist dat deze groepen vrijplaatsen zijn, een geheimhoudingscode kennen, dat leden elkaar nooit verlinken (wie dat doet is een verrader en wordt uitgestoten), maakt het lidmaatschap zo begerenswaardig. Vandaar dat er ook niets verandert in hun cultuur.
Elk jaar komen er bij corpora, ook die in Utrecht en Groningen, misstanden naar buiten: mishandeling en vernedering bij de ontgroening, bangalijsten, verkrachting zelfs, meisjes die ‘sperma-emmers’ en ‘hoeren’ worden genoemd tijdens een diner. Elke keer volgt er een berisping en een ‘verbetertraject’ én staan er weer meer aspirant-leden te trappelen. In jongensdisputen kunnen jongens, zonder de druk van meisjes, die vaak succesvoller en slimmer zijn dan zij, de illusie van hun mannelijkheid hooghouden; daarom is seksisme er onuitroeibaar.
Ik begrijp de aantrekkingskracht van een studentenvereniging, ook al heb ik die zelf nooit gevoeld. Je wilt vrienden maken, plezier hebben, niet vereenzamen in een grote stad. Bij het merendeel van de verenigingen gaat het wél goed en hebben studenten het leuk. De meeste voetbalsupporters richten geen schade aan.
Maar op ontsporingen staan bij beide groepen geen sancties: de schuldigen bij Thalia worden niet geroyeerd; niemand durft aangifte te doen, ook de buurtbewoners niet. Het bestuur bestaat uit medestudenten, vertrouwenspersonen zijn vaak reünisten die de verenigingscultuur verdedigen. Ook voetbalclubs weigeren op te treden tegen hooligans. Hoe moeilijk is het om bij de ingang stapels vuurwerk en bivakmutsen te laten inleveren?
Bij wangedrag moet worden ingegrepen; waarom gebeurt dat niet? Studenten en voetbalsupporters is hun lol van harte gegund, maar ze staan nooit boven de wet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant