Home

‘Overal waar je keek woedden meerdere branden tegelijk’

Kelly van Ruler (38) is een van de veertig Nederlandse brandweerlieden die de afgelopen weken in het Spaanse Galicië gingen helpen met het bestrijden van de natuurbranden, ook om ervan te leren. ‘Het was enorm pittig.’

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

Toen brandweervrouw Kelly van Ruler met de eerste twintig mensen op 15 juli in Spanje aankwam, werden ze door Spaanse collega’s in zes witte brandweervoertuigen van de trein gehaald en naar een hotel gebracht. ‘We kregen meteen de autosleutels: die terreinwagens waren de voertuigen die wij tot onze beschikking kregen en waarmee we naar Galicië reden. Dat ging allemaal heel snel.’

Wat troffen jullie in Galicië aan?

‘Alles was kurkdroog en super brandbaar. En die bijna ondraaglijke hitte. Aanvankelijk was het nog relatief rustig. We trainden bijvoorbeeld hoe zij hun brandslangen oprollen, zij doen dat anders dan wij, en hun noodprocedures: wat je bijvoorbeeld moet doen als je door het vuur raakt ingesloten. Maar in de tweede week kregen we met enorme branden te maken, ook in bewoond gebied. Overal waar je keek woedden steeds meerdere grote brandhaarden tegelijk, met hoge rookpluimen onder een verder strakblauwe lucht. We zagen paniekerige burgers met grijze rookvegen op hun gezicht die niet weten of hun huis er morgen nog staat. Die kunnen alles kwijtraken. Ze hielpen ons met alles, we mochten hele zwembaden leegpompen. Er vlogen continu vliegtuigen en helikopters af en aan die hun waterzakken met duizenden liters water legen over jou heen, dat had ik in Nederland nog nooit meegemaakt.

Ons team kreeg aanvankelijk te maken met een natuurbrand van ruim 100 hectare. Inmiddels woeden er branden met de onvoorstelbaar grote oppervlakte van duizenden hectare, waarbij huizen en delen van dorpen zijn verbrand, en waarbij al meerdere brandweerlieden en burgers zijn omgekomen. Heel heftig.’

Is die enorme vuurzee te overwinnen met de beschikbare brandweercapaciteit?

‘Dat is heel afhankelijk van de meteorologische omstandigheden. Zolang het droog is en hard waait, blijft het een probleem. Gelukkig krijgen ze nu ook luchtsteun van Nederlandse militaire Chinooks, die hebben tot 10 duizend liter water aan boord.’

Wat hebben jullie daar precies gedaan?

‘Alles, van trainingen tot brandbestrijding. Het waren lange dagen. Ik weet nog goed dat ik bij de eerste natuurbrand met een vuurzweep, een soort stok met een grote rubberen flap eraan, op vlammen van anderhalve meter hoog stond te slaan. Ik voelde mijn hele gezicht branden van de stralingswarmte, toen moest ik echt even een paar stappen terug doen en afkoelen. We begonnen ’s ochtends om kwart over tien en zaten pas rond elf uur ’s avonds aan het avondeten.

In de tweede week, toen de brand het hevigst was, was het daar rond de 40 graden. We hadden het verschrikkelijk heet en werkten bovendien heuvelop waarbij je soms moet klimmen en klauteren. Het was enorm pittig, maar het geeft ook een heel voldaan gevoel, het idee dat je echt iets kunt betekenen.’

Wat hebben jullie daar geleerd?

‘Zij vonden het heel vreemd dat wij in Nederland alles doen: mensen uit auto’s knippen, verdrinkingsslachtoffers opduiken, woningen blussen en natuurbranden bestrijden. In Spanje hebben ze twee aparte specialismen: een brandweer voor brand in stedelijke gebieden, en een brandweer – de Bombeiros Florestais – die is gespecialiseerd in natuurbranden. Die laatste gebruikt heel ander gereedschap. Zij hebben steeds pelotons van één bluswagen en vijf of zes terreinwagens, want die kunnen in de natuur veel verder komen. En ze werken met zogenoemde ‘handcrews’ die handgereedschappen gebruiken om vuur te bestrijden, zoals vuurzwepen, handbijlen, waterpompen die je op de rug draagt en McLeods – een stok met aan de ene kant een scherp blad en aan de andere kant een hark, om vegetatie te verwijderen.

Daarmee leerden we vooral blussen zonder water. Zij houden constant de brandrichting in de gaten: die is afhankelijk van de wind en het soort begroeiing. Met bulldozers die de hele grondlaag met alle begroeiing erop weghalen maken zij zogenoemde brandstoplijnen. Ook werken ze met tegenbranden: ze branden gecontroleerd de lage, droge vegetatie weg. Dus als die hele grote brand eraankomt, is er in dat gebied geen brandstof meer en kan het vuur niet verder. En soms moeten ze beslissen: ‘Die huizen geven we gewoon op.’

Is die kennis toepasbaar in Nederland?

‘Ik werk zelf voor de Veiligheidsregio Utrecht bij twee brandweerposten: als beroeps in Amersfoort en als vrijwilliger in Leusden. Wij zitten in natuurrijke gebieden, zoals de Utrechtse Heuvelrug en de Leusderheide. Experts verwachten dat wij hier over 25 jaar door klimaatverandering hetzelfde klimaat hebben als in Zuid-Europa, en dat we hier dus meer extreme en onbeheersbare natuurbranden kunnen krijgen. In Spanje zit de lage begroeiing op rotsen, dus die is niet dik en makkelijk weg te branden of te bulldozeren. In Nederland heb je vaak veengrond waarbij de brand ondergronds doorwoekert, dat is een extra probleem, daar moeten we ons op voorbereiden.

De Nederlandse brandweer heeft twee handcrew-teams zoals in Spanje, maar niet in onze regio. Ik denk dat het goed is als wij ook, naast het inzetten van blusvoertuigen, gespecialiseerde teams krijgen en meerdere brandbestrijdingstechnieken tegelijk gaan toepassen. We moeten nu al gaan nadenken wat de mogelijkheden daarvoor zijn. En politici moeten zich afvragen of de voorgenomen bezuinigingen op de veiligheidsregio’s wel zo’n goed idee zijn. Want ik zie onze burgemeesters nog niet zo snel zeggen: ‘O, die twee huizen of campings geven we gewoon op’.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next