Home

Geen koloniaal ongeluk in Indonesië

Is het mogelijk om koloniaal ongeluk om te zetten in ‘gewoon ongeluk’? Ik denk nu aan dat beroemde zinnetje van Sigmund Freud, die stelde dat het zijn doel als analyticus was ‘neurotisch ongeluk’ om te zetten in ‘gewoon ongeluk’: de normale tegenslagen van het leven. Gewoon ongeluk is ook geen pretje, maar wel minder ondoorzichtig.

Er zit iets neurotisch in elke (post)koloniale aanklacht. Kan het bijvoorbeeld ooit stoppen?

Ik kom erop omdat het de laatste dagen wemelde van de herdenkingen rond het huidige Indonesië: zelf vierde het land gisteren zijn onafhankelijkheid; Nederland herdacht op 15 augustus tijdens de Nationale Herdenking „alle slachtoffers van de oorlog tegen Japan en de Japanse bezetting van Nederlands-Indië”, en dan is er ook nog de ‘Dekoloniale Indonesië Nederland Herdenking’, 16 augustus, die in het teken staat „van het erkennen van alle gruwelijkheden die tijdens de koloniale periode, de Japanse bezetting en de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog in voormalig Nederlands-Indië en Indonesië hebben plaatsgevonden”. Er zijn verspreid over het land ook nog meer dan zestig kleinere ceremonies.

Pas in 2023 veranderden de ‘politionele acties’, zoals die hier na 1945 bekend kwamen te staan, van naam. Ze staan nu te boek als een koloniale oorlog tegen het Indonesische onafhankelijkheidsstreven. In 1949 werd die oorlog beëindigd, met Nederland als verliezer. Voor Nederland geldt sindsdien: een oorlog verliezen is een zekere opmaat tot langdurende, intergenerationele trauma’s.

Pas sinds 2023 erkent Nederland 17 augustus 1945 als de officiële Indonesische onafhankelijkheidsdag, zij het niet ‘de jure’.

Voor een relatieve buitenstaander als ikzelf zijn al die verschillende herdenkingen enigszins ondoorzichtig. Er zijn spanningen tussen oudgedienden en de jongste generatie, tussen degenen die vooral het leed in het voormalig Nederlands-Indië willen herdenken en weer anderen die ook de hele voorafgaande koloniale periode, de Japanse bezetting en de bloedige naoorlogse jaren mee wilden nemen. In het kort kan je stellen: het koloniale perspectief heeft het afgelegd tegen het antikoloniale. Dat is in de pas met de wereldgeschiedenis en kleurt trouwens ook leuker bij ons huidige zelfbeeld.

Maar nu het bericht, ook in deze krant (11/8), dat in Indonesië zelf op 17 augustus de nationale rood-witte vlag concurrentie krijgt van een soort piratenvlag, de zogenoemde Jolly Roger-vlag uit de Japanse anime-serie One Piece, omdat die vlag „de geest van verzet tegen onrecht vertegenwoordigt”.

Hoewel ik geen connaisseur ben van tekenfilms, ken ik het Japanse anime-genre, met zijn groteske tekenstijl, wel. Op internet roepen sommige Indonesiërs op die Japanse (!) vlag – geen bezettingsvlag, maar een animatiesymbool – als teken van verzet tegen de huidige Indonesische regering te gebruiken. Iemand schrijft op X: „In een tijd dat we worden gekoloniseerd door onze eigen machthebbers is de nationale vlag te heilig om op te hangen.” Hier moet president Prabowo Subianto bedoeld worden, zeer Indonesisch, al actief als generaal onder dictator Suharto en sinds oktober 2024 het achtste staatshoofd van het land.

Een ding lijkt glashelder: het Nederlandse geharrewar over het koloniaal Nederlands-Indisch verleden heeft geen heel diepe sporen nagelaten in Indonesië. De ultieme wraak van de oud-kolonie: het aandeel van Nederland wordt zowat veronachtzaamd. Die enorme Indonesische archipel, in oppervlak zo’n 45 keer groter dan ons land, kijkt niet óp tegen Nederland, kijkt er ook niet op neer, maar ziet ons straal over het hoofd.

Ik geloof dat het politieke verzet tegen ‘de nieuwe machthebbers’ in Indonesië niet voortkomt uit ‘koloniaal’ of ‘neurotisch’, maar uit ‘gewoon’ ongeluk.

Het postkoloniale perspectief op Indonesië is vooral een Nederlandse zaak; onze plicht wellicht, maar geen noodzaak voor Indonesië.

Stephan Sanders is essayist.

Source: NRC

Previous

Next