Arturo Estrada is 100 jaar. Hoe kijkt deze schilder uit Mexico, die het vak leerde van Frida Kahlo, terug op de bewogen eeuw die achter hem ligt?
is correspondent Latijns-Amerika van de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad.
Maestro Arturo Estrada neemt plaats op een leren stoel tussen zijn kinderen: zijn schilderijen. Hij maakte er honderden in zijn leven. Het zijn veelal aanklachten tegen onrecht, vereeuwigd in felle warme kleuren. Ze staan rijen dik in zijn atelier aan huis in het zuiden van Mexico-Stad. Als jongeling leerde hij het vak van de beroemde kunstenaar Frida Kahlo. Honderd jaar lang liet Estrada zijn penselen spreken. Terugblikkend vindt hij de gebeurtenissen uit zijn leven verrassend normaal. ‘Ik heb altijd gedaan wat ik wilde.’
U ziet er goed uit, gezond.
‘Ik ben gezegend met een goede gezondheid. 100 jaar, zo makkelijk is dat niet, hè? Maar hier ben ik.’
Wat doet u zoal op een dag?
‘Zoals altijd doe ik wat ik zelf wil. ’s Ochtends ontbijt ik met een zoet broodje, fruit en koffie. Ik heb geen speciaal dieet, ik eet alles. Ik woon samen met mijn zus Graciela, maar ze hoeft mij niet te verzorgen. Ik maak mijn wandelingen, niemand hoeft mij te begeleiden. Ik weet nog steeds waar ik loop. Schilderen doe ik niet meer, maar ik schets nog wel. Daarmee houd ik nooit op.’
100 in het buitenland
De serie met interviews met 100-jarigen gaat deze zomer de grens over. In juli en augustus vertellen eeuwelingen uit onder andere het Verenigd Koninkrijk, Turkije en Spanje over hun leven.
In wat voor gezin bent u opgegroeid?
‘Bueeeno. Mijn vader had een goedlopende schoenmakerij in ons dorp Panindícuaro, in (de centrale deelstaat, red.) Michoacán. Daarmee onderhield hij zijn familie. Ik begon op jonge leeftijd ook het vak van schoenmaker te leren, maar ik was meer geïnteresseerd in tekenen. Dat deed ik in ons huis op de muren. ‘Niet doen’, zei mijn moeder. ‘Hier, teken maar in dit schrift.’ Mijn ouders vonden het prima dat ik deed wat ik wilde. Ze steunden mijn ambities.’
Heeft u broers en zussen?
‘Ik ben de vijfde van tien kinderen. Hoe dat was? Normaal. Alle gezinnen waren toen groot. Ons huis was zoals elk huis in elk dorp. Een zonnig huis, groot, met meerdere kamers. Ik had een eigen kamer, maar als we met z’n allen waren, moest ik ’m delen.’
Op uw 15de volgde u uw artistieke roeping en verhuisde naar Mexico-Stad om schilder te worden. Hoe werd u toegelaten tot de beroemde kunstacademie La Esmeralda?
‘Zoals dat gaat. Ik wilde studeren en dat kon daar. De leraren wisten wel wie het een beetje kon en wie niet. Destijds werd La Esmeralda (de Nationale School voor Schilderkunst, Beeldhouwkunst en Gravure, red.) geleid door de grote artiesten: David Alfaro Siqueiros, Diego Rivera, Frida Kahlo.
‘Vanaf het begin werd ik ingedeeld in de groep van Frida. Aanvankelijk gaf ze ons les op school. Toen de haar gezondheidsproblemen vanwege haar ongeluk meer opspeelden (Kahlo brak als tiener haar rug bij een busongeluk, waardoor ze de rest van haar leven hevige chronische pijn leed, red.), verplaatsten de lessen zich naar haar huis, het Casa Azul in de wijk Coyoacán.’
Hoe was het om les te krijgen van Kahlo?
‘Bueeeno. Zij was erg levendig. Geen typische docent zo van: ik ben de baas en jij moet doen wat ik zeg. Ze zorgde goed voor ons. Op school kregen we ons materiaal, penselen, papier en doeken. Bij haar thuis hield zij dat in de gaten: ‘Jongens, hebben jullie alles wat jullie nodig hebben?’ Aan het eind van de week gaf ze commentaar op ons werk.’
En? Wat zei de grote Frida Kahlo tegen de beginnende kunstenaar Arturo Estrada?
‘Mja, ze wees op foutjes. ‘Let wat meer op dit of dat, kijk hoe het licht valt.’ Dat soort dingen.’
Hoe herinnert u zich het Casa Azul?
‘Het was een prachtig huis, heel groot, met veel planten. En honden: Duitse herders en Mexicaanse xoloitzcuintles. O, dat was een herrie wanneer je op de poort klopte. Dan begonnen al die dieren te blaffen. Ze deden niets, maar ze maakten een enorm kabaal.
‘Ik herinner me dat er een parkiet was die precies om 12 uur ‘Lorééénzo, Lorééénzo’ riep. En dan verscheen de bediende met onze broodjes en frisdrank’. (De vele dieren die Estrada trof in Kahlo’s huis, waaronder haar parkiet Bonito, komen ook veelvuldig terug in haar werk.)
‘Van Frida kregen we Coca-Cola. Daar moesten we erg om lachen: de anti-imperialist die ons Coca-Cola gaf. Dat was toen de mode, dat je tegen het imperialisme was. Ik was nog heel jong, maar ik begon dat mee te krijgen.’
De grote Mexicaanse artiesten uit de jaren veertig en vijftig stonden bekend als uitgesproken links, als communisten. Wat merkte u van dat politieke engagement op uw school?
‘Dat was de stroming van het moment. Siqueiros, Diego, Frida, velen waren lid van de Communistische Partij. Maar ze vertelden je niet wat je moest schilderen. In de kunsten doe jij wat je zelf wilt.’
De maatschappijkritiek spat van uw werk. U schilderde over armoede en ongelijkheid, over het koloniale verleden van Mexico, over presidenten die met hun legers volksprotesten neersloegen. Waarom werd sociaal onrecht uw focus?
‘Op school pik je zo het een en ander op, maar het werd ons niet opgedrongen. Zo ging het toen. De president belooft iets, maar hij komt het vervolgens niet na. Hoe kunnen we dat uitdrukken in kunst?’
Was u ook actief als linkse activist?
‘Samen met de andere Fridos (enkele leerlingen van Frida Kahlo die later zelf bekendheid verwierven, red.) verspreidde ik het krantje van de Communistische Partij. Dat was gevaarlijk, het blad stond vol kritiek op de overheid. Veel vrienden werden opgepakt. Later kreeg ik een beurs om naar de Sovjet-Unie te gaan. Nou, dat was al helemaal gewaagd. Maar het kunstonderwijs was er hetzelfde. Het was alleen erg koud in dat land.’
Bent u destijds ook gearresteerd?
‘Nee, ik kon hard rennen.’
Wat was uw eerste werk in de publieke ruimte?
‘Het was destijds mode om muurschilderingen te maken. Ik vond dat ook interessant. Het leverde alleen bijna niks op. Ze betaalden je buskaartje en aan het eind van de week kreeg je 50 peso. Mijn eerste muurschildering maakte ik met mijn klasgenoten. We beschilderden de muren van La Rosita, een pulquería (een bar waar het gefermenteerde drankje pulque wordt geschonken, red.) in Coyoacán. De kroegeigenaar en de juf waren bevriend. Het was bij het huis van Frida om de hoek.’
Hoe herinnert u zich de dood van Kahlo in 1954?
‘Ik had al aardig wat kennis van de kunstgeschiedenis en ik wist dat het een Mexicaanse traditie was om de doden te schilderen. Dus schilderde ik Frida na haar dood. En ook Diego toen die drie jaar later overleed. Ik maakte potloodschetsen en aantekeningen van haar lichaam, gewoon, zoals je een dode ziet, maar in dit geval was het Frida Kahlo. Het is een lange traditie, mensen die poseren bij leven en na hun dood. Ze was een beroemdheid, er kwamen veel nieuwsgierigen af op haar uitvaart.’
Estrada schilderde de overleden Kahlo omringd door bloemen. Hij ondertekende het werk met: ‘Haar discipel, Arturo Estrada.’
Heeft u een levenspartner gehad? Bent u getrouwd?
‘Nee, nooit. Ik heb ook geen kinderen gekregen. Op school waren er wel meisjes. We tekenden naaktmodellen, dan werd er geflirt. Maar het was altijd van voorbijgaande aard. Ik ging naar La Esmeralda omdat ik wilde schilderen.’
De jaren zestig en zeventig waren een roerige tijd in Mexico, studenten protesteerden tegen de regering. Die sloeg hard terug. Nam u deel aan die marsen?
‘Na mijn opleiding kon ik aanblijven op La Esmeralda als docent en later werd ik directeur van de school. Iedereen op onze school was links en tegen de regering van de PRI (de Institutioneel Revolutionaire Partij, die het grootste deel van de 20ste eeuw regeerde in Mexico, red.). Ook ik was lid van de Communistische Partij, maar ik was meer geïnteresseerd in het schilderen van de protesten dan in het deelnemen eraan. We probeerden uit te drukken wat er om ons heen gebeurde. Ik dacht niet lang na over de boodschap, ik schilderde simpelweg wat ik zag.’
Hoe denkt u nu over het communisme?
‘Ik doe wat ik wil. Ik hoor niet meer bij een groep.’
Volgt u het nieuws nog steeds?
‘Natuurlijk. Ik ben nog bij. Ik leef iedere dag.’
Toch kost het de oude kunstenaar moeite om zich recente maatschappelijke ontwikkelingen te herinneren. De schilderijen die hem omringen tonen dat maatschappelijke thema’s hem ook op latere leeftijd bleven interesseren: nieuwere werken gaan onder andere over het drugsgeweld in Mexico. ‘Nu ben ik 100. Er zijn protesten, mensen eisen verandering. Er komt een nieuwe president en weer zijn er protesten. Het herhaalt zich, de geschiedenis, het onrecht.’
Hoe denkt u over de dood?
‘Die is welkom. Hopelijk heb je in je leven kunnen bereiken wat je wilde bereiken. Dat is mij gelukt.’
Heeft u religieuze overtuigingen?
‘Jawel, maar religie was nooit mijn obsessie.’
Als er een hemel bestaat, zou u daar dan willen doorgaan met schilderen?
‘Natuurlijk. Waar dan ook. In de hemel, in de hel, met vuur en zonder vuur. Ik vind het allemaal interessant.’
Eerbetoon
Estrada ontving vorig jaar voor zijn oeuvre de prestigieuze Gouden Medaille van het Mexicaanse Instituut voor Kunsten en Literatuur. Op 30 juli vierde de schilder zijn 100ste verjaardag met een grote overzichtsexpositie in Morelia, de hoofdstad van zijn geboortedeelstaat Michoacán.
Geboren: 30 juli 1925, Panindícuaro, Michoacán, Mexico
Woont: Mexico-Stad
Beroep: Schilder
Familie: Estrada groeide op in een gezin van tien kinderen; een oudere broer en een jongere zus leven nog. Hij bleef ongehuwd en kreeg geen kinderen.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant