Dat Yamaha het moeilijk had tijdens de MotoGP Grand Prix van Oostenrijk, is een understatement. De Red Bull Ring is nooit een circuit geweest waar de fabrikant echt goed presteerde, maar zo pover als afgelopen weekend was het voorheen ook niet. Op zaterdag ontbrak Yamaha als enige merk in het tweede deel van de kwalificatie, waarna ze ook het enige team waren dat geen punten scoorde in de sprintrace. De zondagse race bood nog een kans om punten te scoren in Spielberg, maar ook dat bleek een enorme opgave voor Fabio Quartararo, Álex Rins, Miguel Oliveira en Jack Miller.
De rijders van Yamaha en Pramac Racing bezetten vier van de laatste vijf posities op de startopstelling en dus leek het niet veel slechter te kunnen, maar in de race over 28 ronden werd bewezen dat dit wel degelijk mogelijk was. Het werd een pijnlijke wedstrijd, waarin Quartararo als enige een puntje scoorde met de vijftiende plek. De Fransman, die dit jaar al vier pole-positions behaalde, wist alleen teamgenoot Rins en merkgenoten Oliveira en Miller voor te blijven. Kortom: de enige reden dat er überhaupt een punt werd gescoord in Oostenrijk, was het uitvallen van zowel Jorge Martín als Fabio di Giannantonio.
Jack Miller kon zich even in gevechten mengen, maar eindigde uiteindelijk als laatste.
De vier Yamaha's eindigden bovendien allemaal minimaal zeven seconden achter Ai Ogura op de veertiende positie, wat aangaf dat de Japanse fabrikant veel te langzaam was op de Red Bull Ring. In feite was het viertal van het merk veroordeeld tot een onderlinge strijd, die dus werd gewonnen door Quartararo. In dergelijke races is het voor rijders vooral zaak om niet als laatste te eindigen in de strijd tussen de merkgenoten. Daar slaagde Miller dus niet in, want hij was de hekkensluiter.
In eerste instantie leek Miller als enige Yamaha-rijder nog in staat om het gevecht aan te gaan met de concurrenten van andere merken. Achteraf gezien kun je misschien wel stellen dat dit hem juist de das om heeft gedaan, want na de openingsfase ging de race als een nachtkaars uit voor de Australiër. Zijn tempo zakte zelfs zo hard in dat hij Quartararo, Rins en Oliveira allemaal voorbij moest laten gaan. Aan het einde van de race had Miller liefst 37 seconden achterstand op winnaar Marc Márquez, twaalf seconden achterstand op Quartararo op P15 en zelfs bijna vier tellen achterstand op teamgenoot Oliveira op P17.
De vier Yamaha's waren in Oostenrijk veroordeeld tot een onderling gevecht.
Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images
Een weekend met tegenvallende prestaties is voor MotoGP-rijders altijd even slikken, maar voor Miller komt het bovendien op een bijzonder ongelegen moment. Hij strijdt op dit moment voor zijn toekomst bij Pramac Yamaha, dat Toprak Razgatlioglu al heeft aangetrokken voor 2026 en na dit seizoen dus afscheid moet nemen van minimaal één van de huidige rijders. Daar waar in eerste instantie voor of tijdens de zomerstop duidelijkheid werd verwacht, blijken het team en Yamaha in ieder geval de eerste twee raceweekenden na de zomerstop nog nodig te hebben voor de evaluatie. Voor Oliveira en Miller was het dus van groot belang om goed voor de dag te komen in Oostenrijk, iets wat volgende week in Hongarije weer het geval is.
Oliveira bewees zichzelf op de Red Bull Ring in ieder geval een dienst door voor Miller te eindigen, terwijl de rijder uit Townsville het zichzelf een stuk lastiger maakte door als laatste te eindigen. Toch is het maar de vraag of een betere prestatie wél voor betere kansen zorgt op het behouden van zijn plek bij Pramac. Ook de naam van huidige Moto2-rijder Diogo Moreira wordt steeds vaker genoemd als kanshebber op het plekje bij het team in 2026. De Braziliaan is door zijn nationaliteit - en terugkeer van de MotoGP naar Brazilië in 2026 - al een interessante optie, maar hij heeft ook de snelheid om promotie te maken. Zijn kansen op promotie werden in Oostenrijk in ieder geval niet minder, want wie ging er aan de haal met de zege in de Moto2? Juist, diezelfde Diogo Moreira.
Source: Motorsport