Home

Magnifieke Servische en Boliviaanse performers bewijzen nog maar eens hoe waardevol het Groningse festival Noorderzon is

Festival Noorderzon Op het Groningse Noorderzon, festival voor internationaal theater, staan bijzondere acts van over de hele wereld. Het is inspirerend te zien hoe zijn vorm geven aan universele thema’s, zoals de wijze waarop mannen vrouwen bedreigen.

De verwachtingen rond de door Noorderzon als „wonderkind” aangekondigde Mario Banushi waren hooggespannen en in zijn ‘MAMI’ zie je waarom Europese festivals naar zijn hand dingen.

Theater

Festival Noorderzon. Groningen. Gezien van 14 t/m 16 augustus. Het festival duurt nog t/m 24 augustus. Info: noorderzon.nl

How I learned to drive, van Heartefact

AVE, van Mariana Bredow

Homage Au Pair, van De Utvalgte

MAMI, van Mario Banushi

Plagiary, van Alisdair Macindoe

Hij vraagt of hij haar borsten mag kussen. Ze stemt toe. Zij is zeventien, de oude man is haar oom. In How I learned to drive, van het Servische gezelschap Heartefact, te zien op internationaal theaterfestival Noorderzon in Groningen, wordt de pijnlijke, grensoverschrijdende relatie tussen een man en een meisje al in de eerste scène scherp getekend.

Het ongemak is optimaal door de nabijheid van de acteurs, die op stoelen tussen het publiek zitten. De stoelen vormen een minieme rechthoek, met in het midden slechts een looppad van een meter breed. De twee acteurs verplaatsen zich over zes opengelaten plekken tussen de bezoekers op de eerste rij.

De tekst, van de Amerikaanse Paula Vogel, uit 1997, gaat geraffineerd en subtiel terug in de tijd, om te laten zien hoe de beginsituatie heeft kunnen ontstaan. In scènes op haar zestiende, vijftiende, dertiende, twaalfde zien we hoe er een vriendschap ontstaat, en hoe het kind zich ontfermt over haar ongelukkige oom. Terwijl hij haar inpalmt, op een voetstuk plaatst en seksualiseert, steeds met de woorden dat ze nooit iets hoeft te doen wat ze niet wil. De dreiging onder die hypocriete woorden is bijna tastbaar.

Een Lolita (naar de roman van Nabokov) vanuit vrouwelijk perspectief is dit stuk genoemd. Zo voelt het niet voor wie eerder dit jaar F*ck Lolita van het Zuidelijk Toneel zag, waarin het verzet en de woede van Lolita alle ruimte kreeg. How I learned to drive is meer een balansoefening, met oog voor het kind, maar ook voor de rijping van gevoelens over en weer. Wat als vrouwelijk perspectief kan worden opgevat, is dat zij als achttienjarige alsnog tot inzicht komt en het laatste woord heeft, anders dan Lolita. Of het goed met haar komt, is een andere vraag.

Ondanks de taalbarrière imponeren Svetozar Cvetković en Marta Bogosavljević met hun wervelende, magnifieke spel. Met kleine glimlachjes is hij het charmante monster en met haar woordenstroom en vele gebaren is zij de prachtige, levenslustige, naar vrijheid snakkende, naïeve tiener. Dankzij hun magnifieke spel wordt dit onheilspellende, schurende stuk over misbruik ook ontroerend.

Acteurs in ‘How I learned to drive’, van het Servische gezelschap Heartefact, zitten tussen het publiek op Noorderzon.

Bier als plengoffer

Grensoverschrijdend gedrag is ook de kern van AVE van de Boliviaanse Mariana Bredow. Voorafgaand aan de voorstelling vraagt ze acht vrouwen haar te vergezellen op de toneelvloer. Ze krijgen een blikje bier, voor een plengoffer. In haar verhaal schetst Bredow een dreigende situatie waar ze twintig jaar eerder als cocaïne-verslaafde in geraakte in La Paz. Ze is alleen in het huis van een gevaarlijke dealer, en ervan overtuigd dat hij haar wil drogeren.

In bezwerende taal, gespeeld met gelijke delen intensiteit en pathos roept Bredow de angst en onzekerheid van een belaagde vrouw op. Op het hoogtepunt roept ze de rest van de vrouwen in de zaal naar de vloer. Waarna ze vertelt op welke magische wijze ze zich wist te redden, terwijl ze zichzelf beschildert met witte en zwarte verf, tot het strijdbare wezen dat ze vertolkt. Zonder het expliciet te benoemen wordt AVE zowel een viering van zusterschap als een spiegel van mannelijke agressie.

De thema’s in genoemde voorstellingen zijn ook in Nederland brandende kwesties, maar het is inspirerend om te zien hoe glansrijk makers in landen als Bolivia en Servië er vorm aan geven. Dat maakt Noorderzon een bijzonder, waardevol festival.

Homage Au Pair, van het Noorse De Utvalgte, neemt eveneens het patriarchaat op de korrel. In korte films en via een VR-bril zie je scènes rond drie stellen met een au pair. Elk stel lijkt het beste voor te hebben met hun inwonende hulp, maar is ondertussen neerbuigend en irritant. Tegelijk zijn er intimiteiten die suggereren dat er meer speelt. Zo legt een man zijn hoofd in de schoot van een au pair.

Homage Au Pair is soms grappig, maar de sociale satire en het ongewenste gedrag liggen er ook wat dik bovenop. Dat de acteurs live aanwezig zijn en nog een scène spelen, voegt helaas weinig toe.

Wonderkind

De verwachtingen rond de door Noorderzon als „wonderkind” aangekondigde Mario Banushi waren hooggespannen en in zijn MAMI zie je waarom Europese festivals naar zijn hand dingen. De in Griekenland wonende Albanees van 26 beschikt over een geheel eigen theatergevoel, dat hij compromisloos oplegt.

In MAMI wordt niet gesproken en de personages bewegen zich traag door de ruimte. Er is nauwelijks muziek of geluid, waardoor Banushi een grote verstilling tot stand brengt. Die contrasteert met de cyclus van het leven die hij toont. MAMI begint met een bevalling, met van pijn schreeuwende jonge moeder en eindigt met een ritueel rond een gestorven, oude vrouw, ook een moeder.

Er is liefde, strijd, zorg en verdriet, uitgebeeld in tableaux met een minimale dynamiek. De keerzijde van zijn aanpak is dat bij gebrek aan taal en detaillering de symboliek nogal algemeen blijft, en soms vrijblijvend aandoet. Wat beklijft zijn enkele schilderachtige beelden: een jonge man die een oude vrouw een schone luier omdoet; de jonge vrouw die zichzelf probeert te verdrinken in een glazen bak water en het publiek onder water recht aankijkt; de oude vrouw die haar zoon, gespeeld door een volwassen man, zoogt, waarop een andere oude vrouw haar weer de borst aanbiedt.

In dansvoorstelling Plagiary draagt de Australische choreograaf Alisdair Macindoe de leiding van zijn werk over aan kunstmatige intelligentie. De elf dansers dragen oortjes en AI fluistert hen in welke bewegingen te maken. Op een scherm boven de dansvloer kan het publiek meelezen wat de instructies zijn, en dus beoordelen hoe de dansers die uitvoeren.

Het is een interessant experiment, met een enigszins voorspelbare uitkomst. Dit zijn uitstekende dansers, gekozen om hun grote individuele verschillen, dus het is een genot om te zien hoe ze de bizarre opdrachten interpreteren. Zoals: „Maak je huid los” of „Fluister met je lichaam”.

Hun bewegingsarsenaal is groot, alle mogelijkheden van ledematen en lijven worden benut, vaak ook groepsgewijs of elkaar imiterend, in opdracht. Maar het geheel oogt ook stuurloos. Macindoe koos er bovendien voor dansers AI-teksten over dans te laten nazeggen. Dat levert veelal ronkende nikszeggenheid op, die de dans ook nog eens in de weg zit.

AVE van de Boliviaanse Mariana Bredow.

Source: NRC

Previous

Next