Journalistiek Israël heeft in Gaza meer dan honderdtachtig Palestijnse journalisten gedood. Op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem worden ze vaak opgepakt en bedreigd. Hoe kunnen zij hun werk nog doen? NRC sprak met zes Palestijnse journalisten.
Palestijnse kinderen en een journalist bekijken de tent waar een team van Al Jazeera werd gedood.
„Doodsbang”, is Hani Mahmoud, correspondent voor de Engelstalige nieuwszender van Al Jazeera in Gaza. Zondagavond 10 augustus werden zijn collega’s gedood door een doelgerichte Israëlische droneaanval op een journalistentent bij het Al-Shifa-ziekenhuis in Gaza-Stad. Zes journalisten werden gedood, onder wie twee verslaggevers en twee cameramannen van Al Jazeera. De aanval volgde op maandenlange bedreigingen door het Israëlische leger van de bekende verslaggever Anas al-Sharif, die werd gedood.
Mahmoud had kort daarvoor samen met collega’s het team in de tent bezocht. „We concludeerden gezamenlijk dat als deze genocide ooit stopt, we een hele lange pauze nodig zullen hebben,” vertelt hij telefonisch vanuit Gaza-Stad. Toen niet lang daarna een explosie klonk, wist hij meteen dat die bij de tent was, „vanwege de maandenlange lastercampagne tegen Al Jazeera en Anas al-Sharif” door het Israëlische leger.
Palestijnse journalisten in Gaza worden stelselmatig aangevallen door Israël, terwijl buitenlandse journalisten uit het gebied worden geweerd. Volgens het Committee to Protect Journalists (CPJ) zijn er in Gaza sinds 7 oktober 2023 zeker 184 journalisten gedood. Volgens de Verenigde Naties gaat het om ten minste 242 journalisten.
Het CPJ en Reporters Without Borders (RSF) stelden tientallen doelgerichte aanvallen vast. Zo zijn er steeds minder oren en ogen in Gaza om de genocide te verslaan.
Wael Al-Dahdouh (midden), Al Jazeera’s bureauchef voor Gaza, houdt op het hoofdkantoor van het netwerk in Doha, Qatar, een moment stilte ter nagedachtenis aan de vijf collega’s die zondag omkwamen bij een Israëlische aanval in Gaza-Stad.
Voor Tamer Almisshal, presentator van de Arabischtalige zender van Al Jazeera, is het duidelijk dat Israël de journalisten heeft gedood „om te voorkomen dat zijn misdaden in Gaza worden gedocumenteerd en om de genocide te verbergen waarvan we getuige zijn in Gaza”, zegt hij telefonisch vanuit Doha.
Almisshal stuurt het lokale team van de Arabische zender in Gaza aan. Hij somt de namen op van Al Jazeera-journalisten die eerder zijn gedood: Samer Abu Daqqa, Ahmed al-Louh, Hamza Dahdouh, Ismail al-Ghoul, Hossam Shabat. De laatste werd net als de zondagavond gedode Anas al-Sharif al sinds oktober 2024 door het Israëlische leger bedreigd, dat hem als „Hamas-terrorist” bestempelde.
Nabestaanden en collega’s rouwen om de dood van de Palestijnse journalist Hussam Shabat, in maart 2025.
Het CPJ sprak deze week van een „langdurig patroon” bij het Israëlische leger „van ongefundeerde beweringen dat veel van de journalisten die het opzettelijk in Gaza heeft vermoord, terroristen waren.”
Het journalistieke platform +972 Magazine van Israëlische en Palestijnse journalisten schreef deze week dat een speciale eenheid van het leger, die zich toelegt op het verbeteren van Israëls imago in internationale media, ook de taak heeft „journalisten in Gaza te identificeren die het zou kunnen afschilderen als undercoveragenten van Hamas, in een poging de groeiende wereldwijde verontwaardiging over het doden van verslaggevers door Israël te temperen.”
Al Jazeera zet ondanks de aanvallen zijn verslaggeving voort. „Wij weigeren ons tot zwijgen te laten brengen,” zegt Almisshal. De verantwoordelijkheid voor de dodelijke gevaren, benadrukt hij, ligt niet bij de zender, maar bij Israël, waartegen het juridische stappen onderneemt. Het is daarnaast, zegt hij, aan de internationale gemeenschap om op te komen voor de bescherming van journalisten.
Het besluit om de verslaggeving in Gaza voort te zetten, zegt Almisshal, komt voort uit de lokale verslaggevers, die allemaal uit Gaza komen en op wiens „professionele evaluatie en besluiten” de zender leunt. „We doen zoveel mogelijk om hen te steunen, maar dat is vaak heel moeilijk. Bij Anas al-Sharif duurde het drie maanden voordat we hem een helm konden geven.”
Ook correspondent Hani Mahmoud is allerminst van plan om zijn verslaggeving te staken: „Ik ga niet wachten op de internationale pers om onze verhalen te delen. Wij zijn in staat om verslag te doen van onze eigen, rauwe werkelijkheid. Daar is het Israëlische leger het bangst voor.”
Een journalist loopt naar een plek waar net een explosie was tijdens een Israëlische aanval. „Op ieder moment kunnen wij zelf het nieuws worden”, zegt fotograaf Omar Al-Qattaa die deze foto maakte.
Ook andere journalisten in Gaza met wie NRC sprak, beschrijven een constante angst om doelwit te worden: „Op ieder moment kunnen wij zelf het nieuws worden”, zegt fotograaf Omar Al-Qattaa (35), die onder meer voor persbureau Agence France-Presse (AFP) werkt, telefonisch. „Voor de oorlog dacht ik dat journalisten enige bescherming zouden hebben. Maar we zijn allemaal doelwit.” Hij vertelt dat de bevolking soms bang is om in de buurt van journalisten te komen, vooral wanneer zij een persvest dragen.
Journalist Salem al-Rayes, die voor de Arabischtalige media Al-Majalla en Al-Manassa werkt, vertelt dat collega’s door Israël zijn aangevallen terwijl zij duidelijk ‘TV’ of ‘Pers’ op hun auto’s of kleding hadden staan. Ook hij werkt niettemin door. Voorafgaand aan 2023 heeft hij al vijf oorlogen in Gaza verslagen. De huidige is anders: hij raakte gedwongen ontheemd en zijn huis in Gaza-Stad werd volledig verwoest. Vorig jaar kon hij zijn kinderen naar Cairo sturen; zelf bleef hij achter in Gaza.
„Er zijn constant gebeurtenissen om te verslaan. Soms werken we 48 uur achter elkaar.” Israël sloot herhaaldelijk de toevoer van elektriciteit, brandstof en voedsel af. Hij verbleef daarom regelmatig dichtbij ziekenhuizen voor elektriciteit en internet.
Al-Rayes vertelt dat sommige onderwerpen in Gaza gevaarlijk zijn om te verslaan, zoals de activiteiten van gewapende verzetsgroepen of lokale bendes die hulpgoederen stelen. „We kunnen in de problemen komen met lokale gangs of groepen, die niet altijd bekend zijn. Er is angst en een enorme psychologische druk tijdens ons werk.”
Enkele journalisten in Gaza hebben bij het CPJ en het Palestijnse Journalisten Syndicaat in Ramallah melding gemaakt van intimidaties en bedreigingen door veiligheidsagenten van Hamas, deels anoniem uit angst voor represailles.
Niet alleen in Gaza, maar ook op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem worden journalisten al jaren aangevallen. Toen in 2022 de Palestijnse Al Jazeera-verslaggever Shireen Abu Akleh werd doodgeschoten door een Israëlische soldaat terwijl zij verslag deed van een inval van het leger in Jenin, bracht dat een internationale schok teweeg. Na aanvankelijke ontkenning gaf Israël toe dat er een „grote kans was” dat een Israëlische soldaat had geschoten. Inmiddels erkent het Israëlische leger openlijk dat het journalisten doodt: vorige week zondag bevestigde het direct de aanslag op Al-Sharif in Gaza.
Een vrouw brandt een kaars voor een poster van Al Jazeera-journalist Shireen Abu Akleh, die in 2022 werd doodgeschoten in Jenin.
Sinds 7 oktober 2023 zijn in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en in Jeruzalem volgens cijfers van het CPJ negentig Palestijnse journalisten opgepakt; 85 door Israël, en vijf door de Palestijnse Autoriteit. Israël was daarmee volgens het CPJ in 2024 het tweede land ter wereld dat de meeste journalisten heeft vastgezet. Twaalf van hen worden zonder aanklacht of proces vastgehouden in „administratieve detentie” die eindeloos verlengd kan worden. Daarnaast worden diverse journalisten uit Gaza zonder proces op onbekende locaties vastgehouden, voor onbepaalde tijd.
Freelancejournalist Lama Ghosheh, die sinds 2014 vanuit Oost-Jeruzalem werkt, is drie keer opgepakt vanwege haar werk: in 2017 en 2018, toen ze als journalist voor een ngo werkte, en in 2022, op beschuldiging van „opruiing” en „steun aan terreurorganisaties”. Er werd haar achtereenvolgens een gevangenisstraf, huisarrest en een taakstraf opgelegd.
„De journalistiek in Palestina is een beroep van de dood geworden. Iedere keer als je de deur uitgaat om een gebeurtenis te verslaan, weet je dat er een mogelijkheid is dat je niet terugkeert doordat je ofwel wordt opgepakt, of wordt gedood”, zegt Ghosheh. „Mijn kinderen, familie en vrienden zijn allemaal bezorgd om het werk wat ik doe. Toch denk ik er nooit over om te stoppen.”
Journalist Mostafa Alkharouf werd in december 2023 opgenomen in een ziekenhuis nadat hij door Israëlische agenten in elkaar was geslagen.
Mostafa Alkharouf (38), die als fotograaf in Israël en Oost-Jeruzalem voor het Turkse persbureau Anadolu Agency werkt, vertelt dat het voor een Palestijnse journalist lastiger kan zijn om informatie of toegang te verkrijgen van de Israëlische autoriteiten dan voor zijn Joods-Israëlische collega’s, vertelt hij telefonisch. „Zo is het bijvoorbeeld moeilijk om de luchthaven Ben Gurion [bij Tel Aviv] binnen te komen om daar te fotograferen.”
Ook worden hem beperkingen opgelegd, met name in en rond de Oude Stad in Oost-Jeruzalem: „Hoewel er geen wetgeving voor is, wordt mij bijvoorbeeld regelmatig verteld dat ik de al-Aqsa-moskee niet mag fotograferen”, zegt Alkharouf. „Als ik fotografeer in Oost-Jeruzalem, kan de politie mij allerlei vragen stellen of om mijn identiteitskaart vragen, alsof ze mij verhoren. Ik heb minder vrijheid in mijn werk.” Op 15 december 2023 werd Alkharouf, terwijl hij net buiten de Oude Stad verslag deed, in elkaar geslagen door Israëlische agenten.
Journalisten in Gaza zijn behalve met hun werk ook constant bezig met overleven. Vorige maand moest fotograaf Bashar Taleb, die voor AFP en NRC werkt, zijn werk noodgedwongen neerleggen door de honger vanwege de Israëlische blokkade van voedselhulp. Ook Al-Qattaa is bezig met overleven: „Ik ben net als iedere ander in Gaza ontheemd en moet op zoek naar water en eten voor mijn kinderen, hout om mee te koken en manieren om mijn telefoon op te laden.”
Al-Rayes voelt ondanks de constante dreiging een grote verantwoordelijkheid om door te gaan: „Deze oorlog heeft geleid tot een dieper gevoel van het belang van ons werk. Er leunt een gewicht op onze schouders om te documenteren wat er gebeurt. Maar we hebben de wereld de oorlog niet zien stoppen, of Israëlische militaire leiders ter verantwoording zien roepen voor de aanhoudende bloedbaden. Misschien komt het echte resultaat van ons werk later, als archiefmateriaal voor internationale rechtbanken.”
Source: NRC