Indonesië viert zondag 17 augustus tachtig jaar onafhankelijkheid. Een datum die Nederland decennialang niet erkende, volhardend in zijn eigen verhaal. Ook nu laten Nederlanders de koloniale droom van Indië niet los, signaleert oud-correspondent Michel Maas.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was hij correspondent in Oost-Europa en Zuidoost-Azië.
‘Hadden die Nederlanders in 1945 niet in de gaten dat wij ze hier niet meer wilden hebben?’ ‘Pak Jenderal’, meneer de generaal, een koosnaam die zijn kinderen hem hebben gegeven want hij was geen generaal, stelt de vraag die zijn hele leven onbeantwoord door zijn hoofd heeft gespookt. De Indonesische veteraan was 16 toen de ‘koloniale oorlog’ begon. Hij loog dat hij 18 was en kreeg een geweer, waarmee hij vier jaar lang op elk Nederlands uniform schoot dat hij in het vizier kon krijgen.
Als hij mij de vraag stelt, is hij al dik in de zeventig. Hij hoopt dat ik het antwoord heb, ik ben immers een ‘Belanda’ – Hollander – en mijn vader heeft aan de andere kant als Nederlands vrijwilliger gevochten. Maar ik weet het antwoord ook niet. ‘Ik denk niet dat ze het in de gaten hadden’, zeg ik.
Zijn simpele vraag verontrust me niettemin, want er schuilt een verzet in dat veel ouder is en dieper gaat dan die nadagen van augustus 1945. Indonesiërs hebben nooit van de Nederlanders gehouden. Ze wilden dat ze wegbleven, en ditmaal voorgoed.
Nederlanders daarentegen zijn blijven geloven in hun eigen geromantiseerde beeld van de kolonie. Ze hielden vol dat het gros van de bevolking achter ze stond. Dat doet propaganda. Dezelfde propaganda waarmee Nederland zijn eigen bevolking de koloniale droom had verkocht van het Nederlands paradijs in het oosten, met zijn palmbomen, wevende vrouwen, eindeloze theetuinen, villa’s, paleizen en suikerplantages.
De kolonie was een tweede Nederland, mooier en groter dan het origineel, en alles was er alleen voor de Nederlanders. De gebouwen, de wetten, de instellingen, de justitie dienden uitsluitend Nederland en de Nederlanders. De rassenscheiding die minutieus werd vastgelegd ondersteunde dit. Bij zwembaden hingen bordjes met ‘verboden voor honden en inlanders’.
Nederlanders voelden zich superieur vanaf het moment dat zij arriveerden in Batavia, schreef Beb Vuyk in 1939 in haar boek Het laatste huis van de wereld. ‘Vrijwel iedereen die in Indië aankomt met het doel hier een werkkring te vinden, is reeds begonnen te veranderen. De bescheiden man, die zich te Genua heeft ingescheept, is vele graden belangrijker geworden, wanneer hij te Priok aan wal stapt.’
Vuyks opmerkingsvermogen was zeldzaam, en is dat nog steeds. Het gevoel van superioriteit blijkt helaas net zo onuitroeibaar als de droom van Indië.
Indonesië viert op 17 augustus dat het tachtig jaar onafhankelijk is van Nederland. Nederland zelf heeft tientallen jaren volgehouden dat dat de verkeerde datum is, en het verkeerde jaartal. Volgens Nederland is Indonesië pas onafhankelijk geworden toen niet Jakarta, maar Den Haag dat besliste: op 27 december 1949, bij de ondertekening van de soevereiniteitsoverdracht.
Alsof Engeland Amerika zijn Fourth of July (1776) zou afnemen omdat het einde van de oorlog tussen beide landen pas in 1783 werd beklonken, bij de Vrede van Parijs.
Nederland probeert tot de dag van vandaag te volharden in zijn gelijk. Het blijft stiekem volhouden dat Indonesië pas op 27 december ‘echt’ onafhankelijk is geworden. Zelfs in 2023, toen premier Mark Rutte triomfantelijk verklaarde dat Nederland 17 augustus ‘volledig’ erkende, volgde daarop onmiddellijk het zuinige voorbehoud van zijn ministerie, dat op die erkenning geen juridische claims mochten worden gebaseerd. Waarmee het woordje ‘volledig’ zijn waarde verloor.
Nederland meende ook na 1945 Indonesië de wet te kunnen voorschrijven, te beginnen bij de soevereiniteitsoverdracht. Dat was een stuk papier dat Indonesië in 1949 tekende met als enige drijfveer de vurige wens om voorgoed van de Nederlanders verlost te zijn.
Nederland tekende het om te kunnen volhouden dat niet alles was verloren. In de overdracht werd bepaald dat Indonesië een federatie zou worden, en zelfs dat er een Nederlands-Indonesische Unie werd opgericht onder leiding van de koningin, zodat Indonesië nog steeds een beetje Nederlands zou blijven.
De federatie verdween vervolgens op 17 augustus 1950 in de prullenbak, en de unie niet veel later. Nederland had het zelfs gepresteerd Indonesië 4,5 miljard gulden te laten betalen voor alle kosten die Nederland had gemaakt: Indonesië betaalde, al was het maar om zeker te zijn dat de Nederlanders niet nog een keer zouden terugkomen.
Nederlanders weten na tachtig jaar nog steeds weinig van het moderne Indonesië. Ze bezoeken het land wel als toerist, maar gaan daar toch vaak op zoek naar de geromantiseerde versie van Indië die ze kennen van zwart-witfoto’s en prentenboeken. Als ze een Nederlands gebouw zien, een villa, een paleis, een handelskantoor, een theetuin of een suikerplantage, veren ze op en lijkt het even of ze op bedevaart zijn. Als ze Nederlandse woorden horen, voelt dat voor ze alsof die iets van liefde suggereren en bewijzen dat het koloniale verleden zo erg nog niet was.
In toespraken hoor je minister-presidenten, zakenlui, koninginnen en de koning keer op keer benadrukken dat er oude banden zijn, dat Nederland en Indonesië een lange geschiedenis delen. Zakenmissies zeiden het ze na. Dat we zo veel ‘gezamenlijk’ hadden, een woord dat verdacht veel op ‘gezellig’ lijkt.
Termen als ‘gezamenlijk’ en ‘gedeelde geschiedenis’ houden de leugen levend dat Nederlanders en Indonesiërs hand in hand en in grote blijdschap de onderdrukking hebben beleefd.
De reactie van ‘Pak Jenderal’ maakte duidelijk dat Indonesiërs zelf daar heel anders over dachten. Hij had uitbundig feestgevierd met zijn vrienden toen de Japanners zich overgaven, en ze waren euforisch geweest toen hun leider Soekarno, de eerste president van Indonesië, twee dagen later op 17 augustus 1945 het land onafhankelijk verklaarde.
Indonesië was van hen, eindelijk, na 350 jaar. Zelfs de verlegen jongen van 16 kon de gedachte niet verdragen dat alle vreugde, alles, voor niets zou zijn geweest. Toen de Nederlanders terugkwamen om Indonesië opnieuw te veroveren, begon hij op ze te schieten. Sindsdien stelt hij steeds dezelfde vraag: snapten ze echt niet dat ze hier niet langer welkom waren?
Van Michel Maas verscheen deze week het boek De Gelogen Kolonie; Naar Indonesië om Indië te vergeten.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant