Home

Eet geen ei van hobbykip­pen, is het advies. Maar wat doet pfas met kippen zelf, en andere dieren?

Pfas zit niet alleen in mensen, maar ook in dieren, soms honderden keren meer dan de limiet. Wetenschappers maken zich zorgen over de gevolgen voor hun immuunsysteem en voortplanting. ‘Iedereen ontrafelt steeds een klein stukje.’

is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.

We hebben het inmiddels allemaal in het bloed, stelde het RIVM onlangs vast: pfas, oftewel per- en polyfluoralkylstoffen. Meer dan goed voor ons is, want bij vrijwel alle van de vijftienhonderd onderzochte bloedmonsters lag de concentratie boven de gezondheidskundige grenswaarde, die nog als veilig wordt beschouwd.

Eerder al werd het eten van eieren van eigen ‘hobbykippen’ afgeraden, drinkwater is ook al verdacht: te hoge doses pfas. Wat dat precies met mensen doet, is nog onduidelijk. Het immuunsysteem kan minder goed werken, andere onderzoeken wijzen op mogelijke effecten op de voortplanting en op de ontwikkeling van het ongeboren kind. Ook kunnen pfas-varianten ‘een effect hebben op cholesterol in het bloed, effecten op de lever geven en nier- en testiskanker veroorzaken’, somt het RIVM op.

Tot zover de mensenzorgen. Die hadden de overhand in de berichtgeving rondom pfas, een verzamelnaam voor meer dan vierduizend chemische stoffen die vanwege hun water- en vuilafstotende werking worden gebruikt in pannen met een antiaanbaklaag, bakpapier, regenkleding, cosmetica en blusschuim. Als die stoffen door het milieu zwerven en hobbykippen bereiken (die het zeer vermoedelijk weer hebben van de regenwormen die zij oppikken), moeten die ook wat doen met wilde dieren en planten. Maar wat?

IJsberen, tijgers, apen en panda’s

De eerste onderzoeksresultaten van de afgelopen paar jaar klinken alarmerend. In 2023 verscheen een onderzoek van de Environmental Working Group (EWG), een Amerikaanse belangengroep die aan de hand van eigen onderzoek bewustwording rondom milieuzaken wil bevorderen, dat bij meer dan 330 wilde diersoorten uit de hele wereld pfas was aangetroffen. Het ging onder meer om ijsberen, tijgers, apen, panda’s, dolfijnen, vissen, vogels, kikkers, paarden, katten, eekhoorns en otters.

Op Hawaï en elders in de noordelijke Stille Oceaan zouden de met uitsterven bedreigde karet- en groene zeeschildpadden nog maar weinig jongen krijgen, als gevolg van pfas. In de Amerikaanse staat Wisconsin zouden boomzwaluwen hetzelfde lot ondergaan. Langzamer zwemmende brasems in Michigan, infectieziekten bij zuidelijke zeeotters in Californië, schildklierproblemen bij klapmutsen in het Noordpoolgebied: het is allemaal gesuggereerd als gevolg van pfas.

Oktober vorig jaar: ‘In het vlees van runderen die in het Verdronken Land van Saeftinghe grazen is door de Belgisch overheid tot vier keer de norm voor pfas in voor consumptie bestemd vlees aangetroffen.’

Vorige maand in het Britse nieuws: bijna alle rivieren, meren en vijvers in Engeland die getest zijn op pfas, overschrijden de voorgestelde nieuwste veiligheidslimieten; 85 procent bevat niveaus die minstens vijf keer hoger liggen.

Onderzoekers ontdekten ook dat de niveaus van het kankerverwekkende pfos, behorend tot de pfas-groep, in vis gemiddeld 322 keer hoger waren dan de geplande limieten voor in het wild levende dieren.

Predatoren in de Westerschelde

In Nederland lijkt het beeld weinig anders. ‘Pfas is momenteel de belangrijkste probleemstof voor het ecosysteem van de Westerschelde’, concludeerden onderzoekers van de Wageningen Universiteit (WUR) in een rapport eind 2024. De concentraties die werden aangetroffen in drie onderzochte toppredatoren (het visdiefje, de gewone zeehond en de bruinvis) bevatten dusdanige concentraties, dat ze ‘een negatieve invloed kunnen hebben op deze dieren en daarmee op de Natura 2000-instandhoudingsdoelen voor deze soorten in de Westerschelde’.

Het relatief goede nieuws: de trend in pfas-niveaus in de Westerschelde is aan het afnemen. Dat constateert Martine van den Heuvel-Greve, als marien bioloog bij Wageningen Marine Research betrokken bij het onderzoek in de Westerschelde. Die dalende trend is volgens haar niet vreemd: ‘Vanwege de aandacht voor pfas is er veel discussie en zijn er ook maatregelen genomen.’

Meetresultaten van 2023 tonen voor vier pfas-componenten een daling in de Westerschelde ten opzichte van metingen in de periode van 2006 tot 2008. Maar pfas is een verzamelnaam voor meer dan vierduizend stoffen, waardoor hiermee geen uitspraak kan worden gedaan over alle pfas, zo schreef het rapport ook.

Wat dit nu betekent voor dieren en het ecosysteem, blijft ook voor Van den Heuvel-Greve lastig. ‘Als je weet hoeveel er in een dier zit, weet je nog niet wat dat doet’, zegt zij.

‘Een aantal pfas-stoffen zijn niet direct giftig, eventuele effecten zijn dan subtieler. Langdurige blootstelling aan lage concentraties zijn bovendien moeilijk meetbaar. Daar bestaan ook heel weinig studies over, evenmin over de grenswaarden waarbij effecten waarneembaar zijn’, aldus Van den Heuvel-Greve.

Extra complicatie is de aanwezigheid van nog veel andere chemische stoffen. Van den Heuvel-Greve: ‘Vaak gaat het om een cocktail van chemicaliën, die samen effecten kunnen hebben op het ecosysteem.’ De reeks is lang en moedeloos stemmend: het gaat in het geval van de Westerschelde bijvoorbeeld om pcb’s, pbde’s, b-hepo, organotin (TBT), cadmium, en in mindere mate paks, koper en seleen.

‘Cocktail van probleemstoffen’

Pfas veroorzaakt waarschijnlijk bij verschillende diersoorten effecten, maar zoals het zogeheten Hoofdlijnenrapport van de WUR het omschrijft: ‘Effecten van schadelijke stoffen zijn vaak moeilijk zichtbaar in dieren in het wild. Dat komt omdat de stofgroepen vaak ingrijpen op een klein stukje van het functioneren van een dier, zoals het immuunsysteem, de hormoonhuishouding en/of de voortplanting. De gevolgen van een dergelijke verstoring zijn hierdoor niet direct zichtbaar, maar kunnen op termijn wel de veerkracht van de populatie verminderen, zeker als ook andere stressfactoren optreden. Daarnaast is de kennis over één stofgroep vaak al beperkt, terwijl in de natuur een cocktail van probleemstoffen aanwezig is. Deze stoffen kunnen elkaars effecten versterken of juist verminderen in een organisme.’

Van den Heuvel-Greve noemt vogels waarbij de bloedsamenstelling werd verstoord. ‘Bij onder meer de koolmees is aangetoond dat bepaalde bloedeiwitten toenemen onder invloed van pfas, terwijl verschillende typen vet in het bloed, zoals triglyceriden en cholesterol, juist afnemen. Maar opnieuw is het lastig te zeggen wat dat op lange termijn betekent voor het dier. Bovendien zijn deze metingen gedaan met dieren onder gecontroleerde omstandigheden in gevangenschap, wat weer anders is dan wanneer je dit soort indicatoren meet bij dieren in het wild die sterk beïnvloed worden door allerlei factoren in hun leefomgeving.’

In de Westerschelde blijkt pfos de belangrijkste stof, tevens de bekendste van alle pfas-componenten. ‘In de garnalen die we onderzochten bleek 65 tot 70 procent van het totaal gemeten pfas te bestaan uit pfos. Bij andere diersoorten ligt dat percentage nog hoger. Met name in de bot, een platvis, zijn de concentraties hoog. De bot is een soort worstcase-indicator. Het is een bodemvis die heel plaatsgebonden is en wormen en garnalen eet, die al flink zijn opgeladen met pfas.’

Al even lang zal het volgens de onderzoeker duren eer de wetenschap de vinger heeft weten te leggen op de complexe vraag wat pfas doet met de natuur. ‘Wereldwijd zijn de onderzoeken heel fragmentarisch; iedereen ontrafelt steeds een klein stukje, terwijl het grote beeld nog ontbreekt. Dat is een verschil met bijvoorbeeld pcb’s, een stofgroep die ruim veertig jaar onderzocht is en die we nu goed kennen. Pfas is lastiger: het gedraagt zich anders, niet ieder onderzoek gaat over dezelfde componenten en gebruik maken van kennis van andere stoffen gaat dus niet. Het zal echt nog meerdere jaren duren voor we meer inzicht hebben, misschien wel tientallen jaren.’

Tot die tijd is aandacht voor de gevolgen van pfas, ook in de natuur, geboden. ‘Door de zorgen rondom deze stofgroep worden maatregelen ontwikkeld die ertoe leiden dat er minder pfas in het milieu terechtkomen. Tegelijkertijd kan de kennis verder worden uitgebouwd om beter te begrijpen wat de gevolgen van blootstelling aan pfas zijn voor voor planten en dieren.’

Kabinet tegen nationaal verbod

Het demissionaire kabinet ziet niets in een nationaal verbod op het gebruik of het lozen van pfas. Geen van beide opties leidt snel tot een afname van deze chemische stoffen in het milieu. Dat schreven minister Robert Tieman en staatssecretaris Thierry Aartsen (Infrastructuur en Waterstaat) vorige week aan de Tweede Kamer.

Nederland zet al enkele jaren in op een Europees pfas-verbod, maar dat blijkt een moeizaam en tijdrovend proces. Onder meer gemeenten en waterschappen dringen daarom aan op een nationaal verbod. Een meerderheid in de Tweede Kamer riep het kabinet vorig jaar op de mogelijkheden daarvoor te verkennen.

Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next