Home

‘Vroeger werden we gekoloniseerd, nu geeft deze regering ons geen onafhankelijkheid’

Indonesië Zondag is het tachtig jaar geleden dat Soekarno de Indonesische onafhankelijkheid uitriep. In Blok M, een winkelwijk in het zuiden van Jakarta, vertellen mensen van verschillende generaties wat vrijheid voor hen betekent.

Bezoekers van Blok M op een vrijdagavond.

Op 17 augustus 1945 roept Soekarno, die de dag erna tot president wordt gekozen, in zijn voortuin in Jakarta de onafhankelijkheid van Indonesië uit. Tachtig jaar later telt Indonesië, een van de grootste landen van de wereld, 280 miljoen inwoners verspreid over 17.000 tropische eilanden. Zijn de beloftes van een vrij, rechtvaardig en democratisch Indonesië uitgekomen? In Blok M, een winkelwijk voor de middenklasse in het zuiden van Jakarta, vroeg NRC aan zes mensen van verschillende generaties wat vrijheid voor hen betekent. Want ook na de onafhankelijkheid was vrijheid niet voor iedereen vanzelfsprekend. Na een zwarte periode onder autocraat Soeharto, die in 1998 na een volksopstand werd afgezet, werd het democratiseringsproces opnieuw opgestart. Maar de laatste tijd wordt steeds duidelijker dat de macht opnieuw – beter gezegd, nog steeds – in handen is van een oligarchische elite. En sinds het aantreden van president Prabowo, de ex-schoonzoon van Soeharto, neemt ook de militarisering toe. Hoe ziet de doorsneebezoeker van Blok M de toekomst van de archipel? Speelt het koloniale verleden nog een rol?

Amru Admah (60)‘Er is nu meer vrijheid dan in de jaren tachtig’

Amru Admah is met pensioen.

De gepensioneerde Amru Admah (60) geniet op een bankje tegenover de levendige maar vervallen Pasaraya Shopping Mall van Javaanse ijskoffie in een plastic mok. Zijn vrouw Lydia (59) is aan het winkelen. Ze zijn een dagje uit. „Dit is voor mij vrijheid”, zegt hij. „Ik vind het niet erg om op haar te wachten. Ik heb alle tijd.” Zijn leven lang werkte hij, deels gedurende de dictatoriale jaren van het Soeharto-regime, voor een staatsmijnbouwbedrijf. „Ik ben blij dat ik kan genieten van ons opgebouwde pensioen. Het is niet veel, maar we redden het.” Hij is trots op Indonesië. „We zijn van ver gekomen.” Hij erkent dat er na de onafhankelijkheid donkere jaren waren. „Er is nu meer vrijheid dan in de jaren tachtig. Mensen kunnen hun mening uiten en dat is belangrijk.” Wel maakt hij zich zorgen over de toekomst van zijn studerende kinderen, zoon Rudy (22) en dochter Nindi (20). „Tegenwoordig is een diploma halen niet genoeg. De regering moet kansen creëren waar ze de juiste vaardigheden kunnen opdoen, zodat ze klaar zijn voor de nieuwe technologische wereld die eraan komt.” Admah twijfelt of de overheid daar wel genoeg oog voor heeft.

Balqist Nathania‘We protesteren al maanden, maar ze horen ons niet’

Balqist Nathania gaat dit najaar studeren in Jakarta.

Verderop poseert de zorgvuldig opgemaakte studente psychologie Balqist Nathania (19) met haar twee vriendinnen Raida (20) en Zeha (20) voor foto’s die ze op Instagram willen zetten. De vrouwen komen uit Yogyakarta en logeren bij familie. Ze gebruiken hun vakantie om de stad te verkennen, aan het einde van de maand zullen ze in Jakarta hun studie beginnen. Hun eerste uitstapje zonder familietoezicht bevalt goed. „We hoorden van vrienden dat je hier lekker kunt eten. We hebben net Japanse noedels gehad en gaan zo op zoek naar een dessert.” Nathania geniet van haar vrijheid. „Ik leef nu wel van het geld van mijn vader, maar ik heb de vrijheid om zelf te kiezen waaraan ik het uitgeef.” Echte vrijheid is financiële autonomie, benadrukt ze. „Ik groeide op met een werkende moeder. Zij is mijn rolmodel.”

Ze heeft weinig hoop voor de toekomst. Ze was erbij tijdens de studentenprotesten in februari, tegen de nieuwe wet die het leger veel macht geeft. „Vroeger werden we gekoloniseerd, nu geeft de huidige regering ons geen onafhankelijkheid. Onze rechten worden geschonden en daardoor zijn we niet vrij. We protesteren al maanden, maar ze horen ons niet.” Wat moet er anders? „Wat niet? Er is zoveel mis. Ik weet niet waar ik moet beginnen.” Nathania maakt zich zorgen of ze in de toekomst haar eigen geld kan verdienen. „Er zijn te weinig banen. En het wordt steeds erger. Ik hoop dat de overheid ons hoort en de werkloosheid aanpakt, zodat wij een mooi leven tegemoet kunnen zien.”

Nazira Mouli (18)‘Het probleem is dat juist rijke mensen een studiebeurs krijgen, niet de armen’

Nazira Mouli start deze maand met haar studie Literatuur.

Nazira Mouli (18) woont in Sukabumi, een stadje op honderd kilometer van Jakarta. Ze logeert bij haar oma. Ze begint deze maand met haar studie. „Literatuur. Ik was net in de boekwinkel aan het neuzen”, vertelt ze achter een kop matcha-thee op een terrasje van een levensmiddelenwinkel. Ze is naar Blok M gekomen om een muziekoptreden bij te wonen. De wijk staat bekend om betaalbare uitgaansgelegenheden en optredens van bandjes. Mouli is kritisch op de huidige regering. „We leven in donkere tijden. Er zijn veel onopgeloste problemen, bijvoorbeeld de toegang tot onderwijs. Veel te duur. En het probleem is dat juist rijke mensen een studiebeurs krijgen, niet de armen. Ik heb geluk dat mijn familie mijn studie kan betalen.” Mouli is naar Indonesische normen opvallend gekleed, met haar hotpants en hoge sokken. „Ik voel me niet altijd veilig, nee. Maar ik negeer afkeurende opmerkingen, want dit is mijn stijl. In deze kleding voel ik me mezelf.” Ook in muziek vindt ze vrijheid. „Ik ga graag naar concerten van alternatieve muziek, vooral als ze een boodschap hebben. Bijvoorbeeld als ze steun uitspreken voor Palestina en commentaar hebben op het nieuws. Zoals Sukatani deed.” De Indonesische punkband maakte een lied waarin de muzikanten corrupte politieagenten belachelijk maakten – dat vervolgens werd verboden. „Het is belangrijk dat we onze mening kunnen geven.”

Jajat Ahmaddarajat (64)‘De koloniale techniek van verdeel en heers wordt nu weer toegepast’

Jajat Ahmadarajat is met pensioen.

Sinds zijn pensioen gaat Jajat Ahmaddarajat (64) elke vrijdag met drie oude schoolvrienden op pad. Vandaag hangen ze in het hart van Blok M in een koffiebar van een supermarkt. „We leven in een heroïsch land”, zegt Ahmaddarajat trots. „We hebben ons vrijgevochten van vijf landen, Nederland, Japan, de Britten, Portugal en Frankrijk.” Als hij wil antwoorden op de vraag of het koloniale verleden nog doorwerkt, krijgt hij een duw van zijn vriend Harry Hikmat (64). „Ze is Nederlands”, fluistert hij. Na een korte geruststelling van de journalist dat ze niet beledigd zal zijn en kritiek geen probleem is, hervat hij het gesprek. „De Nederlanders hebben destijds infrastructuur aangelegd. Prima. Maar dat geeft ze geen recht om zich met het huidige Indonesië te bemoeien. Over mensenrechten en zo.” Niet dat het zo perfect is. Het onafhankelijkheidsproces gaat met pieken en dalen, stelt hij. „Soeharto deed het weer anders dan Soekarno. En ik ben teleurgesteld in Jokowi (de voorlaatste president van Indonesië). Er is grote ongelijkheid.” Ahmaddarajat wijst naar een vrouw die op de stoep aan voorbijgangers zakdoekjes te koop aanbiedt. Hij denkt niet dat de huidige regering op het goede pad zit. „De koloniale techniek van verdeel en heers wordt nu weer toegepast. De wetten zijn in het voordeel van de rijken en niet van de armen. Oligarchen regeren ons land. Ze doen allemaal dingen die we niet zien. Dan zetten ze, in Kalimantan bijvoorbeeld, opeens een hek om het land van inheemse bewoners en gaan ze er met de winst van de grondstoffen vandoor. Eigenlijk precies zoals in de tijd van de Nederlanders.”

Karina Wyjaya (41) ‘Wat is onze nationale identiteit eigenlijk?’

Karina Wijaya is styliste.

Styliste Karina Wyjaya (41), die regelmatig een hapje komt eten bij een van de traditionele eetstalletjes in Blok M, heeft een dubbel gevoel over de jaarlijkse onafhankelijkheidsviering. „Ik ben van Chinese afkomst. Mijn familie blijft liever stil op 17 augustus, want we zitten van oudsher in een rare positie.” Wyjaya refereert aan de uitzonderingspositie die de koloniale heersers gaven aan de Chinese handelaren. Ook tijdens het Soeharto-regime werden vooral zakenmannen van Chinese afkomst toegelaten tot de binnenste kringen van de macht. In beide periodes was de Indonesische-Chinese gemeenschap tijdens onlusten doelwit van geweld. In Wyjaya’s familie heeft die geschiedenis angst nagelaten. „Op dagen zoals de dag van de onafhankelijkheid vraag ik me af: hoe passen wij in de nationale identiteit? Ik ben opgegroeid met het gevoel dat ik een buitenstaander ben. En wat is onze nationale identiteit eigenlijk? Er zijn Arabische invloeden, we hebben allerlei eetculturen. Er is zoveel verscheidenheid. Als ik erover nadenk, duizelt het me.”

Hayatunnufus (49)‘Mijn kinderen zijn slimmer dan ik. Dat geeft hoop dat Indonesië een mooie toekomst heeft’

Hayatunnufus werkt bij een marketingbureau.

Hayatunnufus (49), ze heeft één naam, heeft haar avondeten opgeschept. Ze werkt al twintig jaar bij een marketingbureau en heeft net haar werkdag afgerond. Wat betekent vrijheid voor haar? „Mijn werk”, zegt ze na een korte overpeinzing. „Van mijn familie hoef ik niet te werken, maar ik wil zelf graag bijdragen aan de toekomst van onze kinderen.” Ze zou nooit hele dagen thuis willen zitten. „Ik kom niet uit een geprivilegieerde familie. Zoals ons land vocht voor onafhankelijkheid, deed onze familie dat ook. Ik heb een beter leven dan mijn ouders. En ik wil dat mijn kinderen het beter krijgen dan ik. Inshallah.” Hayatunnufus heeft drie kinderen. Twee studeren nog. De oudste is al afgestudeerd en heeft negen maanden geleden een dochter gekregen. Trots laat ze een foto van haar kleindochter zien en scrolt dan door naar een foto van zoon Papo (22), die naast zijn studie als model werkt. „Mijn kinderen zijn slimmer dan ik. Dat geeft hoop dat Indonesië een mooie toekomst heeft.”

Jonge inwoners van Jakarta in het park in winkelwijk Blok M.

Source: NRC

Previous

Next