Home

Indonesië heeft in drie generaties ongelooflijk veel bereikt. Toch is er nog genoeg werk aan de winkel

Indonesië viert zondag 17 augustus tachtig jaar onafhankelijkheid van Nederland. Dat markeert het land onder meer met een officiële herschrijving van de koloniale geschiedenis. Een goed moment om de balans op te maken: wat heeft Indonesië sinds 1945 allemaal bereikt, en wat (nog) niet?

is correspondent Zuidoost-Azië van de Volkskrant. Hij woont in Indonesië.

Toen de nationalistische leider Soekarno op 17 augustus 1945 zijn haastig geformuleerde onafhankelijkheidsverklaring voorlas – ‘Wij, het Indonesische volk, verklaren hierbij de onafhankelijkheid van Indonesië. Zaken betreffende de overdracht van macht, enz., zullen op zorgvuldige wijze en zo spoedig mogelijk worden geregeld’ – stond hij voor een schier onmogelijke taak.

Hoe smeed je een archipel van 17 duizend eilanden met 390 verschillende volken en 780 talen, waar net 4 miljoen doden zijn gevallen tijdens de Japanse bezetting, om tot één natie, met één taal? En toen moest de drie jaar durende onafhankelijkheidsoorlog tegen Nederland nog beginnen.

Wie nu door Indonesië rijdt, van het islamitische Atjeh in het westen tot het christelijke Papoea in het oosten, passeert de hele rit lang min of meer dezelfde aaneenschakeling van toko’s (winkels), warungs (eethuizen) en zelfgebouwde woningen en werkplaatsen, pittoresk onderbroken door rijstvelden en regenwouden.

Vrijwel overal spreekt men Bahasa Indonesia (een variant van het Maleis), wappert de rood-witte vlag, lopen kinderen naar school in hun rood-witte uniformen en kun je dag en nacht wasmiddel of melk kopen in een helverlichte Indomaret-minisupermarkt. Bijna overal mopperen Indonesiërs over corruptie, sociale ongelijkheid en wanbestuur, maar desondanks zijn zij trots op hun land en hun identiteit.

Zondag viert Indonesië tachtig jaar onafhankelijkheid van Nederland. Ook dit jaar zullen tieners in smetteloos witte uniformen de vlag hijsen op dorpspleinen, voorbijgangers zullen plechtig salueren en het volkslied meezingen, waarna het tijd is om samen te picknicken op een veldje en oud-Hollandse spelletjes te spelen: makan krupuk (kroepoekhappen), balap karung (zaklopen) en panjat pinang (paalklimmen).

Dit jubileumjaar presenteert de regering tevens een officiële herschrijving van de eigen geschiedenis. Daarin beheerst Nederland bijvoorbeeld niet langer 350 jaar de hele archipel (wat klopt) en verdwijnen, tot verontwaardiging van activisten en historici, enkele grove mensenrechtenschendingen door het leger uit de leerboeken.

Een goed moment dus om de balans op te maken: wat heeft Indonesië sinds zijn onafhankelijkheid van Nederland bereikt? En wat nog niet?

Meer (slecht verdeelde) welvaart

Op het eerste gezicht staat Indonesië er op economisch gebied wel goed voor. Het land is rijk aan natuurlijke hulpbronnen en beschikt over veel goedkope arbeidskrachten voor de industrie. De economie groeit al decennialang met zo’n 5 procent per jaar (ter vergelijking: Nederland verwacht dit jaar 1,1 procent groei), het aantal Indonesiërs dat onder de armoedegrens (31 euro per maand) leeft is gedaald naar 24 miljoen (8,5 procent van de bevolking) en een groeiende middenklasse winkelt in glanzende winkelcentra en viert vakantie in Zuid-Korea of Japan.

Wel is die welvaart zeer ongelijk verdeeld: de rijkste vijftig Indonesiërs bezitten evenveel als vijftig miljoen landgenoten samen.

Op sociaal gebied biedt Indonesië bijna gratis onderwijs aan kinderen tot 15 jaar, evenals basale gezondheidszorg voor iedereen. Dat is knap, in een archipel van 5.000 kilometer lengte met 285 miljoen inwoners, waar sommige dorpen slechts te voet of per prauw bereikbaar zijn.

Daar staat tegenover: de kwaliteit van het onderwijs laat vaak te wensen over. Veel leraren haken bijvoorbeeld af als ze in een buitengebied worden gestationeerd. Wie geld heeft, stuurt zijn kind liever naar een particuliere school of naar het buitenland. Hetzelfde geldt voor de medische zorg: jaarlijks vliegen meer dan twee miljoen Indonesiërs naar Maleisië, Singapore of Thailand voor hun jaarlijkse check-up of voor een behandeling.

Eenheid in verscheidenheid

De eerste president (Soekarno, 1945-1967) heeft een democratisch, egalitair en religieus tolerant land voor ogen. Diens Pancasila-filosofie leren scholieren nog steeds uit hun hoofd. Het nationale motto Bhinneka Tunggal Ika (‘Eenheid in verscheidenheid’) hangt in de hal van elk overheidsgebouw.

Tegelijkertijd onderdrukt Soekarno verzetsbewegingen op Sumatra, Sulawesi en de Molukken met de inzet van het leger. Ook lijft Indonesië in 1963 het westelijk deel van Nieuw-Guinea in, dat dan nog onderdeel is van het Nederlands Koninkrijk. Een aanval op Maleisisch Borneo (1963-1966) wordt afgeslagen door de Britten en Australiërs.

Soekarno’s economische beleid is ronduit antikapitalistisch, waardoor het jonge Indonesië door onteigeningen, kapitaalvlucht en onverantwoorde geldschepping al snel in een situatie van hyperinflatie en grootschalige armoede belandt. Na een schimmige coup in 1965 krijgt de founding father permanent huisarrest.

Soeharto aan de macht

Een bloedige strijd tegen vermeende communisten volgt, waarbij ten minste een half miljoen burgers omkomen en generaal Soeharto het presidentschap overneemt. Hij ontpopt zich tot een dictator die het land 31 jaar met ijzeren hand regeert; tegenstanders kunnen zomaar verdwijnen en een kleine groep getrouwen wordt steenrijk.

Toch denken sommige Indonesiërs met weemoed terug aan deze tijd – getuige de stickers met Pak Harto (‘Meneer Harto’) op de achterruiten van auto’s – want onder Soeharto’s bewind groeit de economie stevig en klimmen steeds meer gezinnen uit de armoede. De oud-generaal bezet vergeefs Oost-Timor (1975-1999), waarbij naar schatting honderdduizend burgers omkomen. De financiële crisis in Azië in 1997 leidt tot massale en aanhoudende demonstraties, waarna de dictator in 1998 verrassend aftreedt.

Periode van hervormingen

Een periode van optimisme en hervormingen breekt aan. De democratie wordt hersteld, militairen worden uit het openbaar bestuur verwijderd, de persvrijheid keert terug en een machtige anticorruptiewaakhond gaat aan de slag. Meer religieuze vrijheid leidt echter ook tot meer sektarisch geweld en bloedige bomaanslagen door islamitische extremisten. Op Sumatra, Java en Zuid-Sulawesi winnen conservatieve imams aan invloed en gaan steeds meer vrouwen gesluierd over straat. In 2003 wordt in de provincie Atjeh de sharia ingevoerd.

Na een wiebelige herstart, met drie presidenten in vijf jaar tijd, leveren de presidenten Susilo Bambang Yudhoyono (2004-2014) en Joko Widodo (2014-2024) stabiliteit en economische groei. In steden verrijst het ene na het andere glimmende winkelcentrum, evenals nieuwe buurten met rijtjeshuizen voor een groeiende middenklasse.

De laatste tijd lijken conservatieve krachten aan de winnende hand. Zo is de macht van de anticorruptie-autoriteit ingeperkt, krijgen militairen weer een grotere rol in het landsbestuur en is het nieuwe wetboek van strafrecht, dat volgend jaar van kracht wordt, een stuk conservatiever. Wie seks heeft buiten het huwelijk riskeert bijvoorbeeld één jaar cel, en wie de president beledigt kan drie jaar gevangenisstraf krijgen.

Veel vooruitgang

De Indonesische hoogleraar economie Didik Rachbini, tevens rector van de Paramadina-universiteit in Jakarta, benadrukt dat Indonesië veel democratische en economische vooruitgang heeft geboekt. Hij wijst desgevraagd op de miljardeninvesteringen in onderwijs en infrastructuur, de succesvolle bestrijding van analfabetisme en armoede, en de introductie van een nationale zorgverzekering.

‘Een belangrijke stap richting een welvaartsstaat’, mailt de onderzoeker. Didik prijst de macro-economische en politieke stabiliteit van de afgelopen twintig jaar.

Toch moet er volgens hem nog veel gebeuren om de Indonesische samenleving eerlijker en inclusiever te krijgen. ‘De kwaliteit van het onderwijs en het openbaar bestuur moet omhoog, de belastinginning moet effectiever, de staatsschuld is te hoog en de landbouw en industrie innoveren niet genoeg.’

Vanzelfsprekende realiteit

David Henley, hoogleraar Indonesische studies aan de Universiteit Leiden, stelt vast dat wat tachtig jaar geleden begon als een gedurfd en onzeker project, inmiddels een vanzelfsprekende realiteit is voor 285 miljoen mensen. ‘Een grote meerderheid identificeert zich positief met Indonesië als zijn of haar land. Alleen in Papoea is nog sprake van een serieuze separatistische beweging’, mailt de hoogleraar.

De verkiezing, in 2024, van de huidige president Prabowo Subianto, die beloofde het beleid van zijn voorganger voort te zetten, wijst volgens de onderzoeker op een onderliggende tevredenheid over de economische groei, de verbeterde publieke diensten en de politieke stabiliteit. ‘Er lijkt sprake van een breed gedragen sociaal contract tussen de politieke elite en de bevolking.’

Net als zijn Indonesische collega waarschuwt Henley voor het gebrek aan innovatief vermogen in Indonesië. Hij signaleert dat landen als Taiwan en Zuid-Korea, die tachtig jaar geleden begonnen vanuit een vergelijkbaar uitgangspunt, inmiddels veel rijker en beter ontwikkeld zijn. Ook buurlanden als Maleisië en Vietnam ontwikkelen zich volgens hem sneller op economisch gebied.

Corruptie

Zorgwekkender, waarschuwt de hoogleraar, is dat het openbaar bestuur grotendeels corrupt is en het rechtssysteem nauwelijks functioneert. ‘Indonesië laat zien dat rechteloosheid verrassend goed kan samengaan met economische groei en sociale stabiliteit.’

Combineer dat met de fortuinen die worden verdiend in de mijn- en landbouw, stelt Henley, en je begrijpt hoe het land zich kan ontwikkelen tot een oligarchie. ‘Enkele families zetten de politiek en de economie naar hun hand, met nog onbekende gevolgen voor de democratie, de maatschappij en de natuur van Indonesië.’

Werk aan de winkel

Nog ongelooflijk veel werk aan de winkel, zou dus de conclusie kunnen zijn. Sommige waarnemers grappen dat Indonesië na tachtig jaar nog steeds druk bezig is met het terloopse woordje ‘enzovoorts’ uit de befaamde onafhankelijkheidsverklaring. Je kunt ook zeggen: Indonesië heeft in drie generaties ongelooflijk veel bereikt.

Toen Soekarno zijn verklaring voorlas in een lommerrijke woonwijk in Batavia, telde die stad zo’n zeshonderdduizend inwoners. Inmiddels telt de metropoolregio Jakarta meer dan dertig miljoen inwoners en domineren spiegelende wolkenkrabbers en brede tolwegen het aangezicht. Maar wie onderweg naar buiten kijkt, ziet hier en daar ook duistere sloppenwijken waar dagloners overleven op een paar euro per dag.

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next