De Kunsthal Rotterdam noemt cuteness ‘een van de meest invloedrijke krachten in de hedendaagse cultuur’. Maar cute is zelden alléén maar cute, leert de tentoonstelling.
Lisa Bouyeure schrijft voor de Volkskrant over internetcultuur, media en mode.
In een roze tentoonstellingsruimte in de Rotterdamse Kunsthal, waar kleine meisjes een voor een op de foto gaan met honderden Hello Kitty-knuffels, staat de beeltenis van Adolf Hitler op een roze plankje. Hij bukt voorover om een babyhertje uit zijn hand te laten eten.
‘Der Führer als Tierfreund’, luidt het bijschrift op de briefkaart uit 1934. Hitler was net een jaar rijkskanselier en zijn pr-machine draaide op volle toeren. Om toch nog iets van zachtheid en menselijkheid te veinzen, liet hij zich graag portretteren met dieren en kinderen.
Het is maar een klein zwart-witprentje op de tentoonstelling Cute, maar juist daarom valt het op tussen alle kleurexposies op flitsende schermen en opblaaswolken met blozende gezichten. Op het affiche van Cute staat een pluizige witte eenhoornkitten. De tentoonstellingsruimte heeft de vorm van een bloem, met in elk blaadje een van de vijf thema’s die Cute uitdiept: ‘Cry baby’, ‘Play together’, ‘Monstrous other’, ‘Hypersonic’ en ‘Sugar-coated pill’.
Het thema ‘Sugar-coated pill’ verwijst naar het laagje suiker (en kleurstof) dat een vies medicijn makkelijker in onze kelen doet glijden. Schattigheid en het oproepen van positieve gevoelens is in deze zaal allereerst een strategie.
Hier deelt de Führer het podium met lachende mascottes van oliebedrijven en een pluchen oxycodon-pil die het omstreden Purdue Pharma in de jaren negentig als promotiecadeautje uitdeelde.
Ook zoet met een wrange bijsmaak: beelden uit de serie North Koreans (2020) van de Franse fotograaf Stéphan Gladieu, die onder streng toezicht van het totalitaire regime kleurrijke, zwaar geënsceneerde portretten van gewone Noord-Koreanen maakte.
Het woord cute is zo ingeburgerd dat hij in 2022 in de Van Dale werd opgenomen. De Kunsthal gaat een stapje verder en noemt cuteness ‘een van de meest invloedrijke krachten in de hedendaagse cultuur’. Met het internet als katalysator bereikt de aaibare esthetiek ons in de vorm van emoticons, mode- en lifestyletrends, computerspelletjes en socialemediafilters. Zelfs de uil van Duolingo die ons aanmoedigt om Italiaans te leren is cute.
Maar cute is zelden alléén maar cute, leert de tentoonstelling. Het wordt gebruikt om normen op te rekken, bijvoorbeeld in de video Wouldn’t They Be Amazing (2025) van Dana Dijkgraaf, vol vreemde wezens die ze tot leven wekte met kunstmatige intelligentie.
Cuteness kan ook een middel zijn om moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken, zoals de met psychische problemen kampende muzikant en kunstenaar Daniel Johnston deed in zijn kinderlijke tekeningen.
De expositie Cute wordt aangeprezen als een ‘ultraschattige en gelaagde ervaring’ en daar is de Kunsthal in geslaagd. Het wemelt er van de kinderen, en toch is het geen kindertentoonstelling. Grijpgrage kleuters (de soundscape bestaat uit ouders die ‘niet aankomen’ sissen) lezen niet uitgebreid de zaalteksten over de ‘apotheose van cute in onze laatkapitalistische wereld’ en ‘de fundering van het neoliberale regime waaruit cute is ontstaan’.
Zij zien vooral het arsenaal aan Nijntjes en een jurk gemaakt van Troetelbeertjes. Kinderen kunnen zich uitleven in de Hello Kitty Disco of in de AI-installatie Glimmer, waarin ze zichzelf getransformeerd tot animefiguur op een scherm zien verschijnen. Ze spelen spelletjes als Donut County (2018) van Ben Esposito, waarin ze een stout, vernielzuchtig wasbeertje zijn.
Maar er is ook genoeg te zien voor wie voorbij de schattigheid wil kijken. Het schilderij !step on no petS Step on no pets! (2021) van de Schotse kunstenaar Rachel McLean, een kleurrijke diptiek van een meisje dat door een sprookjesbos dwaalt, is van een afstandje visueel aantrekkelijk, maar bij nadere beschouwing nachtmerriemateriaal vol maatschappijkritiek.
Met zijn platgewalste Nijntje ( Flattened Miffy, Studies for ‘Cute’ Destruction, 2016) beschouwt de Zuid-Koreaanse kunstenaar Sejoon Kim kritisch waarom we dingen schattig vinden. Komt het niet vooral door de tekortkomingen en onbeholpenheid ervan, waardoor we ons er superieur aan voelen?
De bloem als decor van Cute is perfect gekozen en maakt van de grote verscheidenheid aan objecten en informatie toch één geheel. De tentoonstelling heeft de gelaagdheid van een echte bloem, waarbij het roze en de geschubde blaadjes in het oog springen, maar als je verder kijkt ook de donkerbruine aarde en het gekrioel van pissebedden zichtbaar worden.
De pesticiden zijn op bloemniveau weliswaar niet te zien, maar wie zich laat informeren leert dat ze elders desastreuze gevolgen hebben. En dan hebben we het nog niet eens gehad over alle foto’s die er van Hitler zijn gemaakt, glimlachend natuurlijk, waarop hij boeketjes in ontvangst neemt van schattige kinderen met bolle wangen.
Voor het begin van cuteness moeten we volgens de Kunsthal terug naar de industriële revolutie. De kindersterfte daalde, waardoor er meer waardering kwam voor de kindertijd. Technologische vooruitgang maakte het mogelijk om die waardering, in de vorm van speelgoed, boeken en prenten, als goedkope massaproducten op de markt te brengen. Ook om dieren kwam een zweem van schattigheid te hangen nu ze vaker gezellig huisdier dan functioneel werkdier waren. Cute toont bijvoorbeeld de eerste kattenmemes: The Brighton Cats (1879-1880) van Harry Pointer, een fotoserie waarin katten kleren dragen, viool spelen of wijn drinken.
Tentoonstelling
★★★★☆
Kunsthal Rotterdam, t/m 23/11.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant