DEN HAAG - 'Vindt u nou zelf dat u geld heeft gestolen?', vraagt de politierechter aan Berat. Hij is al enige tijd bezig om een bekentenis uit de verdachte te trekken, maar erg vlot gaat het niet. 'Ja, ik vind van wel. Ik vind het ook jammer voor de slachtoffers en ik heb er spijt van.' Dat is tenminste iets, zie je de rechter denken.
Dit is een verhaal in onze serie Bij de Politierechter
Berat staat terecht omdat hij heeft gepind met de bankpasjes van drie bejaarde vrouwen. Die pasjes werden door anderen afgetroggeld. De mededaders deden zich voor als nepagenten en wisten de slachtoffers over te halen om hun pasje met pincode af te geven. Bij één van de vrouwen namen ze ook nog juwelen mee.
Berat is daar niet bij geweest. Daarom wordt hij niet vervolgd voor de oplichting en de juwelendiefstal. Hij beweert dat hij ook niet wist dat de pasjes gestolen waren.
De rechter wil weten hoe het in zijn werk ging. 'Ik liep gewoon buiten in Rotterdam', vertelt de verdachte, 'en via mijn slechte vrienden kwamen ze bij mij terecht. Ik werd aangesproken of ik wilde pinnen en daar kreeg ik geld voor.'
De rechter vraagt zich af waarom hij dat niet vreemd vond. Waarom zou die persoon niet zelf pinnen? Want nu was die 50 of 100 euro kwijt alleen om geld uit de muur te halen.
'Ik dacht er niet bij na. Hij zei: die pasjes zijn eerlijk. En hij had ook de pincode en ik had gewoon geld nodig. Ik geloofde hem op zijn woord en daar ben ik nu de dupe van geworden.' De verdachte, een kleine, breedgeschouderde man van 22 jaar , probeert zich zo goed mogelijk voor te doen.
'Dit was in oktober en november, en in december dacht ik: het klopt niet. En toen heb ik een uitkering aangevraagd. Maar mijn oma in Bulgarije werd ziek, dus toen ben ik daar heengegaan. Toen ik terug was kreeg ik een voorschot en dacht ik: laat dat pinnen voor anderen maar zitten.'
Berat bezweert dat hij een serieuze jongen is, dat hij zich heeft ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en dat hij zijn geld voortaan eerlijk wil verdienen. 'Ik heb in de PI iedereen geknipt, dus ik wil de kappersopleiding gaan doen.'
Maar de rechter wil toch nog met hem door het bewijs lopen, want de verdachte lijkt iets minder onschuldig dan hij zichzelf voordoet. Hij heeft het adres van één van de slachtoffers in zijn telefoon.
'Zoals ik zei: ik werd gewoon gebeld en dan kwam ik pinnen.' De rechter zegt: 'Net zei u nog dat u op straat werd benaderd. En dit is geen pinautomaat, maar het adres van mevrouw Van Kampen.' Plotseling heeft Berat geheugenverlies: 'Kijk meneer, het is lang geleden, ik weet het niet meer precies.'
De telefoon van de verdachte blijkt in de buurt van alle drie de slachtoffers te zijn geweest. In Rotterdam, Den Haag en Wageningen. Of hij zijn telefoon weleens uitleent, is de rechter benieuwd? 'Nee', antwoordt Berat stellig.
'Maar u werd wel gebeld om te komen pinnen. En dan was u thuis in Rotterdam en ging u naar de pinautomaat toe. Bij mevrouw Van Kampen in Den Haag wordt om half negen het pasje opgehaald. Om vijf voor negen wordt ermee gepind in Rijswijk en om half tien in Hoek van Holland', leest de rechter voor uit het politierapport.
'En op een andere dag is uw telefoon, die u nooit uitleent, bij mevrouw Steenschuur in Wageningen en u zegt: ik was thuis in Rotterdam met mijn telefoon die ik nooit uitleen.' Berat mompelt 'misschien had ik hem toch uitgeleend.' De rechter, cynisch: 'oh, toch wel?'
Er is nog wat: in de telefoon staan allemaal foto's van Berat en zijn vrienden die breed lachend poseren met grote hoeveelheden geld. Bij de pinautomaat, thuis en in een horecatent. De 50-, 100- en 500-euro flappen vliegen je om de oren.
'Kijk, meneer... dat geld is van mijn neven, die werken daar hard voor. Ik ben eigenlijk rapper en ik had dat geld even gebruikt voor een clipshoot en foto's voor mijn album. Het lijkt alsof ik rijk ben, maar het geld is niet van mij meneer.' De rechter neemt het ter kennisgeving aan.
Hoe meer de rechter de bewijsmaterialen opsomt, hoe meer de verdachte zijn verklaring aanpast. Als de vragen echt moeilijk worden zegt hij dat de politie het verkeerd heeft opgeschreven of dat het te lang geleden is.
'Ik vind het zo'n glijdend verhaal', zegt de rechter. 'Eerst zegt u ik wist van niks en als ik dan in detail ga, dan verandert het verhaal steeds. Ik krijg er geen grip op.' Berat besluit om terug te keren naar zijn eerste versie: 'Ik heb geld gepind en dat was het eigenlijk.'
Voor de officier van justitie van het Openbaar Ministerie is het duidelijk. Ze gelooft er geen snars van dat de verdachte niet wist dat de pasjes gestolen waren. 'U krijgt er geld voor, die anderen pinnen niet zelf, daar had u vragen over moeten stellen.' Dat Berat vindt dat hij de dupe is geworden vindt ze ook 'moeilijk'.
'U bent de dupe geworden van uw eigen domme handelen. De slachtoffers zijn echt de dupe.' Ze eist een celstraf van 150 dagen, waarvan vijftig voorwaardelijk, en een reeks voorwaarden zoals een behandeling en schuldhulpverlening. Ook moet Berat 1000 euro terug betalen aan mevrouw Steenschuur.
De advocaat van de verdachte legt uit wat haar cliënt bedoelt met 'de dupe zijn'. 'Hij is de enige die hier vandaag zit, terwijl de anderen nog buiten lopen. Die zijn niet gepakt. Dus dat is het stukje waarvan hij zegt: ik word nu de dupe.'
Ze vraagt om een straf gelijk aan het voorarrest, wat op hetzelfde neerkomt als de eis. Ook vindt ze dat Berat de 1000 euro niet zou moeten terugbetalen, omdat hij die niet zelf heeft gehouden.
De rechter besluit tot een celstraf van 150 dagen, waarvan 49 voorwaardelijk, plus terugbetaling van de 1000 euro. 'Dat betekent dat u morgen vrij komt. Dan hebben ze bij de PI de tijd om te regelen dat u morgen om 12.00 uur naar buiten kunt.'
Berat moet zich wel verplicht laten behandelen via de Reclassering en aan een reeks voorwaarden voldoen. 'Laat u helpen door die lui, en ga weer aan het werk. U vond uw werk voor de gemeente hartstikke mooi, en dat is het ook. Geniet ervan.'
De namen van Berat, mevrouw Van Kampen en mevrouw Steenschuur zijn gefingeerd.
Source: Omroep West Den Haag