Herdenking Bij de herdenking van de tachtigjarige onafhankelijkheid van Indonesië ligt de nadruk op zelfreflectie: „We herdenken om de doden te eren, maar ook om oorlogsagressie en onmenselijkheid te veroordelen.”
Koning Willem-Alexander houdt een toespraak tijdens de nationale Indiëherdenking bij het Indisch Monument in Den Haag.Foto Phil Nijhuis/ANP
‘Het is nu aan ons om op te komen voor hen die lijden onder onmenselijke en wanhopige omstandigheden die snijden door onze ziel. Ik denk aan de bevolking van Gaza, aan de Israëlische gijzelaars die daar worden vastgehouden, aan de Oekraïners die getroffen worden door Russische agressie en aan alle anderen die waar ook ter wereld gebukt gaan onder oorlog en geweld.” Dat zei koning Willem-Alexander vrijdagavond bij de herdenking van de tachtigjarige onafhankelijkheid van Indonesië in Den Haag. Volgens de Koning is herdenken „nooit gratuit”: „Samen herdenken betekent ook: samen nadenken over moeilijke en confronterende vragen. De gespannen verhoudingen in de wereld en het geweld op ons eigen continent dwingen ons tot reflectie, ook op onze eigen houding.”
Ook hield Willem-Alexander een pleidooi voor een diverse samenleving: „Vrede begint met het erkennen en omarmen van verschillen. Verschillen in achtergronden van mensen. Van overtuigingen en idealen. Verschillen in denken en doen. Een vreedzame samenleving is niet een samenleving waarin we allemaal geacht worden op elkaar te lijken. Vrede is juist afhankelijk van ons vermogen om samen te leven met mensen die anders zijn dan wij. Van ons vermogen om diversiteit niet te zien als een gevaar, maar als een wezenskenmerk van ons leven in vrijheid en als een bron van kracht. Velen van u zullen dit als Indische Nederlander herkennen. U heeft ervaren hoe kwetsend het is als je miskend wordt of het gevoel hebt geïsoleerd te staan.”
Op het veld bij het Indisch Monument rook het ’s middags rond de vele eettentjes al naar saté, terwijl op het podium verderop de geluidsinstallatie werd getest. Het gezongen Onze Vader klonk, de taptoe, een stukje Wilhelmus, wat militair ceremonieel bij de oefening met groet van het vaandel, delen van de getuigenissen van oudere en jongere mensen die bij de herdenking ’s avonds moesten worden uitgesproken, voorzitter Thom de Graaf van de Nationale Herdenking die alvast de eerste zinnen van zijn toespraak uitprobeerde. In zijn toespraak, later, woog De Graaf, die ook vice-president is van de Raad van State, zijn woorden: natuurlijk gaat deze herdenking over de doden die gevallen zijn in de Tweede Wereldoorlog. Maar er was ook een context, zei hij: „Na de Japans capitulatie heerste een gezagsvacuüm waarin velen hun leven niet zeker waren. Het kostte nog vele jaren van onderhandelingen en militair geweld voordat de koloniale tijd echt ten einde kwam.” En hij gaf aan dat herdenken wat hem betreft een belangrijke functie heeft in het heden: „We herdenken om de doden te eren, maar ook om oorlogsagressie en onmenselijkheid te veroordelen. Toen in Nederlands-Indië. En nu in Oekraïne, in Gaza en op zoveel ander plekken in de wereld.”
De herdenking van het eind van de Tweede Wereldoorlog, deze dag tachtig jaar geleden, is intussen aan het uitgroeien tot een nationaal evenement. Door het hele land wordt stilgestaan bij het eind van de oorlog in de Pacific. De Stichting Nationale Herdenking 15 augustus heeft er deze dag voor gezorgd dat groepen overal in Nederland met elkaar een symbolische portie rijst kunnen eten, nasi bungkus. Dat verwijst naar de eenvoudige maaltijden die het Rode Kruis na de oorlog in Nederlands-Indië uitdeelde aan teruggekeerde krijgsgevangenen.
Officieel herdenkt men op 15 augustus alleen de mensen die het slachtoffer zijn geworden van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. Voorheen ging het dan vooral om de krijgsgevangenen en Nederlandse burgers die door Japan waren opgesloten in kampen. Duizenden kwamen om door honger, ontbering en ziekte.
Omdat dit te ‘eurocentrisch’ werd gevonden is de laatste jaren de focus van de herdenking verbreed, naar alle Nederlandse onderdanen die leefden in de voormalige kolonie. Twee miljoen Indonesiërs bijvoorbeeld, die aanvankelijk dachten dat zij van de Hollandse kolonialen waren bevrijd door een ‘bevriend Aziatisch broedervolk’, zoals de Japanners zichzelf noemden in hun propaganda, kwamen in de latere fase van de bezetting om door honger. Die was het gevolg van bewust Japans beleid. De herdenking is verder uitgebreid naar al degenen die vielen in de koloniale oorlog tussen Nederland en Indonesië van 1945 tot 1950, zowel aan Nederlandse als aan Indonesische kant.
Maar met name de jongere, derde generatie, vindt dat eigenlijk ook moet worden stilgestaan bij al hetgeen Nederland gedaan heeft tijdens de hele koloniale periode. Zo zegt Lara van Leeuwen, een vrijwilligster die helpt bij de organisatie van deze dag, dat ze natuurlijk al vaker naar de herdenking ging. „Maar het is nu eigenlijk voor het eerst dat ik me bedenk dat die herdenking om veel meer moet gaan dan die Tweede Wereldoorlog of de Onafhankelijkheidsoorlog. Als je erbij stilstaat dat Nederlanders dat land gewoon eeuwenlang hebben beschouwd als hun eigendom, dat ze dachten dat het oké was dat land helemaal leeg te plunderen. Dat is toch eigenlijk zó bizar!”
Source: NRC