Home

ADHD op latere leeftijd: ‘Nu ik een diagnose heb, vind ik het leven weer leuk’

Interview Steeds meer volwassenen ontdekken op latere leeftijd dat zij ADHD hebben. Wat doet zo’n late diagnose met je? „Op TikTok wisselen veel lotgenoten tips uit. Dat is fijn.”

Hanneke Mijnster, freelance journalist, thuis in haar werkruimte.

Van elke keer weer je sleutel kwijtraken tot concentratieproblemen op je werk en periodes van eenzaamheid of neerslachtigheid. Volwassenen die een ADHD-diagnose krijgen zijn daar lang niet altijd door verrast: veel van hen lopen al jaren tegen allerlei problemen aan.

Het aantal Nederlanders dat ADHD-medicatie gebruikt, is in de laatste twintig jaar verviervoudigd, zo blijkt uit recente data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2023 kregen zo’n 300.000 mensen in Nederland ADHD-medicatie. Opvallend is dat medicatie steeds vaker wordt verstrekt aan 25-plussers en dat de toename het sterkst is bij vrouwen: bijna zes keer zoveel vrouwen gebruiken nu ADHD-medicatie dan in 2006.

Lang werd ADHD gezien als een jongenskwaal. Vrouwen zijn nu een „achterstand” aan het inhalen, zo verklaarde psychiater en hoogleraar aan VU UMC Sandra Kooij eerder deze maand de CBS-cijfers in NRC.

„Tot 2013 was het onderzoek naar ADHD gericht op kinderen, met name jonge jongens”, zegt ook Dora Wynchank. Ze is onderzoeker en psychiater bij ggz-instelling PsyQ en promoveerde op ADHD en biologische ritmes, met name hormonale invloeden bij vrouwen. Toen de DSM, het handboek dat psychologen en psychiaters gebruiken voor diagnoses, in 2013 werd vernieuwd, werden de diagnosecriteria voor ADHD verruimd. Zo werden er meer voorbeelden toegevoegd van gedrag op verschillende leeftijden. Dat hielp volgens Wynchank hulpverleners om ook bij volwassenen ADHD-klachten te diagnosticeren en te behandelen.

Er wordt tegenwoordig meer medisch en farmaceutisch onderzoek naar vrouwen gedaan, zegt ze. „Onderzoek wijst uit dat vrouwen met ADHD meer klachten kunnen krijgen rond hormoonschommelingen, zoals rond de menstruatie en rond de overgang. Zo hebben vrouwen met ADHD ook meer kans op een postnatale depressie.”

Half miljoen

Volgens de website van PsyQ komt ADHD waarschijnlijk bij 3 tot 5 procent van de Nederlandse bevolking voor. Dat komt neer op minstens een half miljoen mensen met ADHD.

Kinderen met ADHD vallen vaak op vanwege hun hyperactieve gedrag en impulsiviteit. Bij volwassenen staan aandachts- en concentratieproblemen meer op de voorgrond, stelt PsyQ. Volwassenen internaliseren hyperactiviteit soms meer, zegt Wynchank. „Dan ervaren mensen onrust van binnen, in plaats van dat ze druk gedrag vertonen.”

Ook kunnen volwassenen symptomen soms beter maskeren. „Met name vrouwen met ADHD zijn soms juist heel perfectionistisch en meer geneigd zich sociaal aan te passen.” Dat neemt niet weg dat het zogenoemde late ADHD’ers veel energie en moeite kost om zich „niet-neurodivers” te gedragen, zegt ze, met alle gevolgen vandien. „ADHD komt zelden alleen. Denk aan depressie, burn-out, angsten, slaap- en eetproblemen, een vergroot risico op overgewicht en hart- en vaatziektes, verslavingen.”

Hanneke Mijnster.

Hanneke Mijnster (44) kreeg een diagnose op haar 42ste

„Ik vond het leven altijd gewoon heel zwaar. Ik heb op verschillende momenten hulp gezocht omdat ik mezelf altijd raar vond, moeilijk, somber. In mijn studietijd ging ik met klachten van faalangst en somberheid naar de psycholoog.

„Ik kon met vrienden heel uitbundig zijn, mensen aan het lachen maken, de clown uithangen. En ineens was al mijn energie op. Met een groep vrienden ging ik naar Pinkpop, maar daar kon ik niet genieten omdat ik totaal overweldigd was. Daar baalde ik van. Ik probeerde het in sociale situaties wel vol te houden, maar dan zat ik er soms als een soort zombie bij.

„Toen mijn twee kinderen jonger waren, kon ik soms zo overweldigd raken dat ik het niet goed meer aankon. Of ging ik zo op in mijn werk, dat de jongste om kwart over zeven naar beneden kwam: ‘Gaan we eigenlijk nog eten?’ Dan voel je je zo schuldig.

„Ik at dwangmatig, had zoveel onrust in mijn lijf. Ik ben freelance journalist en ik kon niet meer schrijven zonder daarbij te eten. Ik dempte mijn onrust met koekjes. Met psychologen die ik bezocht durfde ik daar niet over te praten. Toen ik naar de huisarts ging om over mijn moeizame relatie met eten te praten, viel het kwartje: misschien was het wel ADHD.

„Ik ben er trots op wie ik ben geworden zonder dat ik wist wat mijn probleem was, maar wat was het fijn geweest als die eetstoornis me bespaard was gebleven. Ik vind het wel verdrietig dat ik de eerste veertig jaar van mijn leven als zo zwaar heb ervaren. Nu ik een diagnose heb, en medicatie, vind ik het leven weer leuk.”

Lisa.

Lisa (31) kreeg een ADHD-diagnose rond haar 27ste

„Twee vrienden van me hebben ADHD, zij zeiden soms tegen mij: misschien heb jij het ook wel. Voor mijn scriptie zat ik vaak acht uur in de bieb, dan had ik misschien maar twee uur effectief zitten werken.

„Bij m’n eerste baan begonnen de echte uitdagingen. Het was lastig om gefocust te blijven in een kantoortuin, of om doorsnee taken af te krijgen – die schoof ik eindeloos voor me uit. Mijn collega zei een keer in een kennismakingsgesprek: dit is Lisa, onze ADHD’er. Ik besloot mijn klachten te laten onderzoeken.

„ADHD is op TikTok een populair onderwerp, met lotgenoten die tips uitwisselen. Dat is fijn. Maar het kan zijn dat je dan al snel denkt: ik heb ook ADHD, als je je pinpas een keertje kwijtraakt. Ik raak wel vijftien keer per jaar m’n pasjes en sleutels kwijt.

„Ik heb altijd hoge ambities gehad en was altijd streng voor mezelf. Ik ben na m’n diagnose iets milder geworden. Maar toch: ik had graag eerder een diagnose willen hebben, ik vraag me af wat er dan van me geworden was. Mét medicatie had ik misschien die PhD-positie bij die ene universiteit wel gehad, en had ik nu een heel ander carrièrepad bewandeld.

Wel heb ik nu aan mezelf en aan iedereen om mij heen bewezen dat ik ook heel veel dingen aan heb gekund zonder die diagnose.”

Lisa wil niet met haar achternaam in de krant. Die is wel bekend bij de redactie.

Lisa had graag eerder een diagnose willen hebben, en vraagt zich  af wat er dan van haar geworden was.

Jan Anne Kalkhoven.

Jan Anne Kalkhoven (56) kreeg een ADHD-diagnose toen hij 39 was

„Toen ik zeventien jaar geleden mijn ADHD-diagnose kreeg, viel dat in eerste instantie niet in goede aarde bij mijn werkgever. Ik ging naar mijn leidinggevende met een lijstje met mijn kwaliteiten en de dingen waar ik minder goed in ben. Binnen een kwartier stond ik weer buiten. Plots was ik een ‘bedrijfsrisico’ en mocht ik gaan nadenken over de toekomst van mijn carrière.

„Later kreeg ik toch meer ruimte om m’n werk op mijn eigen manier in te vullen. Het gaat bijvoorbeeld veel beter als ik meerdere projecten tegelijk heb lopen, en dat kan nu ook. Ik ben cursussen gaan doen voor zelfinzicht en bewustwording. Die leidden tot meer zelfacceptatie: ik doe nu eenmaal dingen anders dan veel mensen. Dat inzicht werkt beter dan een pilletje.

„Ik had voor mijn diagnose depressieve periodes, vooral wanneer dingen niet lukten die anderen wel konden. Op mijn achttiende sprak ik met een studiebegeleider en die suggereerde dat ik wel eens ADHD zou kunnen hebben. Als ik toen iets verder had gezocht, had ik twintig jaar eerder misschien de diagnose al gekregen.

„Waar ik somber van werd, was dat het me zoveel energie kostte om in het systeem te passen. Me steeds weer aan te passen aan anderen. Ik gebruik nu geen medicatie meer, ik werd daar niet gelukkiger van. Het moest er voor zorgen dat ik ‘normaal’ werd, maar ik voelde me niet meer mezelf. ”

Jan Anne Kalkhoven ging cursussen doen voor zelfinzicht en bewustwording, wat leidde tot meer zelfacceptatie.

Jacqueline van de Sande.

Jacqueline van de Sande (57) kreeg een diagnose rond haar 40ste

„Voor mijn werk in de volwassenen-ggz nam ik soms vragenlijsten af die deel zijn van een ADHD-diagnosetraject. Dan dacht ik soms: dit heb ik ook, en eigenlijk nog veel erger. Ik was vaak met veel dingen tegelijk bezig, wat me dan soms te veel werd en dan liet ik alles weer uit mijn handen vallen. Ook het onderhouden van sociale contacten ging lastig. Toen een van mijn kinderen een ADHD-diagnose kreeg, besloot ik me ook te laten onderzoeken.”

Jacqueline van de Sande heeft nu naast haar werk als gezinsbehandelaar een ADHD-praktijk. En ze schreef het boek Bloedirritant! – De onzichtbare strijd van vrouwen met ADHD.

„Ik was in mijn jeugd superdruk en impulsief. Zo sprong ik uit een rijdende schoolbus om klasgenootjes aan het lachen te maken. Op school presteerde ik onder mijn niveau en kreeg ik huiswerkbegeleiding. Ik basketbalde op hoog niveau. Zo kon ik mijn energie kwijt, maar het was ook belangrijk voor mijn zelfbeeld. Door mijn sportprestaties kreeg ik positieve aandacht van mijn omgeving. Mijn zusjes gingen naar de universiteit, ik niet. Ik dacht dat sporten het enige was waar ik een beetje goed in was.

„Je hoort vaak dat bij vrouwen in de overgang de ADHD-symptomen extra erg zijn. Bij mij is dat ook zo, met medicatie kan ik het ondervangen.”

Jacqueline van de Sande heeft nu naast haar huidige werk als gezinsbehandelaar een ADHD-praktijk.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next