Home

Senna en Esma el Mourabit zijn zussen en zakenpartners: ‘We zijn opgegroeid in een wij-omgeving’

Nest Vanuit de keuken van hun moeder begonnen zussen Senna en Esma el Mourabit met het maken van kleurrijke mocktails, nu rijden ze het hele land door met hun mobiele bar. „We hebben nooit aangeklopt bij een bank.”

Zussen zijn ze, Senna en Esma el Mourabit, geen tweelingzussen. En toch, zie ze maar eens uit elkaar te houden, zo sprekend lijken ze op elkaar. Ze dragen dezelfde kleren, lange rok en wijde blouse, alleen de kleuren verschillen – de een is in zachtroze, de ander in olijfgroen – en Esma’s rok eindigt boven de enkels, niet eronder. En Esma is jonger. Zij is 29, Senna 34.

Serie Nest

Deze zomer interviewt NRC broers en zussen in hetzelfde vak. Hoe werden ze wie ze zijn?

Lees hier alle afleveringen.

Vijf jaar geleden zijn ze samen een bedrijf begonnen, in de keuken van hun moeder in Veenendaal. Nu hebben ze een bestelbus en een trailer, een loods op een industrieterrein en een kantoor, naast een vleesverwerkingsfabriek en een motorenrevisiebedrijf. Ze maken mocktails, cocktails zonder alcohol. Ze rijden op afspraak met hun zelfgemaakte siropen en bakken vol verse vruchten naar bedrijfsborrels, bruiloften en babyshowers, klappen hun opvouwbare bar uit, zetten er hun glazen in alle vormen en maten op, en dan beginnen ze. IJsklontjes, bruiswater. Gemberthee, citroengrasthee, koude koffie, sprite. Mengen, roeren, garneren. „Heel mooi garneren”, zegt Esma. „We willen dat elke mocktail er heel mooi uitziet, en ook alle mocktails bij elkaar. Het is, hoe noem je dat, een van onze unique selling points: dat het er zo mooi uitziet. En ook” – dit punt wil ze niet onbenoemd laten – „heel lekker smaakt.” Komkommerkrullen, rozemarijntakjes, muntblaadjes, eetbare bloemen. Gedroogde rozenknopjes. Cranberries. Limoen. Of, andere sfeer, snoepkikkers en suikerhartjes, toefjes slagroom en slierten caramelsaus. Glitters en schuim. Hun bedrijf heet MONO Mocktails.

Ze doen ook workshops, op middelbare scholen en hogescholen. Die nodigen hen uit om hun leerlingen of studenten te laten zien dat uitgaan ook kan zonder jezelf vol te gieten met alcohol. Hun klanten wonen in de Randstad, en ook in Enschede of Limburg. En die klanten komen, zeggen ze, uit alle culturen. Laatst waren Senna en Esma nog op Urk.

Esma el Mourabit

Esma el Mourabit (1995, Veenendaal) haalde in 2022 haar bachelor docent wiskunde tweedegraadsbevoegdheid aan de Hogeschool van Amsterdam.

Na (bij)banen in de horeca begon ze in 2019 Mono Mocktails.

Senna El Mourabit

Senna el Mourabit (1991, Veenendaal) studeerde Sociaal Juridische Dienstverlening aan de Hogeschool van Amsterdam en rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Tilburg . Ze werkte tot 2019 als jurist bij een verzekeringsmaatschappij.

Nu zitten ze in de fuchsiaroze geschilderde en met plastic guirlandes versierde keuken van hun kantoor en vertellen ze over hun vader, die rond zijn vijftiende – ze weten het niet precies – uit het Rifgebergte in Marokko naar Veenendaal kwam, om te gaan werken in een textielfabriek. Dat was begin jaren zestig. Hij trouwde, kreeg vier kinderen, scheidde en trouwde opnieuw, met hun moeder. Die woonde hier al en was twintig jaar jonger. Met haar kreeg hij vijf kinderen. In 2008, twee weken voordat Senna zeventien zou worden, stierf hij. „Een hartstilstand”, zegt Senna. „In zijn slaap.” Hij zal toen zestig zijn geweest, ook dat weten ze niet precies.

Senna: „In Marokko, als je in de bergen woonde, gaf je een geboorte pas aan als je in de stad kwam. En je kwam nooit in de stad, want je had geen auto en een taxi was te duur.”

Esma: „Je kunt het je nu niet meer voorstellen.”

Ze zegt ook: „Ik was elf toen onze vader overleed. Ik heb weinig jaren met mijn vader gehad, maar het waren wel mooie jaren. Ik ben daar dankbaar voor. Hij was betrokken. Hij zat vol liefde.”

Senna: „Hij had van die quotes waar we nog vaak aan denken. Als je de deur uitging, zei hij standaard…”

Esma: „Kijk naar links en naar rechts. Hij zei: trek je niet te veel aan van wat de mensen zeggen. En: nee is ook een mooi antwoord.”

Senna: „Een nee tegen een ander, zei hij, is een ja tegen jezelf. We zijn opgegroeid in een wij-omgeving, de sociale druk om iets wel of niet te doen kan groot zijn. Hij vond dat je daarvan mag afwijken, mits het niet in strijd is met de religie. Als je Gods weg volgt en je bent andere mensen niet tot last, zei hij, dan mag je het leven leiden dat jij wil. Je woord houden, dat vond hij ook heel belangrijk.”

Esma: „Hij hield altijd zijn woord. Wij houden ook altijd ons woord tegenover onze klanten. Wat we beloven, komen we na.”

Hun vader, zeggen ze, nam hen elke maandag mee naar de bibliotheek, want veel lezen was goed voor hun woordenschat. Hij stuurde hen vanwege de normen en waarden naar een streng-christelijke basisschool en middelbare school – niet moeilijk te vinden in Veenendaal – en leerde hen hoezeer de Bijbel en de Koran op elkaar lijken. „Het Oude Testament dan”, zegt Senna. „De Koran begint, ik noem maar een voorbeeld, ook met Adam en Eva. Maar in de Bijbel wordt alleen Eva verleid om van de appel te eten en in de Koran Adam en Eva allebei.” Waar het om gaat, zegt ze, is dat mensen zwak geschapen zijn.

De fotograaf heeft de geïnterviewden foto’s laten maken met een zelfontspanner

Jullie zijn opgegroeid in de Biblebelt.

Senna: „Alle kinderen bij ons in de buurt waren christelijk. Zij mochten op zondag niet buiten spelen. Wij wel. De meisjes mochten niet in een broek lopen. Wij wel. Wij hadden een televisie, wij hoefden ’s zondags niet twee keer naar de kerk. Die kerk was tegenover ons huis. Het is nu een sportschool.”

Was er voor jullie een moskee?

„Ja, en die werd te klein. Er is nu een grotere moskee.”

Hun vader zei ook dat ze later, als ze achttien werden, meteen hun rijbewijs moesten gaan halen en zich moesten inschrijven op Woningnet. „We moesten ons niet afhankelijk maken van een man”, zegt Senna. „Voor hetzelfde geld kwam je vast te zitten in een slecht huwelijk of ging je helemaal niet trouwen. En hoe meer je leerde, zei hij, hoe meer vrijheid je had om met je leven te doen wat je wilde.”

Voor Senna – hun vader maakte het niet meer mee – werd het rechten aan de Universiteit Tilburg. Daarna werkte ze voor een verzekeraar in Utrecht als coördinator fraudebestrijding en als arbeidsjurist aan de Hogeschool InHolland. Esma deed de docentenopleiding wiskunde aan de Hogeschool Utrecht. In haar derde jaar stopte ze, want ja, toen waren ze begonnen met hun bedrijf. Dat ging zo hard dat het al gauw niet meer te combineren viel. „Ik kwam op een T-splitsing”, zegt ze. „Ik moest kiezen.” Senna kwam op dezelfde T-splitsing terecht en gaf haar baan op.

Hoe kwamen jullie op het idee?

„Ik had een bijbaan

Senna: „In Veenendaal werkte je bij een Chinees restaurant. Toen zat je nog op de middelbare school.”

Esma: „Klopt, horeca heeft me altijd gepakt. En het viel me op dat mocktails werden verwaarloosd. Nu begint het te veranderen, met alcoholvrij bier en alcoholvrije wijn, maar toen was er bijna niets. En ik wilde ook weleens met een mooi gin-tonicglas in mijn handen staan.”

Je dronk nooit alcohol?

„Nooit. Ik heb ook helemaal nooit de verleiding gevoeld, deels vanuit onze religie en deels omdat ik er een bepaalde kijk op heb. Op school hoorde ik de verhalen van klasgenoten die in het weekend gingen drinken, bijna iedereen dronk. Ze zeiden dat ze er losser van werden, dat ze meer durfden. Ja, soms durfden ze te veel en dan hadden ze spijt. De meisjes hadden vaak spijt. Want dat waren de verhalen: die was met die geweest en die met die. Je denkt: waar zijn je grenzen eigenlijk? Hoe leuk is dat? In de horeca zag ik het ook. Mensen gaan raar doen als ze veel drinken. Het niveau gaat omlaag. Je krijgt #MeToo-achtige situaties.”

Senna: „Ik zag dat ook op de bedrijfsborrels van mijn werk. Ik ging er maximaal drie kwartier naartoe, daarna werd het kinderachtig. Hard praten, hard lachen om niks. Ik snap wel dat mensen alcohol nodig hebben om hun verlegenheid te overwinnen en het gezellig met elkaar te hebben, ik hoef er alleen niet bij te zijn. Na een borrel gingen mensen soms nog met elkaar naar andere plekken om verder te drinken, en een keer was er een collega die niet eens meer wist waar hij ’s nachts geweest was. Hij moest op zijn telefoon zijn route traceren. Bleek hij met de trein naar Eindhoven te zijn geweest. Ik vind dat eng, een enge gedachte. En ik vond het raar dat mijn werkgever dat enorme drinken faciliteerde.”

Werkgevers, zeggen ze, beginnen het nu zelf ook raar te vinden. En dat is een van de gaten waar zij in gesprongen zijn. Senna vertelt over de directeur van een bedrijf dat hen geboekt had: die baalde van de enorme biertap en counters vol flessen wijn op de zomerborrel, de kerstborrel, de nieuwjaarsborrel. „Allemaal mijn verantwoordelijkheid, zei hij. De parkeerplaats staat vol auto’s en iedereen stapt na afloop gewoon in.” Nee, hij was niet met de alcohol gestopt. Maar nu waren er ook mocktails en het verraste hem, zegt Senna, hoeveel mensen daar blij mee waren.

En over tien jaar?

Esma: „Over tien jaar verbazen we ons er denk ik over dat alcohol op bedrijfsfeesten normaal werd gevonden.”

Ze loopt naar de groen geschilderde kantoorruimte aan de andere kant van de gang en komt terug met het frambozenrode receptenboek dat ze twee jaar geleden hebben gemaakt, Mocktail Party. De recepten dragen namen als Rainbow, Oranje Boven, Carnaval Beer, Rudolph the Red-Nosed Reindeer en White Christmas Margarita. Achterin bedanken ze hun moeder (Saida), hun vader (Touhami) en hun oma (Aicha). ‘Zij inspireert ons om onze creativiteit te uiten en te geloven in onszelf en in de wil van Allah.’ Hun zussen bedanken ze ook en hun broers, die ongeveer tegelijk met hen begonnen zijn met hun bedrijf Little Maryam: babyvoeding, halal én biologisch. Voorin staat een foto van Esma en Senna, met grote gin-tonicglazen gevuld met komkommer en watermeloen. Esma: „Toen droeg ik nog geen hoofddoek.”

Wanneer ben je dat gaan doen?

„Vorig jaar oktober.”

Omdat je trouwde?

Ze is te beleefd om te lachen. Ze zegt: „Nee. Mijn bruiloft is wel binnenkort, eind oktober, maar dat is niet de reden.”

Senna: „Grappig dat jullie die vraag stellen. Dat is wat heel veel mensen denken: islamitische vrouwen dragen een hoofddoek omdat hun vader of man dat wil, of een broer. Maar ik ben niet getrouwd en mijn vader heeft me nooit met een hoofddoek gezien, want ik ben ermee begonnen op mijn negentiende en toen was hij al overleden.”

Ze vertelt dat een collega op haar werk bij de verzekeraar haar eens vroeg waarom ze het eigenlijk deed. „Senna, zei ze, ik snap het niet, je bent hoogopgeleid, je bent kritisch, je durft altijd je mening te geven en toch draag je een hoofddoek. Hij zei het gewoon, wat ik echt kon waarderen. Veel mensen denken het alleen maar. Ze koppelen het aan een vorm van onderdanigheid: iemand heeft dat voor jou besloten. Maar het is een beslissing die je zelf neemt, voor jezelf, omdat je Schepper het van je vraagt.”

En Esma? Waarom eerst niet en nu wel?

„Eerlijk? Ik wilde het al jaren. Maar ik stelde het steeds uit. Eerst dacht ik: na de bruiloft. Maar dan, dacht ik, gaan mensen het aan de bruiloft koppelen en dat wilde ik niet. Toen dacht ik: vóór de bruiloft. Wat me triggerde was dat iemand vroeg: hoezó draag je hem niet? Het eerlijke antwoord durfde ik niet te geven, namelijk dat ik het al jaren wilde. Dus zei ik dat ik nog even wilde wachten. En ik dacht: het is gewoon een zwakte van me dat ik het niet doe. ’s Avonds zei ik dat ook tegen mijn broers en zussen: het is mijn zwakte, morgen ga ik hem opdoen. Dat vond ik iets te impulsief. De volgende dag stonden Senna en ik op een beurs en opeens zei ik tegen haar: morgen heb ik hem op. Ik voelde me gewoon niet meer goed zonder hoofddoek.”

De fotograaf heeft de geïnterviewden foto’s laten maken met een zelfontspanner

En?

Esma: „ De volgende dag had ik hem op. En voelde ik rust.”

Wat vond je aanstaande man ervan?

„Hij was echt verrast. Hij wist wel dat ik het wilde, maar het verraste hem dat ik hem opeens op had.”

Was er iets veranderd in je geloof?

„De laatste jaren ben ik meer bezig met religie, dat is zeker zo. Mijn gebeden doe ik strikt op tijd, daar ben ik nu wel van. Ik sla geen dag over en als ik een keer te laat ben voor een gebed, haal ik het in. Ik ben een betere versie van mezelf dan twee jaar geleden.”

Senna vertelt over de tijd dat ze nog studeerde en een vak volgde dat World Legal Systems heette. Dat ging ook over het islamitisch recht. „Ik was de enige in de zaal met een hoofddoek en voor het college kwam de docent naar me toe, hij sprak Engels. Hij vroeg of ik de artikelen voor vandaag had gelezen. Nee, zei ik, wat dan? Ik dacht: sinds wanneer doen we hier aan huiswerkcontrole? Nou ja, zei de docent, vandaag gaat het over de headscarf en hoe het Westen ernaar kijkt, maar het is niet mijn mening. In het college behandelde hij de jurisprudentie en het hoofddoekenverbod op scholen in Frankrijk en België, hoe de rechters tot hun standpunt waren gekomen. Wat mij duidelijk werd, was dat westerse mensen vinden dat islamitische vrouwen bevrijd moet worden van de mannelijke onderdrukking. En twee: een hoofddoek is de eerste stap naar radicalisering en dat moet stoppen. Vanuit die gedachtegang snap je hoe de media en de rechterlijke macht naar islamitische vrouwen kijken.”

Wat vinden jullie van de campagneposter van Geert Wilders op X?

Senna: „Dat is dus beeldvorming, dat je aan de ene kant een heel lieve vrouw met blond haar en blauwe ogen ziet, met daaronder PVV, en aan de andere een oude vrouw met een hoofddoek die boos kijkt. En daar staat dan PvdA onder.” Ze vindt het de moeite niet waard om er verder wat over te zeggen.

Esma: „Wij hebben een heel lieve oma die er oud uitziet en een hoofddoek draagt. Als je haar ziet wil je haar gewoon knuffelen. Maar zij is gewoon eh…”

Senna: „Ons maatje.”

Esma: „En helemaal van deze tijd. Ze houdt van winkelen. Ze wil altijd met ons naar de Skecher-winkel om nieuwe Skecher-schoenen te kopen, met glitters.”

Hun moeder, 58, heeft altijd voor de kinderen gezorgd. Later deed ze de modinette-opleiding. „Ze wilde patronen kunnen tekenen”, zegt Esma. „Op de huishoudschool had ze alleen leren naaien.”

Senna: „Ze heeft er een hele tijd veel plezier van gehad.”

Ze wonen nog bij haar thuis in Veenendaal entot een jaar of tien geleden deelden ze nog een slaapkamer. Dat hoeft niet meer sinds de oudste kinderen de deur uit zijn. Het is, zeggen ze, nooit een probleem geweest.

Esma: „We zien elkaar echt ontzettend veel en ons beste idee is geweest om elkaars collega’s te worden.”

Binnenkort gaat het wel veranderen.

„Als ik getrouwd ben, ja. Ik ga in Leidsche Rijn wonen. Het is” – ze kijkt naar haar zus – „gelukkig maar dertig minuten rijden.”

Nee, Senna heeft nog geen plannen om te trouwen. Ze is de juiste nog niet tegengekomen. De komende jaren, zegt ze, zal er ook in het bedrijf veel veranderen. „Zoals we het tot nu toe gedaan hebben, alles zelf doen, dat valt niet vol te houden.”

Esma: „De eerste vijf jaar zijn heel druk geweest, dit is het jaar van persoonlijke groei en nadenken over de toekomst. Waar zijn we over vijf jaar?”

Esma (links) en Senna el Mourabit

En?

Esma: „We openen binnenkort een store-in-store-zaak in Utrecht waar je onze mocktails kunt kopen. We doen dat dus niet zelf. Als het een succes wordt, gaan we vandaar verder. Misschien gaan we ook onze siropen verkopen.”

Senna: „Ons bedrijf is nu te afhankelijk van ons. Als wij uitvallen, is het weg. We hebben nu een ondernemerscoach die ons helpt met de strategie. Wat doen we wel en niet, hoe kunnen we opschalen, hoe maken we het voor onszelf wat minder intensief en gaan we personeel aannemen?”

Esma: „We geven soms gastlessen op het ROC, docenten vragen ons daarvoor, want veel leerlingen willen ondernemen, en hoe doe je dat dan? Ze denken dat achter een onderneming altijd mannen zitten. Dus als ze ons zien, vooral de jonge meiden, dan zitten ze” – ze schuift naar voren op haar stoel – „helemaal zo. En ik vind het heel leuk om te doen, het is mijn oude vak. Ik vertel ze dat we letterlijk zijn begonnen met een netwerk van nul en minimale investeringen. We hebben de vraag naar onze mocktails zelf gecreëerd en het bedrijf stap voor stap opgebouwd. De winst hebben we steeds weer geïnvesteerd.”

Senna: „En we hebben nooit aangeklopt bij de bank. Het is in strijd met onze religie om rente te betalen.”

Ze staan wel open voor het idee dat mensen in hun bedrijf investeren in ruil voor aandelen. Daar zijn islamitische platforms voor die daarbij kunnen bemiddelen. Maar ze willen eerst goed nadenken over hoe en wat. Aandeelhouders kunnen zeggenschap eisen en daar hebben ze tot nu toe geen zin in.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Slim Leven

Stukken die je helpen om je leven fijner en je carrière beter te maken

Source: NRC

Previous

Next