Europa stuurt steeds vaker wapens rechtstreeks vanuit de fabriek naar het strijdveld in Oekraïne. Aan het begin van de oorlog leverden Europese landen nog vooral uit eigen voorraad. Sinds vorig jaar wordt het merendeel van de militaire steun speciaal besteld bij defensiebedrijven.
is datajournalist van de Volkskrant. Hij analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
Hoe langer de strijd tussen Rusland en Oekraïne voortduurt, hoe belangrijker de productie van nieuwe wapens en munitie wordt. De laatste anderhalf jaar kwam ongeveer 60 procent van de Europese militaire steun aan Oekraïne rechtstreeks uit wapenfabrieken, blijkt uit de Ukraine Support Tracker cijfers van het Duitse Kiel Institute. In 2022 ging het nog om 15 procent, in 2023 om 34 procent.
Projectleider Taro Nishikawa van de Ukraine Support Tracker spreekt van een ‘duidelijke verschuiving’ in de Europese wapensteun richting industriële productie. ‘Militaire hulp aan Oekraïne wordt steeds meer bepaald door de capaciteit van de defensie-industrie’, aldus Nishikawa.
Welk deel van de militaire steun direct uit wapenfabrieken afkomstig is, verschilt sterk per wapentype. Houwitsers hebben lidstaten van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, Verenigd Koninkrijk en Zwitserland tot dusver altijd uit eigen voorraad geleverd. De infanteriegevechtsvoertuigen die Oekraïne kreeg waren juist voor driekwart helemaal nieuw.
In totaal hebben Europese landen nu voor ongeveer 80 miljard euro wapens en munitie geleverd, waarvan 35 miljard via nieuwe bestellingen bij wapenfabrikanten. De Europese militaire steun aan Oekraïne bedraagt bijna 16 miljard meer dan de Amerikaanse. Omdat Europa nog ruim 40 miljard extra steun heeft toegezegd, zal dat verschil verder oplopen. De VS hebben sinds februari geen wapens meer aan Oekraïne geschonken.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant