One man band Muziek kent tal van genres en subculturen: NRC’s muziekprofessor biedt essentiële muziekkennis. Deze week: one man bands. Wat moet je luisteren en wie moet je kennen?
Soms verschijnt er in de donkere tunnel van eeuwig doomscrollen een klein lichtpuntje, en héél af en toe is dat een steekvlam die leidt tot een explosie. ‘Molotov Cocktail Lounge’ heet het nummer waarmee Steel Beans twee jaar geleden plotseling viraal ging.
Wat klonk als een groovende garagerockband, een soort kruising tussen The White Stripes en The Black Keys, bleek het werk te zijn van een eigenzinnige eenling. Jeremy DeBardi, een bolle rocker met een druipsnor, sik en gele zonnebril zat in korte broek en opengeknoopt bloesje achter een drumstel met een gitaar op schoot, raasde met zijn rechterhand langs de snaren, ramde tegelijkertijd op de trommels én zong alsof zijn leven ervan afhing. En ook al deed hij alles helemaal alleen, hij klonk overdonderend.
Steel Beans werd overladen door online hartjes (ook van megasterren als Bruno Mars en Anderson .Paak) en mocht mee op tournee met Tenacious D en Tool. En zo verlichtte zijn muzikale molotovcocktail een obscuur gebleven fenomeen uit de underground: one-man bands.
Zoals alle vuige rock-‘n’-roll grijpen ook eenmansgaragerockbands terug op de begindagen van de rauwe blues. Want bij oude helden als Robert Johnson en Lead Belly gold altijd de wet: meer is minder. Één muzikant met een gebroken hart, huilende schreeuwzang en een schreeuwende huilgitaar waren genoeg. Dat soms zelfs dat laatste overbodig was, bewees Son House met bloedstollende liederen als ‘John the Revelator’ en ‘Grinnin’ in Your Face’, waarin hij zichzelf uitsluitend begeleidde met wat willekeurig handgeklap, vaak niet eens in de maat.
In een zucht naar eenvoud en een poging zich af te zetten tegen overgeproduceerde en patserige perfectierock schrapten sommige garagebands bassisten en bezuinigden ze drastisch op hun drumstel tot alleen nog één snare en één floortom overbleven. Maar er ontstond ook een lichting puristen die nóg verder wilde versimpelen en ging besparen op bandleden. Immers: als je het heilige punkprincipe do it yourself tot het uiterste wilt doorvoeren, moet je dan niet alles alléén doen?
Als elementair mengsel van blues, country, rockabilly en (punk)rock eerlijk en zonder poespas, of zo je wilt: houtje-touwtje en een tikje krakkemikkig. Maar dat is juist de charme van het genre: het gaat niet om volmaaktheid, maar om maximaal indruk maken met minimale middelen.
Wat dat betreft is Steel Beans een uitzondering: hij zit achter een glimmend, vijfdelig drumstel. De meeste one-man bands sjouwen hooguit een oude basdrum (BOEM!), gare snare (TAK!) of gammele hi-hat (TSJIK!) mee die ze met voetpedalen bespelen. Multitasken is het toverwoord: met een gitaarhals kun je prima op een hi-hat meppen. Met je voet op een tamboerijn stampen is prima percussie. Ook efficiënt: de slidegitaar. Je hoeft er alleen maar een bottleneck langs te laten gieren.
Hasil Adkins (1937-2005) geldt als de oervader. De geflipte wildebras uit West Virginia begon zijn eenmansband omdat hij niet doorhad dat idool Hank Williams die hij altijd op de radio hoorde een begeleidingsband had.
Ty Segall mag dan inmiddels zijn uitgegroeid tot genreveelvraat, hij begon zijn carrière als eenmansband, luister maar naar zijn titelloze debuutplaat.
En de gitaarloze Vurro speelt op twee orgels tegelijk met aan zijn armen gebonden rammelaars, stampt met zijn voeten tegen trommels, en beukt tegen bekkens met de enorme hoorns van een over zijn hoofd geschoven stierenschedel, simpelweg door te headbangen.
En last but not least: The King is dood, maar leeft! In Eindhoven de ghekste nota bene! Gehuld in Las Vegas-pak en verstopt achter een goed gekuifd zombiemasker heeft Dead Elvis and his One Man Grave op bijna ieder continent gespeeld. Hij is Neerlands grootste underground-exportproduct.
Thank you very much!
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC