Opgelucht fietste ik het centrum van de stad binnen. Het was gestopt met regenen en de lucht voelde dik en warm.
Ik kwam van een huisfeestje waarvan de dresscode ‘verlichting’ was. De meeste gasten hadden daar wel iets aan gedaan, maar de resultaten waren wisselend. Er waren mensen die van top tot teen in knipperend discolicht stonden te schitteren of interessante verlichte hoofdtooien droegen, maar ik zag ook iemand die aan haar linkerschoen een rood fietslampje had bevestigd en aan haar rechterschoen een witte.
Zelf had ik een snoer kerstboomlichtjes om mijn middel gewikkeld. De batterij zat tussen de band van mijn rok geklemd. Dit zag er niet prachtig uit. Van onderaf belicht worden is niet gunstig, het geeft je holle oogkassen, uitgerekte neusgaten en spookachtige schaduwen. De vriendin met wie ik was gekomen had toevallig dezelfde kerstlichtjes als ik, maar zij had zelfs niet eens de moeite gedaan om ze te ontwarren. De lichtgevende klont bungelde treurig aan haar damestasje. Gelukkig heeft ze een lumineuze persoonlijkheid.
Zomercolumnist Cindy Hoetmer is schrijver van ‘autobiografische non-fictie’. Haar vierde boek Goed, naar omstandigheden verscheen in 2022.
De lampen in het huis waren uiteraard niet aan, maar overal lagen glowsticks. Dit had nadelige gevolgen voor de polaroidfoto’s die werden gemaakt, want die waren allemaal aan de donkere kant.
Ik was al vaker op de verjaardag van deze kennis geweest, maar dit was de eerste keer dat het feest zo’n duidelijk thema had. Je zou kunnen zeggen dat het thema bij eerdere edities voornamelijk ‘drugs’ was. Daar kon ik niet volledig aan meedoen, want ik ben meer een drinker. Hij, zijn vrouw en vrienden waren inmiddels ook wat ouder, hoewel lang niet zo oud als ik.
‘Ik vind het vooral bijzonder dat jij bent gekomen’, zei de feestgever, waarmee hij mijn vermoeden bevestigde dat ik niet per se werd gezien als een van hen.
Er werd me een shot pink wodka aangeboden.
‘Nee, dank je’, zei ik. Maar omdat het glaasje langdurig voor mijn mond werd gehouden, slikte ik het toch maar door. Het smaakte naar roze kauwgom en parfum.
Op het terras stonden wat mensen voor de regen te schuilen onder een parasol. Binnen draaide een enthousiaste jongen keihard dansmuziek met een uitgebreide installatie die was geplaatst op een ronde eettafel. Iemand viel neer, bleef even op zijn rug liggen en stond toen weer op.
Om een uur of half drie maakte ik aanstalten om naar huis te gaan. De vriendin met de lumineuze persoonlijkheid bleef nog, zoals ik al had verwacht. Samen konden we nog net de weg vinden in dit nieuwbouwdoolhof waar zelfs Google Maps weinig van snapte, maar alleen was ik hulpeloos.
‘Hoe moeilijk kan het zijn’, vroeg de bewoner toen ik mijn bezorgdheid uitsprak. ‘Je woont toch al je hele leven in deze stad?’
Ik legde uit dat ik door mijn gebrek aan richtingsgevoel zelfs in mijn eigen buurt soms verdwaal.
‘Rechtsaf, door het tunneltje, dan weer rechtsaf, door een ander tunneltje en dan steeds rechtdoor’, zei hij.
Midden in de nacht ben ik niet gek op tunnels maar improviseren was nu niet verstandig. Gelukkig werd ik niet beroofd, en ook niet door gigantische tentakels het donkere water ingetrokken.
Een paar jaar eerder was ik daar zo erg verdwaald dat ik meer dan een uur over de terugweg had gedaan. Huilend kwam ik thuis. Maar nu bleek dat er langs het fietspad overal rood-witte ANWB-fietsbewegwijzering stond met het woord ‘centrum’ erop.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant