Home

Dit is het winnende verhaal van de Lowlands Schrijfwedstrijd: ‘Sacre du Printemps’

Verhaal Marieke Ornelis is de winnaar van de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd 2025. NRC publiceert hier haar winnende verhaal. Volgens de jury „een bevreemdende machtsfantasie in een scherpe, onderkoelde stijl en perfect opgebouwd”.

Een glazenwassersgondel aan een wolkenkrabber.

Vandaag ben ik de eerste die het glazen ijspaleis betreedt.

Het hoogpolige tapijt van dit kantoor is een sneeuwvlakte, dempt ieder scherp geluid.

Alleen de airconditioning, die op volle toeren draait, is duidelijk hoorbaar.

Ik doorkruis dit gebied waarover ik heers, tot ik bij de deur van mijn met glazen wanden afgebakende werkplek aankom. De andere werknemers hokken samen aan de lange witte tafels die verspreid staan doorheen deze ruimte. Ik heb als enige aanspraak op zes vierkante meters voor mezelf, en een heel raam dat van de vloer tot het plafond reikt. De menshoge kamerplanten in de hoeken van mijn werkruimte sidderen bij mijn binnenkomst.

Het kantoor bevindt zich op de 14de verdieping. Vanaf mijn bureau kan ik zien hoe de stad zich uitstrekt van ons zuidelijke financiële hart tot de brede rivier aan de noordkant.

Ik betaal slechts een kleine prijs voor dit alles: absolute zichtbaarheid vanuit alle hoeken.

*

Grote Lowlands Schrijfwedstrijd

Marieke Ornelis is de winnaar van de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd 2025.Zij versloeg de andere twee kanshebbers, Martijn van Bruggen en Dave Boomkens, zo werd deze vrijdagochtend bekendgemaakt op het festival. Het verhaal werd als beste van de 379 inzendingen beoordeeld door een vakjury die bestond uit Willemijn Tillmans (acquirerend redacteur, namens Nijgh & Van Ditmar), Ivo Victoria (auteur en columnist), Thomas de Veen (literair redacteur bij NRC), Miriam van Ommeren (directeur van SLAA), schrijfster Tessel ten Zweege en Tim van den Hoed (namens de Utrechtse Boekenbar).

Marieke Ornelis (1999) is schrijver en theatermaker. Ze studeerde in 2023 af van de regieopleiding aan de Toneelacademie Maastricht. Ze maakt ook dele uit van een theatercollectief dat op Lowlands een performance verzorgt over de wolf.

De publicatie van dit verhaal door NRC is een van de prijzen die Ornelis wint, naast een literair prijzenpakket en gesprek bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. Hun verhalen werden ook opgenomen op een longlist van twintig beste verhalen, die allemaal zijn opgenomen in een gratis ebook. De wedstrijd, waarin aspirant-schrijvers aangemoedigd worden om hun beste verhaal in te sturen, werd dit jaar voor de twaalfde keer georganiseerd. Vorig jaar won het verhaal van Sarah van Vliet.

Ik zet mijn desktop aan terwijl op de achtergrond de eerste werknemers het kantoor binnendruppelen. Al na enkele meters grijpen ze naar hun bovenarmen, omhelzen zichzelf tegen de kilte. Buiten vangt de eerste warme lentedag aan. De werknemers zijn allen gewekt door het hysterische gekwetter van de vogels en hebben in hun wollen blazers gepuft tijdens hun lange tocht naar hier.

Binnen de muren van deze wolkenkrabber gelden andere natuurwetten.

Hier houdt een extern, onzichtbaar bedrijf dat gespecialiseerd is in temperatuurcontrole de regie van onze klimatologische omstandigheden stevig in handen. Iedere maand wordt daar een handjevol mensen riant voor uitbetaald.

Ik klik mijn inbox open, een valse symfonie van korte tonen vertelt mij dat veel mensen mij hebben bericht. Dit opzichtige vertoon van belangstelling aan mijn adres vleit mij.

Een assistente zet geluidloos een beker iced matcha latte neer op de hoek van mijn bureau. Daarna verlaat ze sluipend, met gebogen rug, mijn werkruimte. Ik doe alsof ik haar niet zie. Ik maak wel een notitie onderaan het lijstje dat ik in mijn bureaula bewaar: ‘Ik sluip nooit.’

Andere zinnen op deze lijst zijn: ‘Ik duld geen schaarste’, ‘Ik geniet ervan bekeken te worden’ en ‘Ik ontgin de nodige offers niet uit mijzelf maar uit anderen’.

*

Ik werp een blik uit het raam en schrik van de gestalte die zich aan de andere kant van het glas bevindt. Bijna het hele uitzicht op de stad wordt ingenomen door deze gestalte. De ramenwasser strekt zijn bovenlichaam uit om met zijn aftrekker de bovenste rand van het raam te bereiken. Daarbij komt zijn t-shirt los uit zijn broek en schuift het enkele centimeters omhoog, waardoor zijn vette, gebruinde onderbuik zichtbaar wordt.

Even sla ik hem gade. De rand van zijn vuile werkbroek hangt laag op zijn heupen, zijn overtollige vlees ligt er nonchalant overheen gedrapeerd. Waterdruppels druipen van de aftrekker en bereiken via zijn arm zijn rood uitgeslagen, bezwete nek. Zijn versleten pet draagt hij achterstevoren. Enkele donkere haarlokken steken eronderuit maar ik vermoed dat hij in het verborgene al kaalt.

In een caleidoscopische herinnering aan allerlei reclames ontdubbelen schimmen van verrukkelijke werkende mannen zich in mijn gedachten. Met veel bravoure brengen ze flesjes frisdrank naar hun monden terwijl ze het gras maaien en heffen ze boormachines hoog boven hun hoofden met hun gespierde armen.

Deze man lijkt in niets op hen. De arbeid die hij verricht is onaantrekkelijk omdat hij zich eraan onderwerpt.

*

Ik besluit deze man te straffen voor zijn bestaan.

Ik sta op van mijn ergonomische bureaustoel en neem mijn positie in voor het raam.

Drie keer tik ik hard met mijn nagels op het glas om zijn aandacht te trekken.

Dan til ik in een soepele beweging mijn blouse omhoog, zodat de ramenwasser duidelijk zicht heeft op mijn bralette. Ik weet dat mijn tepels zich al aftekenen onder de lila kanten stof. Ze komen prompt tevoorschijn nu ze blootgesteld worden aan de airconditioning.

Eerst kijkt de ramenwasser uiterst verward naar wat ik hem aanbied. Daarna tekent een grote grijns zich af op zijn gezicht.

Zijn gebit is door jaren van slechte levenskeuzes verweerd. Ik beeld me in hoe hij als kind al zakken vol snoepgoed uit de winkel van een kleine ondernemer stal, om het allemaal in één keer op te vreten in een vuile steeg. Ik kan me zijn woonkamer voorstellen met een versleten zitbank in het midden, vol asresten en brandplekken omdat hij al jarenlang kettingrookt.

De ramenwasser legt de aftrekker neer en drukt zijn beide handen tegen het glas ter hoogte van mijn borsten. Daarna volgt ook zijn mond. In trage cirkelbewegingen duwt hij zijn tong tegen het raam.

Ik knipoog naar hem, en schud ondeugend met mijn hoofd. Ik laat mijn blouse niet zakken.

Langzaam zet ik enkele passen achteruit, tot ik de leuning van mijn bureaustoel tegen mijn billen voel tikken. Zonder het oogcontact met de man te verbreken ga ik zitten en draai ik me naar hem toe. Ik trek mijn rok een stukje omhoog en open mijn benen. Nu kan de ramenwasser tussen mijn dijen mijn lila kanten slipje zien.

*

Enkele werknemers hebben zich ondertussen bij de glazen wanden van mijn werkruimte verzameld.

Ook zij zien hoe ik nu mijn blouse over mijn hoofd trek en naast de stoel op de grond laat vallen. De bralette volgt enkele seconden later. Mijn rok en hakken houd ik voorlopig aan.

De ramenwasser zakt op zijn knieën op zijn hangende stalen platform, hijgend met zijn tong uit zijn mond.

Heel langzaam schuif ik mijn slipje opzij.

Ik sluit mijn ogen en zie mezelf als een reus die door dit stadsdeel loopt. Het is heet, ik wuif mezelf koelte toe met een boom die ik uit de aarde heb getrokken en kijk uitdagend naar mijn eigen weerspiegeling in de ramen van de hoogbouw. Als ik in één pas over de snelweg stap waait mijn rok op, en ben ik voor de hele stad zichtbaar. Ik pluk een auto van de grond die luid kraakt in mijn mond terwijl ik erop kauw. Boven het bouwwerk dat dit bedrijf huisvest hurk ik neer. Moeiteloos glijdt de hele wolkenkrabber bij me naar binnen. In een gelijkmatig tempo beweeg ik mijn bekken op en neer, de wolkenkrabber is voelbaar tot diep in mijn lichaam. Om het gebouw vormt zich een enorme plas. Sneller en sneller span ik mijn bovenbenen op, schud ik met mijn billen, duw ik mezelf naar boven en laat ik mezelf weer zakken. Een potente opwinding bekruipt mijn lichaam, sluw en behendig. Iets in mij balt zich samen tot een kleverige klonter.

Ik open mijn ogen en voel dat de stoffen zitting van mijn bureaustoel doorweekt is.

Alle aanwezige werknemers staan ondertussen bij de wanden van mijn werkruimte en staren ademloos naar binnen. Hun blikken verraden een grote bewondering voor mij. Ze zien in mij een onweerstaanbare, meedogenloze vrouw die zich in alle opzichten met dit bedrijf verenigt.

De ramenwasser staat nu rechtop op zijn platform, met zijn benen wijd.

Hij heeft zijn broek laten zakken. Ik open het raam.

De ramenwasser versnelt het tempo van zijn zelfbevrediging. Zijn blik is onafgebroken op mij gericht, op mijn borsten, mijn haren, mijn gezicht.

Ik steek mijn hoofd naar buiten en open mijn mond gewillig, buig in de richting van zijn kruis.

De werknemers kijken gespannen toe. Ook zij weten dat ik nu een offer zal brengen.

Met twee handen grijp ik zijn bovenbenen vast, en geef ik hem een harde duw.

Na enkele passen achteruit houdt het platform van de glazenwasser op.

Zijn gezicht vertrekt in een angstige grimas.

Ik voel de zon op mijn gezicht. De warme buitenlucht vult het kantoor.

Eindelijk breekt de lente deze ruimte binnen.

De ramenwasser valt achterover, de diepte in.

Ik sluit het raam voor we de klap horen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next