Vier jaar Taliban-bewind Vier jaar na de machtsovername in Afghanistan zitten de Taliban stevig in het zadel. Ondanks zware mensenrechtenschendingen verschijnen er barstjes in het internationale isolement van het regime.
Taliban hielden vrijdag een mars in Kabul om hun machtsovername te vieren. Het is vier jaar geleden dat zij het gezag in Afghanistan voor de tweede keer overnamen.
Er hangt een nieuwe vlag aan de gevel van de Afghaanse ambassade in Moskou: die van het Islamitische Emiraat van Afghanistan, zoals de huidige machthebbers hun regime noemen. Rusland erkende begin juli de Taliban formeel als regering van Afghanistan, als eerste land ter wereld sinds de machtsovername in 2021. Volgens Taliban-minister van Buitenlandse Zaken Amir Khan Muttaqi hopen de machthebbers dat na de Russische erkenning „het proces door kan gaan”.
Deze week is het vier jaar geleden dat de Taliban opnieuw de macht kregen in Afghanistan. De internationale gemeenschap heeft nog steeds moeite met erkenning van de feitelijke machthebbers die het land met strenge hand regeren, en die vooral de rechten van vrouwen en meisjes beperken. Maar na vier jaar is er ook meer pragmatisme. Analisten denken dat meer landen Moskou’s voorbeeld zullen volgen door de Taliban formeel te erkennen. Met wat voor partner krijgen zij dan te maken?
Hibatullah Akhundzada staat sinds 2016 aan het hoofd van de Taliban – in het Arabisch ‘studenten’ (van God). De naar schatting zestigjarige geestelijk leider vocht in de jaren tachtig van de vorige eeuw tegen de Sovjetbezetting van Afghanistan en leidde onder het eerste Taliban-bewind in de jaren negentig shariarechtbanken. Volgens Afghanistan-expert Ibraheem Bahiss van de International Crisis Group heeft Akhundzada de hoogste politieke, religieuze en militaire autoriteit; hij heeft het laatste woord in alle besluiten. Hij zetelt in Kandahar, traditiegetrouw een belangrijke stad voor de Taliban.
Onder hem functioneert de Rahbari Shura, een raad die het dagelijks bestuur van het land vormt. Na de machtsovername lieten de Taliban veel functionarissen die eerder waren opgeleid door buitenlandse missies terugkeren op hun posten – van visumbeambten tot hondenbegeleiders bij politie en douane.
Hibatullah Akhundzada staat sinds 2016 aan het hoofd van de Taliban.
Tegen hoogste leider Akhundzada heeft het Internationaal Strafhof (ICC) een arrestatiebevel uitgevaardigd vanwege schendingen van de mensenrechten. Het ICC heeft om diezelfde reden ook om de aanhouding gevraagd van de voorzitter van het Afghaanse hooggerechtshof, Abdul Hakim Haqqani.
Na hun terugkeer in 2021 voerden de Taliban snel dezelfde strenge religieuze wetten in als in de jaren negentig. Net als toen hebben de Taliban in Afghanistan een islamitisch emiraat ingesteld; democratische verkiezingen zijn nooit beloofd en staan niet op de agenda.
Bahiss noemt het huidige Taliban-regime „de sterkste Afghaanse regering in de moderne tijd”. Het grootste succes is de relatieve veiligheid die nu heerst in het land dat jaren oorlog kende. Ook in de strijd tegen de Sovjet-Unie beloofden de Taliban destijds dat onder hen de rust zou wederkeren. En net als toen kunnen verbeteringen aan de infrastructuur en de bestrijding van corruptie op goedkeuring van de Afghanen rekenen.
De analist van de Crisis Group, die zelf veel tijd in Kabul doorbrengt, schrijft dat toe aan de geestelijk leider Mullah Hibatullah. Die beperkte de invloed van anderen en trok zo de macht naar zich toe, als centrale leider. Zo zijn de Taliban een stabiele en eensgezinde politieke macht geworden. „Er zijn altijd geschillen binnen een organisatie, maar ze zijn erin geslaagd te laten zien dat ze oorlog kunnen voeren als een verenigde beweging, dat ze over vrede kunnen onderhandelen, dat ze een land kunnen overnemen, dat ze een regering kunnen leiden”, zegt Bahiss. Bovendien hoeven de Taliban voor het eerst in vijf decennia niet te vechten om hun grondgebied, legt hij uit.
Afghanen registreren zich op 5 augustus bij de autoriteiten in Kabul voor een programma om in Qatar te werken.
Talibanstrijders houden op 5 juni de wacht bij een markt in Kabul ter gelegenheid van het offerfeest Eid al-Adha.
De Talibanorganisatie komt voort uit een rurale mullah-klasse en had vroeger weinig binding met steden, aldus Bahiss. Die zagen zij eerder als bron van corrumperende westerse ideeën. Maar inmiddels hebben ze zich aangepast aan het stedelijke leven, zegt Bahiss. Dat blijkt uit hun stabiele vestiging in grotere steden en uit de manier waarop ze daar hun regelingen en wetgeving succesvol aan de bevolking hebben opgelegd. Doordat de Taliban zowel in de steden als op het platteland nu stevig de controle hebben, bereikt bijvoorbeeld humanitaire hulp ook afgelegen gebieden, anders dan onder het vorige bewind, schrijft Crisis Group. De Republiek had eerder weinig gezag over landelijke gebieden in Afghanistan. Vooralsnog ziet Bahiss geen politieke uitdagers voor de Taliban in Afghanistan.
De Taliban hebben een sterk regime opgetuigd waarin vooral vrouwen en meisjes het te verduren hebben. Vrouwenrechten zijn enorm ingeperkt: het Amerikaanse Georgetown Insituut, dat de maatschappelijke positie van vrouwen wereldwijd onderzoekt, plaatst Afghanistan op de laatste plaats van een ranglijst met 177 landen. Opvallend genoeg gaan er wel meer kinderen naar de basisschool, zo blijkt uit een rapport van de World Bank Group: en zijn de genderkloof en de kloof tussen stedelijke en landelijke gebieden in het basisonderwijs verminderd. Maar na de basisschool worden de meisjes weer van school gehaald.
Ook andere vrijheden zijn sterk ingeperkt: steeds meer journalisten en critici van het regime zitten vast, meldt Human Rights Watch. Burgers hebben geen gelijke toegang tot overheidsdiensten, mede door een lege staatskas en een systeem waarin persoonlijke connecties doorslaggevend blijven.
Een optocht van Taliban, vrijdag in Kabul ter gelegenheid van het vierjarig jubileum van hun machtsovername. De gele jerrycan is een namaakexplosief.
De economie verkeert in vrije val sinds 2021. Armoede en werkloosheid zijn verder toegenomen. Dit is versterkt door het verbod op papaverteelt in 2023, een maatregel die volgens de VN leidde tot een daling van de drugsproductie met 95 procent – de meest succesvolle anti-drugscampagne van de afgelopen decennia – maar die tegelijk een zware klap voor de economie betekende. Zo verloren Afghaanse boeren in 2023 meer dan 1 miljard dollar aan inkomsten.
Veel Afghanen willen vanwege die slechte economische omstandigheden vertrekken. Zij proberen in buurlanden werk te vinden, of willen hun kinderen laten studeren in het buitenland. Zulke kansen raken steeds verder ingeperkt; vanaf begin dit jaar zijn al 1,9 miljoen Afghaanse vluchtelingen en migranten gedwongen uit Iran en Pakistan gezet.
Afghaanse veiligheidstroepen vernietigen in mei 2024 een papaverveld in het district Argo.
Sinds de machtsovername hebben de Taliban amper toegang tot buitenlandse hulp. Ook werden miljarden dollars aan Afghaanse tegoeden in het buitenland bevroren, omdat de internationale gemeenschap wacht tot de Taliban beloften op het gebied van veiligheid, bestuur en mensenrechten, waaronder onderwijs voor alle meisjes, nakomen.
Volgens Bahiss staan de Taliban sceptisch tegenover de internationale gemeenschap en erkenning: „De Taliban denken: waarom zouden we compromissen sluiten als we daar niets concreets voor terugkrijgen? Er is nooit iemand geweest die expliciet zei: als jullie X, Y, Z doen, dan zullen wij jullie erkennen. In plaats daarvan werd de lijst met eisen steeds langer – in feite vroegen ze de Taliban om geen Taliban meer te zijn.”
Westerse landen zoals de VS, het VK, Duitsland en Nederland houden sinds 2021 de deur naar officiële erkenning voor de Taliban gesloten, vooral vanwege mensenrechtenschendingen – in het bijzonder de uitsluiting van vrouwen en meisjes uit onderwijs en werk.
Een Talibanstrijder staat in mei op een heuvel met uitzicht op een kamp waar Afghaanse vluchtelingen verblijven die uit Pakistan zijn gerepatrieerd, in Torkham nabij de grens tussen Pakistan en Afghanistan.
Hayde Shafaq (links) zit met haar moeder Aisha Shafaq op 16 juli in haar huis in Kabul. Nadat de scholen voor meisjes na de zesde klas werden verboden, startte de 14-jarige Shafaq een klein bedrijfje voor het maken van armbanden en werkjes van kralen.
Maar niet alle landen stellen zich zo principieel op. Zeker in de regio zijn de relaties steeds pragmatischer geworden naarmate de Taliban hun greep op de macht verstevigden. Voordat Rusland besloot tot officiële erkenning, hadden China, Pakistan, Turkije, Oezbekistan en de VAE al ambassadeurs van de Taliban geaccepteerd. Landen als Iran, Saoedi-Arabië, Turkmenistan, Maleisië en Nicaragua hebben diplomatieke betrekkingen aangeknoopt of versterkt.
„De buurlanden hebben erkend dat mensenrechten iets lager op de prioriteitenlijst komen te staan”, zegt Bahiss. Voor veel buurlanden wegen de veiligheid en economische kansen zwaarder om banden met Afghanistan aan te gaan. Zo vechten de Taliban sinds 2015 fel tegen de terreurgroep Islamitische Staat in Khorasan (ISKP), die ook aanslagen pleegde van Teheran tot Moskou. Het is van belang om inlichtingen te delen met Kabul. De verhouding tot Al-Qaida is ingewikkelder: de Taliban beloven die terreurgroep te ‘beheersen’ maar niet te bestrijden. Volgens Bahiss komt dit omdat de Taliban geen oorlogen willen voeren namens andere landen, maar ook niet toestaan dat Al-Qaida Afghanistan gebruikt om andere landen aan te vallen. Indammen is dan de tussenweg die de Taliban kiezen.
Economische belangen spelen minstens zo’n grote rol. Zo wil China zijn handelscorridor via Pakistan doortrekken naar Afghanistan, Turkmenistan praat over gasleidingen, India onderzoekt handelsroutes die via Afghanistan naar de Iraanse haven Chabahar lopen. Voordat Rusland de Talibanregering officieel erkende, nodigde Moskou de Afghaanse leiders al uit op het Sint-Petersburg Internationaal Economisch Forum.
Een Talibanstrijder zit op 10 juni tussen de geweren op de Nadir Khan-heuvel in de Afghaanse hoofdstad Kabul.
Er wordt vaak gewezen op een andere factor die deze toenadering zou aandrijven: Afghanistans bodemschatten, verspreid over het hele land, zeldzame aardmetalen, lithium en koper. „Afghanen horen al járen verhalen over de miljarden dollars aan natuurlijke hulpbronnen” stelt Sibghatullah Ghaznawi, voormalig onderminister ten tijde van de Afghaanse republiek en tegenwoordig onderzoeker verbonden aan het kenniscentrum voor internationale betrekkingen van de Columbia University. Uit een bodemonderzoek in 2010 door Amerikaanse overheidsdiensten – tijdens de oorlog in Afghanistan – werd geschat dat dat de waarde van de bodemschatten op wel duizend miljard dollar kon liggen.
De Taliban zetten de vergunningen voor de mijnbouw nu in als lokkertje voor andere landen . Zoals China, dat al kansen zag toen Westerse troepen het nog voor het zeggen hadden in Afghanistan: het tekende in 2008 voor de exploitatie van een kopermijn, waaraan het pas vorig jaar echt kon beginnen vanwege de verbeterde veiligheid. China is ook een afnemer van edelstenen als jade en robijnen. Het Ministerie van Mijnbouw en Olie in Afghanistan stelt dat het sinds de Taliban-overname meer dan tweehonderd vergunningen heeft afgegeven, veelal aanbedrijven in China, Rusland en Iran, maar ook Britse bedrijven. Volgens het onderzoeksproject Centre for Information Resilience is het ministerie zelf een aandeelhouder in negen mijnprojecten. In 2023 sloot het meerdere contracten tegelijk; en harkte zo investeringen van 6,6 miljard dollar (ruim 5,5 miljard euro) binnen.
Een Afghaanse arbeider sorteert in januari ruwe lapis lazuli-stenen voor sieraden, in een werkplaats in Kabul.
Afghaanse en Chinese functionarissen wonen op 24 juli een openingsceremonie bij van het kopermijnbouwproject Mes Aynak, in de Afghaanse provincie Logar.
Toch is er ook nog scepsis over de mate waarin Afghanistan daadwerkelijk van die hulpbronnen kan profiteren, of op welke termijn. Zoals van Ghaznawi: „De aanwezige reserves zijn niet zo gemakkelijk toegankelijk en in Afghanistan zelf is er gebrek aan technische expertise voor het winnen van de materialen. De benodigde infrastructuur is er ook nog niet. Op de korte termijn blijft het economische en geopolitieke belang van deze hulpbronnen waarschijnlijk nog beperkt.” De Taliban zullen de geïnteresseerde landen dus nog veel moet laten investeren.
Voor veel westerse landen zal het moeilijk blijven om samenwerking met de Taliban aan te gaan, zonder garanties op verbetering van de mensenrechtensituatie. Maar als het de internationale gemeenschap daar om te doen is, stelt Ghaznawi, zou die kunnen besluiten de machthebbers over te slaan en rechtstreeks contact te zoeken met de private sector. „Door ondernemingen te ondersteunen, verbetert de werkgelegenheid. Op termijn zullen gewone burgers zich dan ook zekerder voelen. Het kan ze zelfs in staat stellen om op te komen voor de mensenrechten.”
Met medewerking van Lisa Dupuy in New Delhi
Source: NRC