Ook de tweede poging om een wereldwijd verdrag te sluiten over de aanpak van plasticvervuiling is gestrand door het verzet van landen met een sterke fossiele industrie. Onderhandelaars zijn in gesprek over de vraag hoe het nu verder moet.
is economieredacteur. Hij is specialist duurzaamheid en circulaire economie.
Een verdrag in VN-verband zou een historische stap kunnen zijn geweest in de aanpak van het groeiende plasticprobleem. Deze vervuiling is doorgedrongen tot in de verste uithoeken van de planeet, inclusief het menselijk lichaam. Eigenlijk had er eind vorig jaar al een akkoord moeten liggen, maar de onderhandelingen in het Zuid-Koreaanse Busan mislukten.
Van tevoren had het er al alle schijn van dat de herkansing in Genève niet veel beter zou verlopen. Op de top waren grofweg twee kampen die sterk van mening verschilden. Na tien dagen onderhandelen hebben ze die verschillen nauwelijks kunnen overbruggen, ziet milieuwetenschapper Arturo Castillo (Universiteit Utrecht). Hij was in Genève bij de top aanwezig.
De ene groep meent dat een verdrag alleen effectief kan zijn als de razendsnel groeiende productie van plastic aan banden wordt gelegd. Het gaat onder meer om de Europese Unie, eilandstaten en veel Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse landen. Zij weten zich in hun standpunt gesteund door een brede wetenschappelijke consensus.
Het andere blok, gedomineerd door landen met een grote fossiele industrie, wil hier niets van weten. Deze landen, zoals Saoedi-Arabië en de Verenigde Staten, vinden dat het verdrag zich moet focussen op afvalverwerking en recycling.
Zij hebben een groot economisch belang bij de productie van plastic, dat wordt gemaakt met olie en aardgas. Dat belang zal volgens het Internationaal Energie Agentschap alleen maar toenemen als het gebruik van fossiele brandstoffen afneemt door de energietransitie.
Dat de onderhandelingen stroef verliepen, was al snel duidelijk. Vier dagen voor de deadline klaagde Eurocommissaris van Milieu Jessica Roswall op X dat ‘we meer vierkante haakjes in de tekst hebben dan plastic in de zee’. Daarmee verwees ze naar de vele woorden en zinsdelen die in het conceptverdrag tussen haakjes stonden, omdat er geen overeenstemming over bestond.
Lidstaten van de Verenigde Naties spraken in 2022 af een akkoord over plasticvervuiling te zullen sluiten. Eigenlijk had het onderhandelingsproces hierover eind vorig jaar al afgerond moeten zijn, maar destijds lukte dat ook niet.
Met name de ambitieuze landen en ngo’s reageerden donderdagochtend teleurgesteld. ‘Het is heel duidelijk dat het huidige proces niet werkt’, aldus de vertegenwoordiger van Zuid-Afrika.
De Franse minister van Ecologische Transitie, Agnès Pannier-Runacher, is naar eigen zeggen ‘boos en teleurgesteld’. Ze haalde uit naar landen die de onderhandelingen volgens haar bewust hebben gefrustreerd, ‘geleid door financiële belangen op de korte termijn, in plaats van de gezondheid van hun mensen en de duurzaamheid van hun economieën’.
Volgens Eurocommissarris Roswall zal de EU zich blijven inzetten voor een bindend verdrag. Daarbij merkte ze op best consessies te willen sluiten. ‘Het perfecte moet niet de vijand van het goede zijn.’
Inperking van de productie is niet het enige onderwerp waarover onenigheid was. Hetzelfde geldt voor regels voor gebruik van chemicaliën in de plasticproductie die giftig kunnen zijn voor mens en milieu. Ook over de vraag in hoeverre het verdrag bindende maatregelen moet bevatten die voor iedereen gelden, of dat elk land hier zelf over gaat, werden de onderhandelaars het niet eens.
Ondanks een overschot aan nieuw plastic bouwen bedrijven nog altijd nieuwe plasticfabrieken bij, onder meer in China, de VS en de haven van Antwerpen. Volgens een grove projectie van het Westerse economische samenwerkingsverband Oeso zal de productie tegen 2060 zonder ingrijpen zijn verdrievoudigd.
Intussen wordt, na decennia van onderzoek en miljardeninvesteringen, nog slechts zo’n 10 procent van het plastic gerecycled, schat de Oeso. Technische en economische barrières blijven een bloeiende recyclingindustrie in de weg zitten. Het meeste belandt wereldwijd op stortplaatsen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant