Ook de tweede poging om een wereldwijd verdrag te sluiten over de aanpak van plasticvervuiling is gestrand door het verzet van landen met een sterke fossiele industrie. Onderhandelaars slaagden er na tien dagen vergaderen in Genève niet in een compromis te sluiten.
is economieredacteur. Hij is specialist duurzaamheid en circulaire economie.
Een verdrag in VN-verband zou een historische stap kunnen zijn geweest in de aanpak van het groeiende plasticprobleem. Deze vervuiling is doorgedrongen tot in de verste uithoeken van de planeet, inclusief het menselijk lichaam. Eigenlijk had er eind vorig jaar al een akkoord moeten liggen, maar de onderhandelingen in het Zuid-Koreaanse Busan mislukten.
Van tevoren had het er al alle schijn van dat de herkansing in Genève niet veel beter zou verlopen. Op de top waren grofweg twee kampen die sterk van mening verschilden. Na tien dagen onderhandelen hebben ze die verschillen nauwelijks kunnen overbruggen, zei milieuwetenschapper Arturo Castillo (Universiteit Utrecht). Hij was in Genève bij de top aanwezig.
De ene groep meent dat een verdrag alleen effectief kan zijn als de razendsnel groeiende productie van plastic aan banden wordt gelegd. Het gaat onder meer om de Europese Unie, eilandstaten en veel Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse landen. Zij weten zich in hun standpunt gesteund door een brede wetenschappelijke consensus.
Het andere blok, gedomineerd door landen met een grote fossiele industrie, wil hier niets van weten. Deze landen, zoals Saoedi-Arabië en de Verenigde Staten, hebben een groot economisch belang bij de productie van plastic en vinden dat het verdrag zich vooral moet focussen op afvalverwerking en recycling.
Zeker 234 lobbyisten uit de chemische en fossiele sector waren volgens het Center of International Environmental Law in Genève aanwezig om die boodschap kracht bij te zetten, meer nog dan in Busan. Dat is ook meer dan alle gedelegeerden uit de EU bij elkaar.
Dat de onderhandelingen stroef verliepen, was al snel duidelijk. Vier dagen voor de deadline klaagde Eurocommissaris van Milieu Jessica Roswall op X dat ‘we meer vierkante haakjes in de tekst hebben dan plastic in de zee’. Daarmee verwees ze naar de vele woorden en zinsdelen in het conceptverdrag waarover geen overeenstemming bestond.
Lidstaten van de Verenigde Naties spraken in 2022 af een akkoord over plasticvervuiling te zullen sluiten. Eigenlijk had proces eind vorig jaar al afgerond moeten zijn, maar destijds lukte dat ook niet. De landen zijn nog in gesprek over de vraag hoe verder naar de tweede mislukking.
Inperking van de productie is niet het enige onderwerp waarover onenigheid was. Hetzelfde geldt voor regels voor gebruik van chemicaliën in de plasticproductie die giftig kunnen zijn voor mens en milieu. Ook over de vraag in hoeverre het verdrag bindende maatregelen moet bevatten die voor iedereen gelden, of dat elk land hier zelf over gaat, werden de onderhandelaars het niet eens.
Ondanks een overschot aan nieuw plastic bouwen bedrijven nog altijd nieuwe plasticfabrieken bij, onder meer in China, de VS en Antwerpen. Volgens een grove projectie van het Westerse economische samenwerkingsverband Oeso zal de productie tegen 2060 zonder ingrijpen zijn verdrievoudigd.
Intussen wordt, na decennia van onderzoek en miljardeninvesteringen, nog slechts zo’n 10 procent van het plastic gerecycled. Technische en economische barrières blijven een bloeiende recyclingindustrie in de weg zitten. Het meeste belandt wereldwijd op stortplaatsen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant