Home

Moeder kijkt mee

Ik haat deze baan. Dat ik ooit ‘ja’ zei tegen een column bij NRC kwam doordat ik hem precies aangeboden kreeg in de tijd dat vrouwen ervan werden beticht altijd nee te zeggen op uitnodigingen van de media. Vrouwen zouden ‘ik ben niet geschikt’ roepen en steevast een ander naar voren schuiven.

Toen ik dat allereerste mailtje van de NRC-redactie beantwoordde, voelde het of de hele vrouwenbeweging meekeek, mijn in Uruguay wonende, kneiterfeministische moeder vooraan. Nu voel ik me al jaren verplicht het nieuws intensief te volgen. Moet ik steeds luisteren naar politici die sorry zeggen, maar dat niet menen en in het kielzog daarvan naar zangers die hun gouden keeltjes inzetten om goedkope vliegreizen aan te prijzen. Naar vakantiebestemmingen notabene, zelfs wanneer die grotendeels alvast in de fik staan.

Moet ik weer lezen over de VN-plastic top waar evenveel olielobbyisten aanwezig zijn als er plastic in zee ligt, en toezien hoe in weerberichten zogenaamd ‘mooi weer’ als een kleedje over de klimaatimplosie wordt gelegd. Zelfs als nieuwsberichten over hitteprotocollen gaan, is de opwarming van de aarde amper een figurant.

Doorscrollen dan maar naar wereldleiders die massa’s onschuldigen de dood in jagen om zelf in het zadel te blijven. Daarvandaan naar berichten over verdwijnende insecten, vervuilde grond en ziek water. Verder langs honderden synthetische knuffels bij de douane, die worden vernietigd omdat ze namaak zijn. Zo geeft de westerse consument de vernielde natuur een trap na: lag je al voor dood? Dan gaan we nog meer zooi bestellen, maken, inpakken en verplaatsen, puur om het te verbranden.

Dat wereldbeeld moet ik dan stutten met een columnpje van vijfhonderzestig woorden. En dan heb ik het niet eens over Gaza. De woorden die ik ken zijn te klein om de misdaden die daar worden losgelaten, te kunnen vatten. Ik wil nieuwsmijder zijn en dan ook gelijk een grote, maar dat kan niet als columnist. Of ik moet er zo een worden die over haar privéleven schrijft.

Poging 1: Mijn moeder is over uit Uruguay. Als ze bij mij logeert, scrollen we samen door de actualiteiten. Dat gaat langzamer dan in mijn eentje. Niet omdat haar Nederlands niet toereikend zou zijn, maar omdat ik haar bij binnenlands nieuws moet bijpraten.

Minister Wiersma krijgt een kort geding aan haar broek omdat ze de wet open overheid negeert. Ik leg ‘Woo’ uit en ‘Wiersma’: de landbouwminister die weigert informatie te geven over aantallen opgesloten dieren en waar die zich bevinden. Machtsmisbruik, oordeelde de rechter. Toch blijft Wiersma weigeren. Haar excuus? Activisten kunnen die gegevens gebruiken. Geen idee wie dat gelooft. Activisten filmen immers al jaren onopgemerkt in stallen. Kippen, varkens, herten, koeien, kalveren: van elke diersoort die in de veehouderij wordt uitgeknepen, bestaan undercoverbeelden. Ik bied aan op die filmpjes klikken, maar dierenleed wil mijn moeder niet zien.

Dan maar terug naar de gewetenloze criminelen op het wereldtoneel. Ik laat de cursor heen en weer vliegen: Trump of Netanyahu? Ze haalt haar schouders op, maakt niet uit. Ik vertel haar wat een rotbaan ik dit vind.

Zij zegt: „Is toch leuk? Meedoen aan het publieke debat?”

Ik zeg dat het publieke debat tegenwoordig inhoudt dat mensen met zo min mogelijk verstand van zaken en zo veel mogelijk volgers voor zo kort mogelijke aandachtsbogen zemelen over wat er niet toe doet. „Ik wil ontslag nemen”, sluit ik af.

Zij kijkt me aan met die opgetrokken wenkbrauw die zegt: als je dat maar laat.

Source: NRC

Previous

Next