Terwijl de presidenten van de VS en Rusland over het lot van Oekraïne beschikken en de EU-leiders daarbij machteloos mogen toekijken, smaken de memoires van Manès Sperber (1905-1984) als manna uit de hemel. Het onlangs door Jan Bert Kanon mooi vertaalde derde en laatste deel daarvan, Voorbij de vergetelheid getiteld, zou ik het liefst elke politicus cadeau doen. Niet alleen vertelt de Oostenrijks-Franse psycholoog, essayist en schrijver hierin over zijn avontuurlijke lotgevallen als Joodse vluchteling in de jaren 1933-1945, maar ook laat hij overtuigend zien hoe naïef veel Europese politici in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog waren. Zowel waar het Hitler betreft, als wanneer het om Stalin gaat. Na lezing van dit indrukwekkende boek besef je eens te meer dat de Tweede Wereldoorlog voorkomen had kunnen worden als de Britse en Franse politici wat meer lef hadden getoond tegenover Hitler en zij zich beter hadden verdiept in zowel de nazi-ideologie als de politiek van Stalin.
Jarenlang was Sperber zelf een gelovige communist, trouw aan de partijlijn die door Moskou werd gedicteerd. Maar tijdens Stalins Grote Terreur van de jaren dertig vielen hem de schellen van de ogen en stapte hij uit de partij. Het deed hem verdriet, omdat hij zag hoe de communistische leer was gekaapt door een groepje gangsters die net als Hitler het slechtste met de mensheid voorhadden.
In Voorbij de vergetelheid gaat Sperber uitvoerig in op zijn geloofsafval. Het levert een aangrijpend verhaal op van een gedesillusioneerde jonge intellectueel die meende door middel van het communisme de wereld te kunnen verbeteren. Mooi is in dit opzicht zijn beschrijving van zijn vriendschap met zijn Hongaars-Joodse lotgenoot Arthur Koestler. Ternauwernood zal deze aan Hitler ontsnappen om in Engeland zijn roman Darkness at Noon (1940) te publiceren, waarin hij het mechaniek van de angst van de Stalin-terreur met zijn afgedwongen bekentenissen analyseert.
Sperber is al eerder tot dat inzicht gekomen. Zo beseft hij dat in de Moskouse showprocessen de bekentenissen van Stalins oude strijdmakkers zoals Nikolaj Boecharin zijn afgedwongen door middel van marteling en chantage. Maar in Parijse ballingschap, waar iedere intellectueel een communist lijkt te zijn, is hij een roepende in de woestijn. Want voor zijn partijgenoten blijft Stalin Hitlers enige ware tegenstander.
Fascinerend is het om te lezen wat er gebeurt als Stalin in augustus 1939 een non-agressiepact met Hitler sluit en communisten ineens gedwongen worden om een pro-Hitlerstandpunt in te nemen. Het laat de gekte in hun gelederen zien, waarin iedereen zijn blik van de werkelijkheid afwent.
De democratische politici zijn volgens Sperber net zo onnozel. Na het Verdrag van München van 1938, waarmee Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië Sudetenland, een deel van Tsjechoslowakije, aan Duitsland uitleveren, geloven zij Hitlers woorden dat dit zijn allerlaatste eis is en hij nu van een oorlog zal afzien. Sperber, opgevoed met de Talmoed waarin je altijd het tegenovergestelde van een bewering moet onderzoeken, weet beter. Volgens hem is Hitlers toezegging juist een opmaat naar een nieuwe oorlog. Die taal van de valse beloftes verstaan ze in 2025 in Oost-Europa nog altijd goed. Want als Trump Oekraïne uitlevert aan Rusland, waar het naar uitziet, is de vrede op ons continent verder weg dan ooit sinds 1945.
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC