Silfraire Delhaye en Benjamin Caton Tachtig jaar geleden eindigde op 15 augustus de Tweede Wereldoorlog. Twee dagen later werd de Republiek Indonesië uitgeroepen. Twee generaties van de Indo-Europese gemeenschap gaan in gesprek over die historische data.
Silfraire Delhaye (voorzitter Indisch Platform, links) en Benjamin Caton (Initiatiefnemer Dekoloniale Herdenking).
Aan de vooravond van de grote Indiëherdenking deze vrijdag staan Silfraire Delhaye (80) en Benjamin Caton (28) stil bij de betekenis van die historische datum. Het is tachtig jaar geleden dat er op 15 augustus een eind kwam aan de Tweede Wereldoorlog. En bovendien werd op 17 augustus de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië geproclameerd.
Delhaye en Caton vertegenwoordigen op hun manier de tweede en derde generaties van de zogeheten Indische of Indo-Europese gemeenschap in Nederland. Delhaye, net na de oorlog in 1945 geboren in Indonesië, is nu vijftien jaar voorzitter van het Indisch Platform, een belangenvereniging die zich bijvoorbeeld heeft ingezet voor de uitbetaling van nooit betaalde salarissen aan Nederlands-Indische ambtenaren, die tijdens de oorlog waren opgesloten in Japanse concentratiekampen. Benjamin Caton, in Nederland geboren, van wie een overgrootvader aan moederskant en een grootvader aan vaders kant in dienst waren van het koloniale leger (KNIL), is initiatiefnemer van de Dekoloniale 16-augustusherdenking in Amsterdam.
Op de vraag welke datum voor hen belangrijker is, 15 augustus of 17 augustus, zegt Delhaye zonder aarzeling: „Voor mij is dat 15 augustus, vanwege de capitulatie van Japan. Omdat dit feit nauw verbonden is met mijn familiegeschiedenis. Mijn biologische vader was een Japanse officier, die werkzaam was bij een ondersteunende dienst. Daarom is 15 augustus eigenlijk wel de datum die bij ons in de familie belangrijk is.”
„Ik vind beide datums belangrijk”, zegt Caton. „De dag dat een eind kwam aan de Tweede Wereldoorlog, de 15e augustus, is zowel voor de Indo-Europese gemeenschap als de Japanse gemeenschap, als de Molukse, als Indonesische gemeenschap van groot belang. Want er zijn ook twee miljoen Indonesiërs omgekomen in de oorlog. En 17 augustus is natuurlijk de dag van de proclamatie van de Indonesische staat. De koloniale oorlog tussen Nederland en Indonesië en de Tweede Wereldoorlog zijn daardoor aan elkaar gekoppeld. Die moet je dus ook samen herdenken. En dat doe ik op de 16e augustus.”
Delhaye: „Ik denk dat het goed is wanneer de jongere generatie, waar jij een vertegenwoordiger van bent, Benjamin, opstaat met een vernieuwende gedachte vanuit een idee van verzoening van alle oude tegenstellingen. Daar sta ik voor open.”
Caton: „Dat vind ik mooi. Tegelijkertijd erken ik dat wij, de jongere generatie, op de schouders staan van een oudere generatie. Wij zijn allemaal kinderen van onze tijd.”
Delhaye: „Wat ik hoop is dat de ketenen die de oudere generatie gekluisterd houden kunnen worden doorbroken door het elan van de jonge generatie. Zo gauw het gaat over de ellende van de Tweede Wereldoorlog krimpen de oudere generaties ineen onder een camouflagekleed en zwijgen ze als gesloten oesters.
Silfraire Delhaye en Benjamin Caton. Foto Bart Maat
„Ik beschouw mezelf als de oudste van mijn generatie. En wij zijn behept met een transgenerationeel trauma. We dragen de trauma’s van onze ouders met ons mee. En staan daardoor ook minder open voor verzoening. Toen in 1992 de Japanse ambassadeur een dag na de herdenking, op 16 augustus, een krans had gelegd bij het Indische Monument werd die krans in de vijver gesmeten. Op initiatief van toenmalige premier Ruud Lubbers is toen het Indisch Platform ontstaan. Als aanspreekpunt voor de politiek.”
Caton: „Wij zijn geen belangenvereniging. En we richten ons op iedereen die een binding heeft met de Indonesische archipel of die zich daarvoor interesseert. Niet alleen op een achterban maar tot alle Nederlanders. Ik zou mijn organisatie ook niet ‘Indisch’ noemen, dat is toch een koloniale term. Op zich vind ik het wel mooi om te zien dat die Indo-Europese gemeenschap zich verenigd heeft.
„Maar jullie hebben in een brief aan de organisatie van de 15 augustusherdenking per brief geprotesteerd tegen de afwezigheid van het Van Heutz-vaandel, voor ons een symbool van koloniaal bloedvergieten. Wij hebben ook goed contact met de organisatie van die herdenking en wij vinden dat dat symbool daar niet thuishoort. Ik heb familieleden die in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) zaten. Maar dat schuurt, want dat leger was een instrument van het koloniaal onderdrukkingssysteem.”
Delhaye: „Ja, maar nu raak je op een punt waar ik heen wil. Kijk, er zijn schurende aspecten. Ik noem de aanwezigheid van Japanse of Duitse vertegenwoordigers bij oorlogsherdenkingen. Die mag je best aanraken. Het is goed dat de nieuwe generatie probeert dit soort taboes te doorbreken.”
Caton: „Maar waarom zou een KNIL-vertegenwoordiger aanwezig moeten zijn bij die herdenking? De symboliek die je gebruikt, laat zien hoe je dat verleden wil herdenken.” [
Delhaye: „Maar de jongere generatie moet ook open staan voor de emoties van de ouderen.”
Caton: „Nog zoiets: de Nederlandse regering heeft excuses aangeboden voor het extreem gewelddadige optreden van Nederland tijdens de koloniale oorlog. Maar jullie waren tegen die excuses.”
Delhaye: „Die excuses gingen samen met een groot historisch onderzoek. Waar wij tegen waren, was dat de Koning al zijn excuses aanbood terwijl dat onderzoek nog liep. En dat Rutte op de dag van de presentatie van het onderzoek datzelfde deed. Dat was doorgestoken kaart.”
Caton: „Een filosoof naar wie ik opkijk is Wendy Brown. En die zegt eigenlijk dat om goed te kunnen genezen van de trauma’s die mensen hebben oplopen, ze goed moeten kijken naar wat er is gebeurd en wat er nodig is om te helen. Dus niet alleen maar blijven hangen in dat geweld. En er is gigantisch veel geweld toegepast door de Nederlandse staat in Indonesië. Ik denk aan slavernij, het cultuurstelsel, dat koloniale leger, het KNIL, dat inheemse groepen liet vechten tegen andere inheemse groepen. Ja, voor mij is dat meer dan genoeg reden om excuses te maken. En dan kan er wel een onderzoek liggen dat nog niet af is. Maar die excuses zijn op zijn plek, want die zijn nodig voor herstel.”
Delhaye: „Ik ben het eens met wat je zegt over het koloniaal verleden. Maar in dat onderzoek naar de structurele toepassing van extreem geweld, kwam bijvoorbeeld het bloedvergieten van Indonesische zijde tijdens de onafhankelijkheidsoorlog er maar bekaaid af. Dus daar denken wij anders over.”
Caton: „We zijn echt in een heel andere tijd gevormd. Als ik kijk naar jullie generatie en de generatie voor jou – die van mijn grootouders – dan zie ik dat die trauma’s hebben opgelopen, waar ik intergenerationeel ook mee ben opgegroeid. Maar die trauma’s zijn ontstaan vanwege de deels Nederlandse identiteit. In de Japanse concentratiekampen gezeten, moeten vluchten daarna, hier geen erkenning krijgen, moeten assimileren.
„Er zijn twee miljoen mensen met wortels in het huidige Indonesië die nu in Nederland wonen. Maar mijn generatie is opgegroeid hier in Nederland. Die voelt ook veel woede omdat daar geen erkenning voor is. Voor alles wat jullie hebben meegemaakt. In de generatie voor de jouwe. De generatie van mijn grootouders.
Silfraire Delhaye (voorzitter Indisch Platform) en Benjamin Caton (Initiatiefnemer Dekoloniale Herdenking). Foto Bart Maat
„Maar voor mijn generatie voelt het als wrang en onderdrukkend om als Indo-Europeaan zo blind die Nederlandse kant te kiezen. Al die trauma’s zijn ontstaan in een ziek systeem dat kolonialisme heet. En daar is mijn generatie veel meer mee bezig.”
„Ik denk dat we elkaar kunnen begrijpen. Maar de oudere generatie is meer bezig met hoe mensen met Nederlands bloed geweld is aangedaan door het Indonesische volk. En dat voelt voor velen in mijn generatie gewoon niet juist.”
Delhaye: „Ik denk niet dat mijn achterban, voor zover ik de zaak kan overzien, het koloniaal verleden ontkent. Maar dit staat los van hun claims op rechtsherstel en erkenning. Ik ben het echter helemaal eens met de analyse dat Nederland met de Nederlandse Handelsmaatschappij de schatkist heeft gespekt. Dus het is terecht dat Indonesië op een goed moment zegt: mogen wij even praten. Ik denk niet dat er op dat punt verschil van mening is. Ik ben wel verrast om te horen dat de jongere generatie nog zo op zoek is naar zijn roots.”
Caton: „Ja, 100 procent. En wij voelen dus ook die ontoereikendheid.”
Delhaye: „Nou, dan is mijn oproep: pak het op. Ik zou er graag verder over willen praten.”
Caton: „Met alle liefde.”
Source: NRC