Het lijkt sciencefiction, maar Amerikaanse wetenschappers claimen na een opzienbarend experiment dat ze woorden kunnen uitlezen waar mensen alleen maar aan denken. Dat zou een uitkomst zijn voor mensen die door verlamming niet kunnen praten.
Hanneke de Klerck is wetenschapsredacteur van de Volkskrant.
Gedachten lezen: dat is volgens Amerikaanse onderzoekers de oplossing om mensen die zo verlamd zijn dat ze niet meer kunnen spreken, toch zonder vertraging te laten ‘praten’. Met elektroden kan uit hersengolven worden afgeleid dat iemand een beweging maakt of wil maken, en welke dat is. Zo kan ook worden gezien of iemand probeert woorden te spreken.
Maar proberen bewegingen te maken is vaak vermoeiend voor wie verlamd is, en dat kan de communicatie vertragen, schrijven de Amerikaanse onderzoekers van de Stanford Universiteit donderdag in het tijdschrift Cell. Gedachten lezen zou sneller zijn en minder gedoe.
De onderzoekers willen niet de voorgenomen beweging registreren, maar rechtstreeks de ‘innerlijke monoloog’ aflezen. Zij ontdekten bij hun vier proefpersonen, die verlamd zijn door ALS of een beroerte, dat proberen spraakbewegingen te maken en innerlijk spreken gebeurt in hetzelfde hersengebiedje. Ze zeggen de twee vormen uit elkaar te kunnen houden, omdat het lukte een ‘wil om te bewegen’-aspect te onderscheiden.
De afgelopen jaren zijn met brein-computerverbindingen al veelbelovende resultaten geboekt. Zo kon een Amerikaanse patiënt die verlamd was na een hersenbloeding weer ‘praten’ door in gedachten letters te spellen. Uit de hersengolven die ze via elektroden opvingen, leidden onderzoekers af om welke letter het ging.
Nederlandse onderzoekers, onder wie Nick Ramsey van het UMC Utrecht, beschreven vorig jaar een vrouw met ALS, een ziekte waarbij signalen uit de hersenen de spieren niet meer bereiken. Zij kon, tot dat uiteindelijk niet meer lukte, bijna zeven jaar lang communiceren met speciaal ontwikkelde apparatuur door zich voor te stellen dat ze haar hand bewoog: een korte beweging om letters, woorden en zinnen te selecteren, een lange om hulp in te roepen.
De proef die de onderzoekers nu in Cell publiceren deden ze met zeven woorden die duidelijk van elkaar verschilden, zodat er weinig kans was ze te verwarren. Die woorden kon de computer bijna altijd uit hersengolven afleiden.
Ook kon het systeem zinnen ontcijferen waarmee het was getraind. De onderzoekers zorgden ervoor dat de computer pas naar innerlijke spraak begon te luisteren (en daar weer mee stopte) als de proefpersonen aan een wachtwoord dachten (‘chitty chitty bang bang’, een kinderfilm uit de jaren zestig). De computer pikte het wachtwoord bijna altijd goed op.
Hersenwetenschapper Ramsey, die niet is betrokken bij deze studie, heeft een van de proefpersonen ontmoet. Deze man communiceert met zijn omgeving door te proberen spraakbewegingen te maken. Ramsey is er niet zeker van dat de onderzoekers werkelijk het verschil konden zien tussen proberen te spreken en alleen denken bij mensen die gewend zijn op deze manier te communiceren. Dat zou veel van de resultaten kunnen verklaren, zegt hij.
Daarnaast wijst hij op ethische problemen. ‘Hoe zit het met de privacy van de gebruiker, en hoe kan die zeker weten dat het systeem niet iets hardop zegt dat privé had moeten blijven? En wat als er misbruik wordt gemaakt van het systeem, bijvoorbeeld doordat de fabrikant stiekem meeluistert of zelfs doordat het leger het systeem gebruikt voor ondervragingen?’
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant