Oorlog Zo’n zestig inwoners van Nijmegen vertrokken woensdag naar Brussel, om namen van gedode Palestijnen voor te lezen. Eerder deden ze al in hun eigen stad, maar noem hen geen activisten. „Mijn vrouw heeft alleen maar achtjarigen. Dat zou ik niet volhouden.”
Zestig Nijmegenaren op weg met de bus naar het kantoor van de Europese Commissie in Brussel. Onder wie Willem Bijleveld (69) gepensioneerde huisarts.
Aan de Spoorstraat in Nijmegen staan kantoorgebouwen, een appartementencomplex en studentenhuisvesting. Het is rustig, de stad warmt op, een postbode fietst langs. Maar wat nou als op al deze flats plots bommen vallen? Als de hele straat wordt gereduceerd tot puin en gruis? Daaraan denkt de gepensioneerde huisarts Willem Bijleveld (69) wanneer hij naar de bus wandelt, vertelt hij. „Door Israëlische bommen storten flats in Gaza als kaartenhuizen ineen. Wie kan zich hier iets voorstellen bij de omvang van die wanstaltige vernietiging?”
Zestig inwoners van Nijmegen en omstreken, incluis Bijleveld, reizen woensdag per touringcar naar Brussel. Ze noemen zich ‘getuigen van Gaza’. Begin juli lazen ze in hun eigen stad dagenlang de namen voor van ruim 64.000 door Israël gedode Palestijnen en van 800 Israëlische slachtoffers die bij de Hamas-aanval van 7 oktober werden gedood. Nu willen ze die actie herhalen voor het gebouw van de Europese Commissie. Nationale regeringen, waaronder de Nederlandse, wijzen naar Brussel voor impactvolle sancties of andersoortige maatregelen tegen Israël. Maar binnen de EU liggen Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en lidstaten dwars, onder meer Duitsland.
Tuurlijk, zet een groep van welke leeftijd dan ook in een bus en het uitgelaten gevoel van een schoolreisje is nooit ver weg. De controle van de aanwezigheidslijst verloopt wat chaotisch, de chauffeur noemt zichzelf „stuurvasthouder” en krijgt zo de lachers op z’n hand. Er gaan dropjes rond. Toch zitten veel actievoerders, gevraagd naar hun motivatie, met een ernstig gemoed in de bus. Ze voelen zich „machteloos” bij het constante doden en uithongeren van Gazanen, en verwoesting van Gaza door Israël.
Bij de eerdere voorleesactie in Nijmegen werden termen als ‘demonstratie’ of ‘activisten’ vermeden, net als Palestijnse vlaggen. De organisatie benadrukt dat het, ook in Brussel, om een „sobere getuigenis” moet gaan.
Is het activisme van de groep deze zomer geëvolueerd? En zo ja: hoe?
De Nijmegenaren staan verspreid over het plein bij het kantoorgebouw van de EU en lezen synchroon namen van slachtoffers voor. Foto Mona van den Berg
„Het is werkelijk onverteerbaar dat zo veel mensen met enorm veel geweld doodgaan”, zegt Monique Siebelink (67) achter in de bus. „On-ver-teer-baar!” Ze is zich „steeds meer bewust” geworden van haar demonstratierecht. „Wij moeten op straat compenseren voor wat onze regeringen nalaten.” Sinds de eerste voorleesactie is Siebelink naar een lawaaiprotest geweest en heeft ze na een oproep van een Volkskrant-lezer een boze brief naar de Israëlische premier Netanyahu gestuurd.
Na een uur rijden steekt de touringcar bij Turnhout de Belgische grens over. Siebelink haalt een thermosfles met koffie uit haar rugzak.
Tegen elven komt het Berlaymontgebouw in zicht, de kruisvormige kantoorkolos van de Europese Commissie aan de Brusselse Wetstraat. „Ik vind het wel spannend hoe we ontvangen worden, of mensen in discussie gaan”, klinkt het bij het uitstappen. Een ander: „Ik ben niet uit op conflict, een getuigenis is een zacht woord.” Met campingstoelen, rode lintjes om een groot hart mee op de grond te vormen en zestig insteekhoesjes met papier (zo’n 1.100 namen per voorlezer), begeeft de groep zich naar het Schumanplein tegenover het Berlaymont.
Het lezen vangt aan, een bedrukte kakofonie van luide en zachte, schorre en snikkende stemmen ontvouwt zich. De echo’s weerkaatsen tegen de kantoorgebouwen. „Wael Jihad Rizq Maharah, 28 jaar. Mamdouh Ibrahim Bkar Qnitah, 42 jaar. Lana Sharif Hani al-Bsainuah, 12 jaar.”
Freelance journalist Michel Robles (71) in gesprek een passant. Hij leest onder meer de namen van door Israël gedode Palestijnse journalisten voor. Foto Mona van den Berg
Wendy Levering (65) leest niet voor: ze róépt. „Laat ze daar maar horen hoe woest ik ben”, zegt de gepensioneerde hulpverlener terwijl ze wijst naar de burelen van de Europese Commissie. Haar eigen zoons zijn 32 en 35. „Dan ben je net een paar jaar aan het werk. Er gaat zo veel talent verloren.”
Levering doneert aan hulporganisaties, „maar heeft dat nog zin als vrachtwagens met hulpgoederen aan de grens met Gaza worden tegengehouden? Misschien hebben we op straat meer macht, ik hoop op een zwaan-kleef-aaneffect”.
Medewerkers van nabijgelegen kantoorpanden, op weg naar hun lunch, knikken goedkeurend. Ook een aantal EU-diplomaten betuigt sympathie, maar wil niet met de pers praten. Enkele voorbijgangers gaan op de uitnodiging in om zelf enkele namen voor te lezen.
Na twee uur lezen – „steeds luider” – is Monique Siebelink ‘klaar’. Ze rust uit op een bankje in de zon, haar waterfles is bijna leeg. Een hele klus? „Dat vind ik nou echt een vraag van de jongere generatie. Wij zijn bijna allemaal grijze hoofden: we hebben de tijd. Misschien is het wel onze verantwoordelijkheid tegenover de rest van de maatschappij, dat we dit oppakken.”
Dat beaamt Bijleveld, bruine boterham in de hand. „Wij hebben de tijd. Het laat ook mijn kinderen niet koud, maar die moeten oppas regelen, vrij vragen.” Toen hun kinderen hoorden dat Bijleveld en zijn vrouw naar Brussel gingen, hadden ze ongerust opgebeld. „Vroeger waren wij bezorgd als zij uitgingen. Maar wij zijn compleet brave burgers. De barricaden op: das war einmal.”
Die enigszins ambivalentie houding geldt voor meer passagiers van de bus uit Nijmegen. Er is angst voor labels. „Ik ben geen beroepsdemonstrant”, klinkt het. En: „Laat mijn kinderen maar op de A12 zitten, dat doe ik niet.”
Foto Mona van den Berg
Bijleveld moet nog een paar namen voorlezen. „Ik ploeg me al de hele tijd door alleen maar 29-jarigen heen. Het is verpletterend. En ik heb nog ‘geluk’: mijn vrouw heeft alleen maar achtjarigen. Dat zou ik niet volhouden.”
Op de terugweg stopt de bus bij de Israëlische ambassade, gelegen in een bosrijke buitenwijk van Brussel. De ‘getuigen’ willen de namenlijsten overhandigen aan de ambassadeur van Israël bij de EU. De deur blijft dicht.
Source: NRC