is literair recensent voor de Volkskrant. Ze schrijft met name over nieuwe Nederlandse fictie.
Op het sluisje waar ik vaak overheen wandel staan op hete dagen als deze altijd jongetjes in zwembroeken. Ze hitsen elkaar op het kanaal in te springen. Nu staat er een jochie van hooguit 12 bleekjes de diepte in te staren.
In alles, tot aan de toppen van zijn tenen die al over de rand steken toe, straalt hij uit: ik-wil-dit-niet. Maar achter hem staan drie grotere jongens onverbiddelijk te joelen. Mijn hart vult zich met erbarmen. ‘Doe het niet!’, wil ik het jongetje toeroepen. ‘Je bent eigenlijk veel stoerder als je het níét doet.’
Maar ik zwijg. Ik ben hier getuige van een rite de passage – daar moet je je niet mee bemoeien. Of... óf laat ik nu een kans schieten? De kans die ene persoon in iemands leven te worden? Die Ene Persoon die precies Het Goede zegt op Het Juiste Moment? De persoon die je de ogen opent, die dé ommekeer in je leven veroorzaakt, die je je altijd zult blijven herinneren?
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Mijn eigen ene persoon was een vrouw in een afgeknipte spijkerbroek bij de wasbakken op een camping in de Provence. Ik, een tiener die nog niet verwerkt had dat ze ook dít jaar weer met haar ouders op vakantie moest, kwam daar zuchtend van chagrijn aansjouwen met een teil vaat.
De vrouw keek me aan, doorgrondde in een oogwenk mijn hele situatie, sloeg haar theedoek over haar gebruinde schouder en sprak de woorden: ‘Ne traîne pas avec ça.’ Wat zoiets betekent als: maak er geen slepende kwestie van. Het zinnetje heeft zich vastgezet in mijn hoofd om op te poppen bij elke vervelende taak of kwaaie bui. En moet je kijken waar het me gebracht heeft!
Wie weet waartoe dit jongetje allemaal in staat is? Hij kan wel onze volgende grote schrijver zijn! En zie: zijn hele oeuvre zal uiteindelijk terug te leiden zijn naar dít moment op de sluis. De joelende jongens, zijn tenen over de rand, de terreur.
En de verlossing, in de vorm van een ‘mysterieuze vrouw’ met een ‘leeftijdsloze schoonheid’ en een ‘serene blik’. Ze kijkt hem aan en hij voelt iets wat hij nooit eerder gevoeld heeft: hij wordt gezíén. Hij is niet langer een bleek ventje, maar een méns. ‘Doe het niet’, zegt de vrouw. En voor het eerst in zijn leven voelt hij: ik heb een keus.
Inmiddels ben ik de sluisbrug over. Vlak voordat ik me wil omdraaien om Het Grote Verschil te maken hoor ik een hoge kreet, een plons en geproest. Over het water galmt een daverend gejuich.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant