Home

Mens versus monster: het veelkoppige succes van de ‘Alien’-reeks

Al bijna een halve eeuw lang blijkt er telkens weer nieuw leven te zitten in de Alien-reeks. Na negen films verschijnt nu de serie Alien: Earth. Wat zeggen de – niet alle even succesvolle – delen over de tijd waarin ze werden gemaakt?

is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.

Elke Alien-film is anders, en elke Alien-film is hetzelfde. 46 jaar geleden is het inmiddels alweer dat regisseur Ridley Scott in Alien (1979) een buitenaards babywezen liet ontsnappen uit de buik van een onfortuinlijke astronaut. In de jaren erna zou zo’n beetje elke alienfilm (of ruimtefilm) in zekere zin schatplichtig blijken aan Scotts horrormeesterwerk over een gedoemde ruimtemissie, waarbij de bemanningsleden van een ruimteschip een voor een worden afgeslacht door buitenaardse wezens. In space, no one can hear you scream, luidde de fameuze slagzin van de film.

Alien werd een monstersucces. De Xenomorph, de belangrijkste alien uit de eerste film, zou onverslaanbaar blijken in Hollywood: in totaal zitten we inmiddels op negen titels. Best veel, voor films die in de kern toch vaak neerkomen op ‘bemanning ruimteschip wordt afgeslacht door buitenaards wezen’. Maar uiteindelijk is de honger van Hollywood nooit te stillen: de kijker moet en zal mee aan boord blijven gaan.

Debuut op het kleine scherm

Over die negen films later meer, want we beginnen natuurlijk niet zomaar over Alien en al zijn uiteenlopende nakomertjes. Deze week gebeurt er iets nieuws en verrassends in het Alien-universum: de buitenaardse wezens uit de filmserie debuteren op het kleine scherm. Alien: Earth is de nieuwste zijtak, een achtdelige serie waarin de Xenomorph en consorten voor het eerst opduiken op ónze planeet.

Alhoewel: onze planeet in een nog nét iets akeliger toekomst. In Alien: Earth bevinden we ons in het jaar 2120, twee jaar voor de gebeurtenissen uit de eerste Alien-film. En nee, echt gezellig is het er niet. De wereld heeft concepten als ‘regering’ en ‘democratie’ overboord gegooid, en de macht is vooral in handen van een handjevol immense techbedrijven; die worden vaak geleid door hebzuchtige biljonairs die uit zijn op nóg meer geld, nóg meer macht en, belangrijker nog, het eeuwige leven.

Hybrides maken

In Alien: Earth ligt de focus vooral op Boy Kavalier (Samuel Blenkin), een door Peter Pan geobsedeerde blaag die de CEO is van The Prodigy Corporation, een bedrijf dat zich bezighoudt met het creëren van ‘hybrides’ tussen mens en androïde. Een van die hybrides is Wendy (Sydney Chandler). We ontmoeten haar in de serie als een jong, terminaal kind wier bewustzijn wordt overgezet naar een synthetisch (en volwassen) lichaam. Kavalier blijkt een heel leger samen te stellen van dit soort ‘volwassen kinderhybrides’.

Daar zit op zichzelf al een hele serie in, maar goed, we kijken hier naar een Alien-variant en dus spelen die vermaledijde aliens uiteindelijk ook weer een rol. In dit geval belanden ze op aarde, als hun ruimteschip Maginot neerstort, waarna een heel nieuwe groep akelige buitenaardse wezens bloederig amok maakt.

Er valt van alles te zeggen over Alien: Earth, maar in eerste instantie moet er toch vooral een pluim naar de makers voor de frisse, nieuwe koers. Net toen we dachten dat we alles wel wisten over die aliens, bleek er toch nieuw bloed in de reeks te zitten. Dat is voor een belangrijk deel te danken aan showrunner Noah Hawley, die meerdere afleveringen van de serie regisseerde en schreef.

Want makkelijk is het niet, om zo’n filmreeks succesvol om te bouwen tot tv-serie. Neem alleen al het gebruikelijke uitgangspunt van meerdere Alien-films. Anderhalf tot twee uur is een perfecte lengte om de bemanning van een ruimteschip afgeslacht te zien worden, maar in een serie van in totaal acht uur blijft zoiets met geen mogelijkheid spannend. En in de eerste films zaten al genoeg interessante bespiegelingen over hyperkapitalisme, kolonialisme en mens versus monster, dus viel daarin nog veel nieuws te ontdekken?

Vertrouwd én fris

Gelukkig liet Hawley met zijn onvolprezen serie Fargo eerder al zien dat hij feilloos kan voortborduren op bestaand geliefd werk, door iets te produceren dat voelt als een ode, maar ook als iets geheel nieuws. In plaats van een simpele herhalingsoefening van de films, heeft de serie de toon en sfeer van vooral de eerste Alien-film – maar een kopie wordt het nooit. Alien: Earth voelt vertrouwd, maar tegelijkertijd fris en nieuw.

Ergens is het ook niet heel vreemd dat Alien anno 2025 blijkbaar het best werkt als grootschalige serie (met naar verluidt een budget van ruim 250 miljoen dollar). Want kijk naar de Alien-films en je ziet toch ook vooral het verhaal van Hollywood, en van de tijd waarin ze werden gemaakt.

Om dat te kunnen verklaren, moeten we eerst terug naar de enige echte Alien (1979). Waar een sciencefictionfilm in de jaren zeventig vaak wat meer een onschuldig heldenepos was, nam Alien een afslag die qua toon en rauw realisme meer in lijn was met de radicalere auteursfilms van die tijd (van Taxi Driver tot Chinatown). Best bijzonder, want schrijvers Ron Shusett en Dan O’Bannon pitchten het verhaal in eerste instantie als ‘Jaws in de ruimte’.

Toch stond Hollywood in eerste instantie niet bepaald te springen om een grote sciencefictionfilm te maken. Althans, tot de eerste Star Wars-film in 1977 een daverend succes werd en sciencefiction ineens hot was. Maar in plaats van simpelweg voortborduren op het succes van films als Star Wars wilde Scott vooral de nadruk leggen op de horror in de ruimte, door naar eigen zeggen ‘de Texas Chain Saw Massacre van het sciencefictiongenre’ te maken.

Horrorsciencefiction dus, die zo authentiek mogelijk moest aanvoelen. Scotts Alien was goor, rauw en in sommige opzichten verrassend realistisch. Neem bijvoorbeeld de crew aan boord van het ruimteschip, en vergelijk die met de personages uit de recentste film (Alien: Romulus, uit 2024).

Zweterige hoofden

In die laatste film zijn het vooral knappe, gespierde twintigers; in Scotts Alien bestond de bemanning overwegend uit veertigers en vijftigers die daadwerkelijk konden doorgaan voor ‘working class’, met zweterige, door het leven getekende hoofden. Geen ongecompliceerde helden, maar min of meer ‘echte mensen’. Belangrijk, omdat veel van de Alien-films gaan over arbeiders die naar de ruimte worden gestuurd om vuil werk op te knappen voor grote bedrijven met weinig nobele intenties.

En dan was er nog het hoofdpersonage Ellen Ripley, zo onvergetelijk gespeeld door Sigourney Weaver. Een vrouwelijke held was ook toen nog een unicum, maar Alien maakte er nooit iets unieks van. Dat kun je, net zoals de rest van de film, tot in den treure analyseren. En dat gebeurde ook: er zijn hele boeken geschreven over de seksuele en maatschappelijke ondertonen van de film.

Alien zou een metafoor zijn over verkrachting, of over de mannelijke angst voor penetratie, zwangerschap en geboorte. De film zou een aanklacht zijn tegen het patriarchaat, maar ook verwijzen naar maatschappelijke (Amerikaanse) angsten rondom Vietnam, Watergate, de Koude Oorlog, kolonialisme, en ga zo maar door.

Om nog maar te zwijgen over de uitbuiting van ‘gewone arbeiders’ door hyperkapitalistische bedrijven, die voortdurend uit zijn op meer geld, meer macht, en meer invloed. Best rijk en veelzijdig, voor een ‘Jaws in de ruimte’.

Achtbaanrit

Ondanks het succes van de eerste Alien-film stond studio 20th Century Fox niet direct te springen om een vervolg – iets wat in deze tijd, waarin elke hit in Hollywood vanzelf een sequel krijgt, volstrekt onvoorstelbaar zou zijn. Maar alles veranderde toen Terminator-regisseur James Cameron interesse bleek te hebben (Scott werd naar eigen zeggen nooit teruggevraagd, vermoedelijk door het moeizaam verlopen productieproces bij de eerste film).

Cameron wilde vooral voorkomen dat zijn vervolg meer van hetzelfde zou worden. Volgens een van de producenten zag hij Alien vooral als een ‘wandeling door het spookhuis’ en moest zijn opvolger Aliens (1986) veel meer een ‘achtbaanrit’ worden.

En zo geschiedde, want Aliens bleek in alle opzichten groot, groter, grootst: de actie was spectaculairder, langer en luider. Als Alien meer weg had van The Texas Chain Saw Massacre, dan was Aliens toch vooral een soort Terminator, maar dan in de ruimte: minder horror, meer actie (met ditmaal soldaten die aan boord gaan van een ruimteschip, en er lang niet allemaal levend vandaan komen). Het adagium van spierballen boven schrikeffecten sloeg aan, want de film, met opnieuw Weaver in de hoofdrol, werd een doorslaand succes.

Product van de tijd

Ook dit vervolg blijkt toch vooral weer een product van de tijd, in navolging van destijds mateloos populaire actiefilms als Rambo, Predator en The Terminator (hoofdrolspeler Weaver noemde zichzelf ‘Rambolina’). En ook nu waren er talloze thema’s te zien in de film, van Vietnam-trauma’s en angst voor het vreemde tot moederschap (Ripley draagt in deze film zorg voor weeskind Newt, en dat in de ruimte!).

Toch bleek het belangrijkste thema ook hier weer de sinistere insteek van het kapitalistische moederbedrijf, dat in de aliens perfecte wapens ziet om de concurrentie mee te lijf te gaan. Alle ondergeschikten in de ruimte zijn toch vooral inwisselbaar kanonnenvoer.

Hoofdpersoon Ripley vat de moraal in Aliens zelf misschien nog wel het best samen: ‘Ik weet niet welke soort erger is. Aliens verneuken elkaar in elk geval niet voor een fucking winstpercentage.’

Nu wel interesse

Voor regisseurs als Scott en Cameron bleken de Alien-films perfecte producties om hun cv mee op te fleuren, maar David Fincher (Fight Club, Se7en) wordt liever niet meer herinnerd aan zijn Alien 3 (1992). Omdat Camerons Aliens een hit was geworden, was er vanuit de filmstudio ditmaal wel direct interesse in een vervolg. Al waren de producenten in eerste instantie nog wel wat huiverig, want ja, wat viel er na de twee regelrechte klassiekers nog voor nieuws te vertellen?

Die twijfel bleek gegrond: er kwamen meerdere scripts die niet naar wens waren, en toen de productie eenmaal begon, was het uiteindelijke script verre van af. Het productieproces verliep daardoor rampzalig, met veel bemoeienis vanuit de studio, die de controle zo veel mogelijk weghaalde bij regisseur Fincher.

In het derde deel, dat zich direct na de gebeurtenissen in Aliens afspeelt, belandt Ellen Ripley op een gevangenisplaneet vol agressieve mannen, die (uiteraard) in sneltreinvaart door de aliens worden vermorzeld. O ja, en Ripley blijkt ineens zwanger van een alienbaby, reden om zich aan het eind van de film op te offeren.

Fincher vergeet zijn behoorlijk wisselend ontvangen film dus liever. In 2009 zei de regisseur tegen The Guardian: ‘Tot op de dag van vandaag haat niemand die film meer dan ik.’

Slecht nieuws

De chaos rondom het derde deel bleek slecht nieuws, want na Alien 3 bleek Alien: Resurrection (1997) een nog grotere sof. ‘Het is al te laat’, luidt de tagline van dit weinig geliefde deel uit de reeks, en hetzelfde leek op te gaan voor de Alien-films.

Tweehonderd jaar na de gebeurtenissen uit Alien 3 wordt Ripley gekloond, omdat het bedrijf Weyland-Yutani toch weer wil proberen om aliens in te zetten als biologisch wapen. Aan ideeën geen gebrek, maar hier leek toch typisch sprake van Hollywood-sequelitis: gewoon maar vervolgen maken, zonder daadwerkelijk iets nieuws of gewaagds te proberen.

Jaren nul

Hoewel er vast enkele liefhebbers van te vinden zijn, hoeven we niet al te veel woorden vuil te maken aan de Alien-reeks in de jaren nul. Aangezien het verhaal van Ripley en consorten wel was verteld, koos Hollywood ditmaal voor een cross-over met de Predator-monsterfilms: Alien vs. Predator (2004) en Alien vs. Predator: Requiem (2007), waarin de Xenomorph het opneemt tegen de Predator. Voor het domme vermaak valt best iets te zeggen, maar de rijke veelzijdigheid en gelaagdheid van de eerste twee Alien-films was ver te zoeken.

Het maakt de terugkeer van Ridley Scott des te interessanter. Die speelde al langer met het idee om een prequel te maken waarin de oorsprong van de aliens verder wordt onderzocht, maar besloot uiteindelijk om twee films te maken over het oorsprongverhaal van de ‘makers’ van de aliens. Prometheus (2012) en Alien: Covenant (2017) konden qua actie, spanning en horror niet op tegen de oer-Alien, maar bleken bij vlagen best verrassend filosofische bespiegelingen over de verhouding tussen mens, monster en machine.

Terug naar de kern

Omdat deze nieuwe Scott-films maar moeizaam aansloegen bij het grote publiek, keerde de reeks met Alien: Romulus (2024) terug naar de kern: de bemanningsleden van een ruimteschip worden een voor een afgeslacht door bloeddorstige monsters. Geen nieuwe ideeën of mythologie, maar vooral meer van hetzelfde: een soort verzamelalbum van vooral de eerste twee films, zonder dat er per se iets interessants mee werd gedaan.

Daarmee bleek Alien: Romulus toch vooral een product van deze tijd, waarin filmstudio’s het liefst zo veel mogelijk op safe spelen, en liever herhalen dan zelf dingen verzinnen.

Zo leek er toch langzaam sprake van metaalmoeheid, maar gelukkig is er nu dus Alien: Earth (2025), dat laat zien dat je voor thematische diepgang en verfrissing tegenwoordig misschien beter terechtkunt op het kleine scherm. De serie van Noah Hawley is de beste Alien-productie sinds Aliens, en ook dat past weer helemaal in deze tijd, waarin series minstens zo hoogwaardig (en duur!) kunnen zijn als bioscoopfilms.

Hawley bouwt voort op de ruimtehorror uit Alien en de spierballenactie uit Aliens, maar maakt er toch iets geheel eigens van, door voort te borduren op de vraag wat ons nu precies menselijk maakt in tijden van hyperkapitalisme, klonen en een vervangend onderscheid tussen mens en machine.

Die thema’s zaten ook al in eerdere Alien-films, maar krijgen in Alien: Earth een extra actueel karakter, door de verreikende invloed van techbazen en kunstmatige intelligentie. Alles om toch weer rijker, machtiger en ouder te kunnen worden. Ook hier geldt: die aliens verneuken elkaar tenminste niet om een winstpercentage. Hawley zei in interviews niet voor niets dat een belangrijke vraag voor hem is of de mensheid het eigenlijk wel verdient om te overleven.

Wandelend oog

De invloed van Alien en Aliens is voortdurend zichtbaar, maar Hawley durft binnen het bekende genoeg zijn eigen koers te varen om eindelijk weer eens echt iets nieuws en bevredigends te doen met die aliens (en de mensen). Want hoewel de aloude Xenomorph natuurlijk weer opduikt, weet Hawley ook wel dat de nieuwigheid daarvanaf is. Liever kijken we daarom naar andere monsters, met als meest in het oog springende een soort wandelend oog met parasitaire impulsen.

Ook na negen films zit er blijkbaar nog steeds meer dan genoeg leven in de Alien-reeks (de opvolger van Alien: Romulus is inmiddels ook in de maak). Bij Noah Hawley, die mikt op meerdere seizoenen, zijn we voorlopig in de best denkbare handen.

Alien: Earth is te zien op Disney Plus.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next