AZ heeft in de huidige transferperiode tientallen miljoenen euro’s verdiend met de verkoop van door de club zelf opgeleide spelers. Die spelers worden wel steeds jonger. Willem Vissers zet de Alkmaarse zaken op een rij.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Ernest Poku liep zondag na afloop van de zege op FC Groningen naar het publiek in Alkmaar, liet zich de loftuitingen welgevallen en barstte voor de tribunes in tranen uit. Natuurlijk, hij was blij met zijn aanstaande miljoenentransfer van AZ naar Bayer Leverkusen.
Maar hij is ook nog pas 21 jaar, opgeleid in Wijdewormer en heeft jarenlang gevoetbald met andere talenten. Hij kwam pas relatief laat naar AZ, in 2019. Tot die tijd speelde hij bij amateurclub FC Amsterdam, waarvan de velden naast de Arena in Amsterdam liggen. Bij zijn afscheid zei hij: ‘AZ voelt niet alleen als familie voor mij, ik heb ook vrienden voor het leven gemaakt.’
Poku beleefde succes in de jeugd en was op weg een uitblinker te worden in het eerste elftal. Nee, hij was nog niet eens altijd basisspeler in de eredivisie; hij speelde 49 keer in het eerste elftal, in 23 wedstrijden vanaf de aftrap. Hij scoorde drie doelpunten.
Dit seizoen had het jaar van zijn echte doorbraak kunnen zijn. Maar hij is dus al vertrokken naar het buitenland.
Zijn in Alkmaar nog nauwelijks aan het licht gekomen kracht: Poku is snel, de vlotste van allemaal zelfs, met een topsnelheid van 35,3 kilometer per uur, gemeten tijdens het recent gehouden EK voor Jong Oranje. En snelheid is een cruciaal wapen in het hedendaagse voetbal, dat een spel van de zogeheten omschakeling is. Technisch directeur Simon Rolfes van Bayer Leverkusen zei het bij Poku’s presentatie in Duitsland zo: ‘Een briljante buitenspeler met tempo en dynamiek.’
Oftewel: de verdediger die tegen hem in een situatie van één tegen één komt te staan, is de pineut.
Die snelheid is aangeboren, het is een gave, een talent. Poku werkte in de eredivisie en bij Jong Oranje vooral aan zijn effectiviteit: hij moest leren de doelkansen beter te benutten en tijdens zijn rushes beter het overzicht behouden. Als je hem zag voetballen, dacht je soms: als hij meer rendement zou hebben, was hij een van de besten van allemaal. Hij is al goed. Hij kan heel goed worden. En juist op die potentie speculeert Leverkusen, met de nieuwe trainer Erik ten Hag.
Dinsdag nam Poku dus afscheid, toen het contract in Duitsland was getekend. De transfersom werd niet bekendgemaakt, maar zou 10 tot 12 miljoen euro bedragen. Bij zijn afscheid zei de technisch directeur van AZ, Max Huiberts: ‘Het vervult iedereen bij AZ met trots om te zien welke grote stappen Ernest heeft gezet. Het is bewonderenswaardig.’
Eerder in deze zomerse transferperiode, die loopt van 16 juni tot en met 1 september, verkocht AZ ook Jayden Addai al. Die vertegenwoordigde met zijn 19 jaar in feite de lichting na Poku. Ook hij is razendsnel, vooral linksbenig en in zijn techniek misschien zelfs wat fijnzinniger dan Poku.
Addai vertrok voor rond de 16 miljoen euro naar Como, dat in de Serie A in Italië speelt. Hij blonk in de jeugd al uit en maakte in de eerste divisie achttien doelpunten. In de eredivisie speelde hij 25 duels, in vijf daarvan stond hij in de basisopstelling. Hij scoorde een doelpunt.
Dat is veel voor een jongen van die leeftijd. Ook Addai was nog volop in ontwikkeling toen Como met de miljoenen kwam, en met een plan.
Como is net als Leverkusen een club die op hoog niveau talenten ontwikkelt. En een moderne club met een Nederlandse adviseur, Mark-Jan Fledderus, met veel kennis van de Nederlandse markt. Como ziet Addai als een ‘parel’. De club heeft hem gecontracteerd met de bedoeling hem meteen te laten spelen in het eerste elftal. Onlangs blonk hij uit in een oefenwedstrijd tegen tegen Ajax.
Ook voor Addai geldt: hij is nu al goed, maar hij kan nog beter worden.
Op transfermarkt.com, de website met namen en getallen over de markt van voetballers, stonden de twee voormalige AZ-spelers voor relatief bescheiden bedragen genoteerd. Voor Poku werd een marktwaarde van 4 miljoen euro genoemd, voor Addai 1,5 miljoen. Ze vertrokken voor een veelvoud van die bedragen, hetgeen nog eens duidelijk maakte dat AZ de club van de opleiding is, die relatief jonge spelers voor veel geld verkoopt.
AZ verkocht deze zomer ook al Ruben van Bommel (21, aan PSV), nog een aanvaller op de flank, en linksachter David Möller-Wolfe (23, aan de Engelse Premier League-club Wolverhampton Wanderers). Het brengt de inkomende transfergelden op meer dan 50 miljoen euro. Daartegenover staat vooralsnog slechts 5 miljoen euro die is uitgegeven aan het contracteren van back Mateo Chavez en buitenspeler Isak Jensen.
Om het verlies van de buitenspelers te compenseren heeft AZ jeugdspeler Ro-Zangelo Daal (21) bij de selectie gevoegd, waar ook vleugelaanvaller Ibrahim Sadiq deel van uitmaakt. Toch wil de club zeker nog een buitenspeler aantrekken.
Saillant is dat AZ twee gewaardeerde centrumspitsen heeft, die in het spelsysteem van AZ niet tegelijk kunnen spelen. Van de twee is Troy Parrott meestal basisspeler en Mexx Meerdink invaller. Trainer Maarten Martens kreeg al geregeld de vraag of hij overweegt ze tegelijk op te stellen en zo iets van systeem te veranderen, zeker nu hij krap zit in de aanvallers op de flanken. Martens sloot niets uit, maar liep niet meteen over van enthousiasme. Het maakt het aantrekken van nog een buitenspeler des te aannemelijker, zeker nu ook vleugelspeler Mayckel Laydo (22) vrijwel zeker zal vertrekken, vermoedelijk naar Nantes.
Zo blijft AZ de club van opleiden, ontwikkelen en verkopen. Grofweg de afgelopen tien jaar heeft AZ daarmee ruim 300 miljoen euro verdiend – het gaat dan om spelers uit de opleiding en om spelers van elders die in korte tijd fors in waarde stegen in Alkmaar; van Tijjani Reijnders (nu Manchester City) tot Vangelis Pavlidis (Benfica), van Teun Koopmeiners (nu Juventus) tot Sam Beukema (nu Napoli).
Source: Volkskrant