Paul Onkenhout en John Schoorl schrijven elke week over een liedje waarvan de titel bestaat uit alleen een voornaam. Zijn lied Gerda noemt zanger Alex Roeka achteraf ‘niet zo netjes’.
Onder die plaat van dat schot op de goal
Zit Gerda onnozel te doen
Gerda, Alex Roeka (2002)
In 2002 nam singer-songwriter Alex Roeka, een notariszoon uit het Brabantse Ravenstein, zijn publiek mee naar een van zijn lievelingsplekken: het café. Het was vlak voor sluitingstijd: ‘Hier aan de bar is het einde nabij/ De drank hangt als pis in het glas.’
In Gerda wordt tegen sluit in dat café een niet erg aantrekkelijke vrouw begeerd: ‘Maar als straks de kale roept dat we naar huis toe gaan/ ben ik haar hond en loop achter haar aan.’ Over wat er daarna gebeurt is de ik-figuur gematigd enthousiast: ‘Ze vrijt als een paard in een veel te klein bed / haar hoeven staan in het plafond.’
Gerda was een vrouw van vlees en bloed, geen verzinsel. Roeka (1945) leerde haar rond de eeuwwisseling kennen in een café in de Amsterdamse Jordaan. ‘Een drankhol. Als alles dicht was, was dat nog open.’ De naam is hem ontschoten. Hij dronk destijds veel meer dan goed voor hem was. ‘Het is allemaal wat wazig in mijn herinnering.’
Hij ziet nog wel wat gezichten voor zich. Herman Brood kwam het café weleens binnenvallen, en een gast op blote voeten. Ook journalist Henk Hofland zat er regelmatig aan de bar, ‘die scharrelde in de buurt als een romantische zwerver graag wat rond’.
Naar Gerda, het liedje dat zijn (derde) album Wolfshonger afsluit, kijkt Roeka inmiddels met gemengde gevoelens. ‘Het is geen vrouwvriendelijk nummer, hè. Het is niet zo netjes om een vrouw met een paard te vergelijken.’
Hij zou het nu misschien anders hebben gedaan, zegt hij. Aan de andere kant: ‘Ik wil wel de vrijheid behouden om te schrijven wat ik wil. Soms gaan de wokers te ver. Het mag niet zo zijn dat mijn creativiteit wordt gemuilkorfd, zeker niet door half gestoorde mensen die zo nodig een punt moeten maken.’
Het zal geen verbazing wekken dat het café (en de liefde, en de zelfkant) een voorname rol speelt in het fonkelende oeuvre van een man die zichzelf bevrijdde, op late leeftijd doorbrak als tekstschrijver en zanger, en van Alex van Mourik veranderde in Alex Roeka. Niet voor niets heet zijn theatertour uit 2024-2025 Nachtcafé. Een sacrale plek, noemde hij het café in 2024 in een interview met de Volkskrant. ‘Een meditatieplek ook.’
Maar begin tegen Alex Roeka niet over de vermeende poëzie en de romantiek van het leven aan de zelfkant. ‘De marginale kant van het leven is gruwelijk. Armoede. Agressie. Drankmisbruik. Eenzaamheid. Ik heb het meegemaakt. Daar wil ik echt niet naar terug.’
In Gerda verwijst Roeka ook naar een grote liefde, een ‘wondervrouw’ die hij verliet omdat hij zo nodig ‘het leven’ in moest. De spijt was hardnekkig: ‘Er was altijd dat gemis.’
Aan de bar in zijn nieuwe wereld ontmoette hij Gerda, de rauwe koningin van de nacht en een ‘vleesetende bloem’. Ze hield de regie overigens stevig in handen. Na gedane zaken schopte ze hem terug de straat op.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant