Home

Authenticiteit klinkt leuk, maar komt ook voort uit een vermoeiend conformisme

is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit en columnist van de Volkskrant.

In Rotterdam fiets ik elke dag langs een prachtig neonlicht-kunstwerk dat hoog aan de gevel hangt van het Heinekengebouw. Daarop schijnt me ’s avonds in rood-oranje letters toe: ‘De meeste mensen zijn andere mensen.’

Een prachtig kunstwerk, rondom een treffende zin. Want doorgaans volgt op uitspraken met ‘de meeste mensen’ een generalisatie, stereotype of platitude. Bovendien belicht het onze menselijke meervoudigheid. De zin komt uit het boek Profundis van Oscar Wilde uit 1906, in reactie op het werk van de Amerikaanse essayist Ralph Waldo Emerson, waarin Wilde schrijft: ‘Het is tragisch hoe weinig mensen ooit ‘hun ziel bezitten’ voordat ze sterven. ‘Niets is zeldzamer in een mens’, zegt Emerson, ‘dan een daad die hij zelf verricht.’ Dat is volkomen waar. De meeste mensen zijn andere mensen. Hun gedachten bestaan uit andermans mening, hun levens zijn imitaties, hun hartstochten zijn citaten.’

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Die laatste zin, dat jouw gedachten uit andermans mening bestaan, jouw leven een imitatie is, en jouw hartstocht een citaat is, die klinkt nogal nep, artificieel en misleidend. Het doet me denken aan Jules Deelder, die stelde dat ‘wat nergens op lijkt, is echt’.

Natuurlijk kun je je afvragen hoe origineel mijn gedachten, deze column of mijn volgende boek is. Natuurlijk kan ik mezelf afvragen hoe authentiek mijn leven is als mannelijke witte academicus die, net zoals mijn mannelijke witte leermeester, boeken leest, columns schrijft en college geeft. En uiteraard kun je je afvragen hoe uniek mijn eigen heterofiele verlangen is in een heteronormatieve samenleving. Maar zowel Wilde als Deelder gaan voorbij aan onze fixatie op originaliteit, authenticiteit en eigenheid.

Velen lezen deze column wellicht op vakantie. Juist toerisme drijft als industrie sterk op het verlangen naar authenticiteit. Of zoals hoogleraar toerisme Jan van der Borg in deze krant over ‘de toerist van morgen’ stelde: ‘Zij zijn bereid hun energie te stoppen in iets dat authentiek en uniek is.’ Ook dit toont die authenticiteitsfixatie. Maar alleen een wereld met een haast romantische fixatie op authenticiteit, bevat een preoccupatie met uniciteit en originaliteit.

Authenticiteit klinkt leuk, maar komt ook voort uit een vermoeiend conformisme.

Velen menen hun ‘echte’ zelf te kunnen zien in de spiegel. Maar zelfs ons spiegelbeeld toont dat ons zelfbeeld altijd buiten het zelf ligt. Want je ziet jezelf via iets anders, iets dat buiten het ‘zelf’ staat, hangt of ligt. Ons zelfbeeld is dus een extensie, en speelt zich grotendeels af buiten onszelf. Terwijl spiegels ogenschijnlijk een individueel beeld reflecteren, drukken ze onze fundamentele sociale verbondenheid uit. En niet alleen voor de spiegel: veel vaker nog kijken we naar onszelf via de dwingende ogen van anderen – zoals via een compliment, foto’s of sociale media.

Het toont aan dat we ‘door en door sociale wezens zijn die op vele manieren van elkaar afhankelijk zijn’ zoals socioloog Joop Goudsblom dat stelde. We worden gevormd door peers, ‘significant others’ en staan altijd op de ‘schouders van anderen’ in de formulering van onze ‘eigen’ gedachten, verlangens en meningen. Ik denk dat dat ook een deel van het succes van artificiële intelligentie, OpenAI en ChatGPT verklaart, omdat deze ons helpen bij het doen wat we altijd al doen: imitatie. We imiteren anderen, informatie en kennis. En in ons onderwijs is het doorgaans de dagelijkse praktijk om te leren hoe je dat op de juiste manier hoort te doen. Want de meeste kennis is andermans kennis.

Volgens mij is een van de problemen van moderne mensen dat we worden geacht zo authentiek, eigenzinnig en origineel mogelijk te zijn, to stand out from the crowd. Maar door dit doodvermoeiende conformisme verliezen we al gauw zicht op wat we delen. Zoals andermans kennis. En de noodzaak andermans kennis op een goede manier te gebruiken. Met andere woorden: jij en ik zijn niet zo uniek, maar we missen vaak de juiste woorden om dat te koesteren. En dat is waarschijnlijk allesbehalve een originele gedachte.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next