De NS organiseert tijdens de Utrechtse introductieweek voor aankomende studenten iets nieuws: een camping midden op Utrecht Centraal, speciaal voor degenen die nog geen kamer in de stad hebben gevonden. ‘Ik werd net wakker en toen dacht ik écht even: waar ben ik?’
Tijdens de ochtendspits op Utrecht Centraal ritsen elf kersverse studenten hun blauw-gele NS-tentjes open. Witte hoge sportsokken in badslippers, gerommel in opengegooide koffers. Om drie over negen zit bijna iedereen aan de gedekte ontbijttafel. Er wordt nog even flink in de ogen gewreven, want zo lang lagen ze er nog niet in.
De NS organiseert tijdens de Utrechtse Introductie Tijd een camping midden in de drukke stationshal. Aankomende studenten die nog geen kamer hebben gevonden, mogen er tijdens de introductieweek overnachten. Het oogt als een camping, maar dan met op de achtergrond de omroepberichten over vertragingen.
De eerstejaars verblijven er deze week gratis, maar wie in Utrecht een kamer zoekt, moet rekenen op een stevige huur: gemiddeld 803 euro per maand, blijkt uit cijfers van verhuurplatform Kamernet van begin 2025. Landelijk steeg de gemiddelde kamerhuur afgelopen jaar met ruim 6 procent, van 658 naar 683 euro.
Het kan goedkoper, als je een kamer vindt via een woningcorporatie, lokale studentenhuisvester of via via. Maar ook dan hebben studenten de kamers niet voor het uitkiezen: er zijn simpelweg te weinig. In de Landelijke monitor studentenhuisvesting uit 2024 werd het tekort geschat op meer dan 23 duizend kamers.
Mede daarom woont bijna de helft van alle studenten uit het hoger onderwijs nog bij hun ouders. Voor 44 procent van de thuiswonenden is de betaalbaarheid de belangrijkste reden. Zo ook voor kampeerder Otto van Mil (18) uit Doetinchem. ‘Voor nu vind ik het nog oké om thuis te blijven wonen, maar dat komt echt door het geld. Mijn ouders willen wel een beetje bijdragen, maar mijn budget komt uit op ongeveer 500 euro per maand. Dus dat wordt in Utrecht wel een flinke zoektocht.’
Hotel Mama & Papa is niet voor iedereen een prima optie. Campinggast Romy van den Bosch (19) komt uit België: twee uur treinen heen, twee uur treinen terug. ‘Ik heb nog geen kamer gevonden. Ik probeer er maar even niet over na te denken. Als het niet lukt, dan zal ik wel moeten gaan pendelen.’ Ze heeft een budget van 800 euro. ‘Ik vind dat best veel geld. In België kan ik een kamer voor de helft krijgen, maar mijn studie taal en cultuur was echt alleen hier.’
Romy kent nog niemand in Utrecht. Ze houdt al een tijdje Kamernet en Facebook in de gaten. ‘Ik heb gehoord dat je via een studentenvereniging makkelijker aan een kamer komt, dus ik wil er zeker bij.’ Vandaag is daarom een belangrijke dag, want er worden open feesten bij verenigingen gegeven.
Het is het goedkoopst om een kamer via een woningcorporatie te regelen; daaronder valt 39 procent van het totale aanbod. 43 procent is in handen van particuliere verhuurders, maar dat aanbod krimpt door een reeks overheidsmaatregelen op de huurmarkt. Verhuurders verkopen massaal hun panden vanwege hogere belastingen en nieuwe wetgeving die de huurprijs maximeert.
‘Het is dweilen met de kraan open’, aldus Jolan de Bie, directeur van Kences, een kenniscentrum voor studentenhuisvesting. ‘Er wordt meer verkocht dan er nieuw wordt gebouwd. Voor voldoende studentenhuisvesting is het cruciaal dat de verkoop van de particuliere sector wordt gestopt.’
Kences pleit voor vergunningvrij woningdelen tot drie of vier personen. ‘Dat is ook voor de particuliere verhuurder gunstig, want die kan door vergunningsvrij verkameren juist meer huur ontvangen door het nieuwe puntensysteem voor kamers’, legt De Bie uit. ‘Veel gemeenten zijn echter bang voor overlast door woningdelers. Toch blijkt in gemeenten waar het al toegestaan is dat de angst voor overlast groter is dan de daadwerkelijke overlast.’
In het Landelijk actieplan studentenhuisvesting staat dat er tussen 2020 en 2030 in totaal zestigduizend betaalbare studentenwoningen bij moeten komen. Voor ongeveer de helft ligt een concreet plan op tafel. De Bie is daar tevreden over: ‘Zeker als je dit vergelijkt met andere doelgroepen die een woning zoeken, kunnen we ook trots zijn op wat er voor de studenten aan het gebeuren is.’
Nieuwbouwwoningen zijn niet de enige oplossing. ‘Het gaat ook over het beter gebruiken van de bestaande voorraad’, zegt woordvoerder Gijsbert Mul van studentenhuisvester Duwo. ‘Er wordt ook gekeken naar mogelijkheden zoals hospitaverhuur en ‘optoppen’: het plaatsen van een nieuwe woning bovenop een bestaande, bijvoorbeeld bij een portiekflat.’ Ook Duwo pleit voor het versoepelen van regels rondom woningdelen in de vrije sector.
Voor de kamerzoekers geldt: de aanhouder wint. Maar toch. ‘Je moet het vooral hebben van je eigen netwerk’, zegt Mul. ‘Als je daar geen beroep op kunt doen, sta je achter. Denk aan studenten met een migratieachtergrond, internationale studenten en eerstegeneratiestudenten.’
Ook mbo-studenten komen volgens Mul minder makkelijk aan een kamer, ‘terwijl wij merken dat zij wel steeds vaker op kamers willen’. 80 procent van de mbo’ers blijft nu nog thuis wonen, blijkt uit de monitor van 2024. ‘Een hoger aandeel thuiswonenden is logisch, want mbo-instellingen zitten beter verspreid door het hele land en de studenten zijn meestal jonger, waardoor ze vaker bij hun ouders blijven wonen.’
Naast de ontbijttafel op Utrecht CS staat een medewerker van een kamerverhuurplatform, aan wie niet echt aandacht wordt geschonken. De toekomst moet nog even wachten, de avonturen van vannacht worden eerst besproken. Te dronken om bij het openingsfeest binnen te komen, een nachtelijk bezoekje aan de spoedeisende hulp en een zoektocht naar een vette hap als alles al dicht is. Er is de eerste nacht al goed geproefd van het studentenleven. Romy: ‘Ik werd net wakker en toen dacht ik écht even: waar ben ik?’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant