De eerste glamping op Lowlands luidde tien jaar geleden een niet meer weg te denken festivalfenomeen in. Komend weekend glamperen er bijna 10 duizend (van de 65 duizend) bezoekers. ‘Het is een beetje afzien, maar wel op een chille manier.’
is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.
In de make-upruimte van het Rabbit Resort op Down The Rabbit Hole maken vijf vriendinnen de balans op: ja, wat is er nu precies zo lekker aan de luxe van deze besloten festivalcamping?
Hetty Dekker (35), Mimi Dekker (37), Karlien Hilbink (36), Wieke During (37) en Femke During (35) eren gezusterlijk de ‘glam’ in het woord glamping, met rollers in hun haar en op de kaptafel een uitgebreid assortiment aan glitters en glimmende plaksteentjes.
Geen gesleep met kampeerspullen, daar begint het allemaal mee. Er zijn opgemaakte bedden en nachtlampjes, er is stroom. Het is in de nacht rustiger, ook vanwege de afstand tussen de tenten. De wc’s zijn net iets comfortabeler en schoner. Belangrijk punt voor ten minste één van hen: ‘Ik moet ’s ochtends echt mijn cappuccinootje hebben. Die kun je ook halen op de gewone camping, maar hier is de rij korter.’
Leve dus ook de spiegels en föhns in de make-upruimte, die zoals het hele resort uitgevoerd is in hout en zandkleurige tinten. ‘Anders zaten we nu zwetend in onze tent te hannesen met zo’n klein spiegeltje dat de hele tijd omvalt.’
Dat hun vijfpersoonstipi Pyramidi (1.495 euro) net niet waterpas staat, is hun enige kritiekpunt. In ietwat gekantelde positie de slaap proberen te vatten, noemen ze met zelfspot ‘het edgy randje van de glamping’. Luxueuzer hoeft die van hen ook echt niet; nu behouden ze tenminste íéts van het festivalgevoel dat ze kennen van twintig jaar geleden, toen ze nog zonder lage rugklachten op dunne matjes neerstreken.
Ze zijn naar deze prijzige, maar comfortabele situatie toegegroeid, is de conclusie. ‘Zoals we ook van lauw naar koud bier zijn opgeschoven. Als volwassene met geld denk je: kom, dit gunnen we onszelf. Een beetje afzien, maar wel op een chille manier.’
Zoiets had organisator Mojo (DTRH, Lowlands, Pinkpop) in gedachten toen ze in 2015 voor het eerst een serieuze festivalglamping liet optuigen. Het begon op Lowlands met 287 verkochte accommodaties. Intussen zijn dat er om precies te zijn 3.489, op 18 hectare festivalterrein. Komend weekend krijgen bijna 10 duizend (van de in totaal 65 duizend) bezoekers een glampingpolsbandje om.
Wat op DTRH het Rabbit Resort heet, heeft op Lowlands de naam Gllamcamp Delluxe. ‘Dit luxueuze 5-sterrenresort is de crème de la kampeercrème’, aldus de Lowlands-site. Er is een ‘Gllamcamp Delluxe Lounge’, met ‘luxe bar, breakfastclub en een sauna/mini-spa’. De duurste accommodatie kost 1.459 euro. Het is de Flores voor twee personen, een afsluitbaar hok van circa zes vierkante meter met een Duizend-en-een-nachtachtige buitenkant.
‘Iets tussen kitsch en wierook’, is de betere omschrijving van Peter van Egmond (55), degene die tien jaar geleden aan de wieg van de festivalglamping stond en nog steeds namens Mojo de campings beheert. Voor de duidelijkheid: die 1.459 euro is exclusief toegangsbewijs voor het festival (349 euro), inclusief één parkeerticket voor de Gllampcamp Delluxe-parking, dichterbij dan de reguliere parkeerplaats.
Van Egmond, een spraakwaterval uit Lochem en door Mojo aangesteld als aanpakker en vat vol ideeën om de festivalgang mee op te leuken, vertelt smakelijk over hoe hij met vriend Wouter Leuven van het bedrijf CampSolutions aan het pionieren sloeg.
Eerder, in 2007, stonden er al wel zestig zogenoemde podpads op Lowlands. Dat waren waterdichte, houten slaaphuisjes met zonnepanelen die destijds 450 euro voor drie nachten kostten. De podpads waren een uitvinding van Glastonbury-opbouwers, ‘hippies met honden’ volgens Van Egmond. Door wat hij zag gebeuren op buitenlandse festivals raakte hij geïnspireerd om in Nederland iets vergelijkbaars op poten te zetten.
Vanaf de start is het aantal accommodaties en bezoekers van het glampeergebeuren alleen maar gegroeid. Samen met een aantal andere partijen die evenementen organiseren op het Lowlands-terrein in Biddinghuizen kocht Mojo extra grond aan de noordkant, onder meer om de groei van de glamping te faciliteren. ‘Wat begon als ‘leuk om te hebben’, is handel geworden.’
Van Egmond heeft een eigen post in de begroting van de festivals, CampSolutions werd in de tussentijd de grootste leverancier van glampingtenten in Europa.
Op het Rabbit Resort zitten twee vrienden uit Amsterdam voor een tweepersoonstent knakworsten op te warmen, een campingklassieker voor naast hun glampingyoghurtjes met blauwe bessen. Brakke stemmen, het begin van de tweede festivaldag. Harro van der Kroft (33), software engineer bij een beursgenoteerd groothandelsbedrijf, komt er direct voor uit: zonder glamping zou hij nooit naar een meerdaags festival gaan.
‘Ik heb 815 euro betaald voor een tentje in een weiland’, vertelde hij daarnet nog aan een vriend – die hem voor gek verklaarde. ‘Het ís ook fucking duur.’ Licht ironische ondertoon: ‘Ik vind naar een festival gaan leuk, maar het slummen in de... ja, hoe ik het altijd noem, favela, is niet mijn ding.’
De ‘sloppenwijk’, dat is dus de traditionele festivalcamping, waar opgooitentjes kriskras door elkaar staan, waar je (als je geluk hebt pas) in de loop van de ochtend sowieso meekrijgt wat de buren gisteren hebben meegemaakt en ingenomen, en waar zich tegen die tijd lange rijen voor de toiletten vormen.
Rond zijn 18de is hij nooit naar festivals gegaan, legt Van der Kroft uit. ‘Dan heb je niet een romantisch, nostalgisch gevoel bij daar zitten met een groep. Het concept lijkt me leuk, de praktijk echt verschrikkelijk.’
Hij is al op bezoek geweest bij bekenden die ‘daarbuiten’ zitten. ‘Hier houden mensen zich wat meer in. Dat is leuk, maar ook niet leuk, want het is hier wel minder gezellig.’
Sjors Kole (30): ‘Jij bent ook wel gesteld op je slaap.’ Van der Kroft: ‘Maar hij was makkelijk over te halen hoor! We hadden het er gisteren over, waarom we het geld ervoor over hebben, en ons antwoord was: je koopt de rust af. Ik word ook gewoon gestrest van het idee dat ik geen elektriciteit heb.’
Lou Repetur (59) en Kees Bakker (74) uit Zeist zitten één rij verderop blij en fris gedoucht in de meegeleverde strandstoelen voor hun tent. Zij huurden een Awaji voor twee personen (985 euro), een stevig exemplaar op een verhoging, met een trappetje ervoor. ‘Ik had serieus waar nog 500 euro extra betaald voor een eigen badkamertje’, zegt zij. ‘Ja hoor, no problem.’
Ook voor dit duo is zelf een tent opzetten geen optie. In koor: ‘Ben je gek!’ Repetur, schaterlachend: ‘Dat er een bed klaar staat, is een voorwaarde voor mij om te gaan.’
Als ze om zich heen kijken, krijgen ze niet de indruk ‘dat je grijs en oud moet zijn om hier geld voor over te hebben’. Het valt Repetur wel op dat het een vrij homogene bedoening is, al geldt dat voor het DTRH-publiek in het algemeen. ‘Vrij wit, hoogopgeleid, Ons Soort Mensen. Er lopen wel wát mensen van kleur rond, zoals ik, maar bijna geassimileerd, meer nog dan geïntegreerd.’
Ze vinden het perfect geregeld. Bakker, met een grijns: ‘We hadden een koelkastje bijgeboekt. Wij dachten met inhoud, maar er zat niks in.’ Repetur: ‘Er is van alles te koop aan eten en drinken. Ik dacht: je kunt vast bellen, dan komen ze het brengen.’ Bakker, op serieuzere toon: ‘Ik heb er respect voor hoor, wat ze hier allemaal bij elkaar hebben gezet, voor die drie dagen. Logistiek vind ik het eigenlijk ongelooflijk.’
Het is ongelooflijk, ‘op die onvergeeflijke kleigrond’, zegt Peter van Egmond. Woensdag 23 juli parkeert hij tegen de middag zijn auto aan de noordzijde van het terrein in Biddinghuizen.
Maandag zijn de opbouwers begonnen met het uitzetten van alle plekken. De dinsdag voor het festival moet de hele operatie klaar zijn. ‘Dinsdag 12 augustus leveren we op, woensdag 13 augustus trekken we de kranen van de badhuizen open.’ Een feitje dat hij uit z’n mouw schudt: ‘Omgerekend verbruikt iedere glampingbezoeker 25 vierkante meter.’
Vijf jaar geleden is er een splitsing gemaakt tussen de meest luxe glampingvariant (met bedden en beddengoed) en de iets betaalbaardere variant (met luchtbedden en slaapzakken, de goedkoopste tent kost 369 euro voor twee personen).
De Easy Camp is ook een besloten camping, maar anders dan op het resort moet je er betalen voor de douches, zelf stoelen meenemen en er is geen stroom in de tenten. De helft van die tienduizend glampeerders slaapt half augustus op Gllamcamp Delluxe.
De allereerste glamping van tien jaar geleden zou je nu geen glamping meer mogen noemen, zegt Van Egmond: een legertent, een tipi, twee modelletjes opgooitenten. Hij heeft het überhaupt niet over ‘glamping’: ‘Ik noem het: faciliteren van behoeften.’
De breedst levende behoefte, ontdekte hij, is een kampeerplek kunnen reserveren waar je gegarandeerd met vrienden bij elkaar kunt staan. ‘Dat geeft rust. Je kunt vrijdag nog gewoon werken, ’s avonds aankomen en dan op je gemak je tentje opzetten.’ Dus zijn er sinds enkele jaren ook afgebakende groepscampingplekken te huur, vanaf 394 euro voor de kleinste plek van 36 vierkante meter, met partytent en bierbankenset.
Er verblijven tegenwoordig bijna zeventienduizend mensen op de groepscamping, goed voor 19 hectare. Bijvangst: wie z’n eigen territoriumpje heeft, lijkt meer geneigd die plek op maandagochtend schoon op te leveren. Het scheelt ook achtergelaten wegwerppartytenten.
‘Welkom thuis!’, klinkt het op het Rabbit Resort. Al sinds 2015 staat hier en bij de Gllamcamp-ingang dezelfde bon vivant klaar voor een persoonlijk onthaal. Het is Jan van Berkel (67), net gepensioneerd als beleidsadviseur bij een Zuid-Hollandse gemeente, in de functie van glampingburgemeester drager van een ludiek fluwelen jasje, een gouden ambtsketen en een strohoed. Komende Lowlands-editie is zijn laatste.
Hoe word je glampingburgemeester? ‘Het is net zoals in de echte politiek een kwestie van een netwerk hebben en vriendjespolitiek’, antwoordt Van Berkel gekscherend. Hij is een goede vriend van Wouter Leuven, die een glampingburgemeester zag als een geinige, warme toevoeging aan het concept zoals hij dat met CampSolutions voor ogen had.
Van Berkel wordt bijgestaan door een club vaste vrijwilligers. Ze beantwoorden vragen van het kaliber ‘Hoe kan ik mijn inductiekookplaat aansluiten?’ en luisteren naar klachten, die er heus ook zijn, bijvoorbeeld over de rij voor de douche.
‘Er is altijd wel één gast die komt zeggen dat-ie het belachelijk vindt dat-ie zo veel geld heeft betaald en dan nog moet wachten. Mijn antwoord is dat we dat expres doen, omdat je op die manier verbinding maakt met je medecampinggasten.’
Iedereen heeft dezelfde behoefte op hetzelfde tijdstip, óók op de glamping. Het blijft bovendien een tijdelijk, dus storingsgevoelig en kwetsbaar systeem; op zaterdagavond zijn op DTRH de douches aan één kant koud.
Net als op de gewone camping geldt: wie ’s nachts doucht, hoeft niet in de rij voor een zwakke, maar weldadige straal. En net als op de gewone camping heeft niemand zin om (slaap)dronken 200 meter af te leggen voor een plas. In het laantje met Awaji-tenten hurkt om vijf uur in de ochtend een jonge vrouw in het gras voor haar tent.
De vrijwilligers vinden de nachtshift het leukst. Het meest vermakelijk zijn degenen die een scharrel zonder glampingpolsbandje hebben opgeduikeld en vragen of diegene please een nacht mag blijven logeren. ‘De blik van zo’n gast die dan nog één keer omkijkt.’ Want ze zijn onverbiddelijk: nee, geen bezoek. Nee, ook niet even snel erin en eruit. Geilheid zal elders een uitgang moeten vinden.
Peter van Egmond is het type dat diep vanbinnen vindt dat het allemaal moet kunnen, al ziet ook hij dat er geen beginnen aan is. Glampingburgemeester Van Berkel: ‘Ik heb echt weleens over m’n hart willen strijken, maar een nee is makkelijker uit te leggen dan een misschien.’
Bijna iedereen begrijpt dat. In een zeldzaam geval volgt er een gepikeerde reactie: ik betaal hier zo veel voor, dan kan dit toch wel? ‘Er zitten mensen tussen die vergeten dat dit een festivalcamping is, niet het Amstel Hotel.’
Lowlands verschilt daarin wel van DTRH, is zijn eerlijke observatie. ‘Op Lowlands heb je meer die ‘kijk mij eens even lekker op de glamping rondlopen’-vibe. Meer dan op het Rabbit Resort lijkt een verblijf op de glamping daar voor sommige bezoekers een statusdingetje. Sowieso valt het me de afgelopen jaren op dat meer mensen op zondagmiddag rondlopen alsof ze gisteren pas aangekomen zijn.’
Het satirische VPRO-programma Plakshot was vorige zomer present op de Lowlands-camping en -glamping voor een Nieuwsuur-parodie. Presentator Roel Maalderink maakte als verslaggever Twan Hagebeuk een item over de toenemende ongelijkheid in Nederland: ‘Ook hier op Lowlands is sprake van een steeds groter wordende kloof tussen de bedeelden en de minderbedeelden.’
In de eerste plaats was het natuurlijk grappig bedoeld, met toch ook een serieuze ondertoon: bestaat er zoiets als festivalgentrificatie? Wat doet een uitdijende festivalglamping met het ‘allemaal in hetzelfde schuitje, iedereen gelijk’-gevoel, die betekenisvolle verbondenheid waar een festivalervaring sinds jaar en dag op drijft?
Wat je tegenwoordig veel over Lowlands hoort, en wat ook een paar glampingvrijwilligers benoemen: dat de publiekssamenstelling wel ‘héél Amsterdams’ aandoet. Amsterdammers Harro van der Kroft en Sjors Kole beginnen er bij hun tent ook over. Vergeleken met DTRH ervaren zij Lowlands als ‘één grote highfivesessie’.
Of zoals een vriend zei over de boeking van twee geliefde Amsterdamse dj’s, vrijdagavond in de grootste tent: ‘Tijdens de back-to-backset van Job Jobse en KI/KI in de Alpha kun je in De Pijp een kanon afschieten.’
In zijn opmerking staat de veryupte Amsterdamse buurt De Pijp symbool voor de veryupping van het eens zo alternatieve, vooruitstrevende festival. Het zou meer het terrein zijn geworden van luide gebraden haantjes in dure witte T-shirts, die hun economische status niet thuislaten maar juist etaleren. De glamping verruilen ze pas in de avond voor het festivalterrein, want ze komen vooral om synthetisch door te halen.
Van Egmond heeft nooit het idee gehad dat de glamping voor het festival als geheel sfeerverlagend is. ‘Ik zie er ook zo’n ‘ik wil ook zo oud worden’-echtpaar zitten dat anders nooit in de ‘gewone’ populatie was meegegaan. Dat vind ik er juist leuk aan: dat een oudere generatie met de jeugd van tegenwoordig mengt.’
Maar ook binnen de organisatie is ‘gentrificatie’ een thema, verzekert hij. ‘Door de hoge prijzen is naar een festival gaan een soort elitesport geworden, een weekend vluchten uit de werkelijkheid dat wordt benaderd als een minivakantie. We moeten onze jongste bezoekers niet uit het oog verliezen. Het moet niet zo zijn dat je straks alleen nog met een maandsalaris van 5.000 euro naar een festival kan.’
Als het aan hem ligt, worden ‘zijn’ glampings de komende jaren niet veel groter. De grote partij achter Mojo, Live Nation, ziet bepaalde extra’s wel zitten: mensen met golfkarretjes naar hun plek brengen, een vipdeck. ‘Wij willen dat soort dingen niet. Het is handel versus een festivalgevoel dat je dient te conserveren. Die evenwichtsbalk moet je secuur bewandelen.’
Met afzwaaiend festivaldirecteur Eric van Eerdenburg had hij af en toe discussies over wat wel en wat niet. ‘Eric is vooral gericht op de beleving van het festival zelf. Even gechargeerd gezegd: de campings zijn puur facilitair, het feest is op het terrein. Dus moet dat nou, een sauna op het resort? Hij wilde niet dat ik het té gezellig zou maken, want dan zouden de mensen blijven hangen op de glamping.’
Wat hij door de jaren heen meermaals tegen Van Eerdenburg zei, als die tegenstribbelde bij weer een dwaas campingplan: ‘Ja maar Eric, het heet A Campingflight to Lowlands Paradise; 30 procent van de tijd zijn onze bezoekers kampeerders.’
Hij fantaseert verder, bijvoorbeeld over het recyclen van achtergelaten campingstoelen via een verhuursysteem op de Easy-camping. ‘Als ik mensen in een Easy-tent krijg omdat ze zelf geen stoelen hoeven mee te nemen, dan krijg ik ze misschien ook in de pendelbus. Dat scheelt weer auto’s, waarmee we vierkante meters parkeerterrein vrijspelen en de uitstoot omlaag brengen.’
Een festival hangt aan elkaar van communicerende vaten, wil hij maar zeggen; elk onderdeel staat met een ander onderdeel in verbinding.
Een pendelbuslus die langs de glamping loopt, is een volgende wens, en dan is er nog zijn persoonlijke kruistocht voor goedkoper bier op de camping. ‘Want waarom sleept iedereen bier van thuis mee? Omdat wij het te duur verkopen! Als wij hier bier tegen supermarktprijzen kunnen verkopen, laten de mensen al die traytjes bier thuis, en wie weet ook de auto.’
De glamping gaat er in ieder geval niet minder exclusief op worden, voorziet Van Egmond. Het btw-tarief voor hotels, vakantiewoningen en verhuuraccommodaties, waaronder ook glampingtenten, gaat per 1 januari 2026 omhoog van 9 naar 21 procent.
Op DTRH loopt het resort op de late zondagavond leeg, terwijl het festivalprogramma doorgaat tot half vijf en er pas maandagochtend uitgecheckt hoeft te worden. In de zeikregen van vanochtend en vanmiddag is blijkbaar flink wat motivatie opgedroogd.
De Tibetaanse vlaggen op het spa-plein hangen er treurig bij. De vrijwilligers bij de entree schatten in dat 60 procent al naar huis is.
Vannacht hingen ze A4’tjes op: het gaat regenen, vergeet niet je tent dicht te ritsen. Peter van Egmond: ‘Er zijn mensen die een accommodatie huren en verwachten dat je voor dat geld ook iemand krijgt die achter je reet de tent dicht zipt.’
De Amsterdamse vrienden skippen de laatste uren. Ze lopen burgemeester Jan van Berkel mis, die de volgende ochtend weer tot uitzwaaien zal overgaan.
Ook overburen Lou Repetur en Kees Bakker zijn al vertrokken, maar volgend jaar vrijwel zeker weer van de partij. Zij heeft de kinderen al geappt: ‘Dit wordt een familie-uitje! Met aanhang erbij zijn we met zeven. Zij in zo’n grote tipi, wij met z’n tweeën in deze tent. Eten we met elkaar, en voor de rest gaan ze hun goddelijke gang.’ Knipoog: ‘Kun je als ouder ook nog eens MDMA uitproberen.’
Hij bewaart enige scepsis: ‘Die willen gewoon met een wagentje vol bier op die goedkope camping staan. Vinden ze veel leuker. Wedden?’
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant