Na een afwezigheid van ruim anderhalve maand keerde ik terug naar New York en het eerste wat me opviel waren de nieuwe daklozen. Ze waren jong, doorgaans wit en ze leken net aan hun dakloosheid te zijn begonnen.
Tegenover de New York Public Library zat een jonge vrouw met een bordje: ‘Ik voel me onzichtbaar en zoek een slaapplek.’
Naast de stomerij had zich een betrekkelijk jong stel genesteld – ik schatte ze midden dertig – op een matras. Waar ze dat matras vandaan hadden wist ik niet, maar het was een luxe matras. Ze hadden drie koffers bij zich, je kon hasj ruiken. Soms is dakloosheid net toerisme.
Mijn zoon van 4 vond de dakloosheid net zo vanzelfsprekend als de gemiddelde New Yorker, ik vermoed dat hij onbewust een aanhanger is van Schopenhauer, de wereld is een tranendal, elke poging haar te verbeteren verspilde moeite.
Op een binnenspeelplaats zocht een moeder contact terwijl haar man verveeld met hun oudste dochter winkeltje speelde. De jongste dochter had zich op schoot bij de moeder genesteld. De moeder was accountant. Toen ze hoorde dat ik Europeaan was, begon ze over Trump. ‘Hij is crazy’, zei ze, terwijl ze naar haar man keek.
Misschien had ze het zowel over Trump als over haar man, ik liet het rusten.
Vervolgens kwam het gesprek op Epstein, de gemiddelde New Yorker spreekt liever over Epstein dan over Gaza of handelsoorlogen.
‘Ik denk dat hij echt zelfmoord heeft gepleegd’, zei ze.
Dat beaamde ik.
Terwijl ze naar haar dochters keek zei ze: ‘Het kan zijn dat sommige van zijn vrienden zich níét aan de meisjes vergrepen.’
Ik beaamde het wederom.
‘Ik hoop je hier vaker te zien’, zei ze.
Het kwam ongetwijfeld door Epstein, maar ik dacht: het verschil tussen een binnenspeelplaats en een parenclub is niet zo groot.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns