Het Noorse staatsfonds trekt zich terug uit elf Israëlische bedrijven. Hiermee reageert het ‘oliefonds’ op de onthulling dat het in een bedrijf heeft belegd dat zou bijdragen aan schendingen van het internationaal recht in Gaza.
is economieredacteur van de Volkskrant.
Premier Jonas Gahr Støre eiste vorige week persoonlijk opheldering na berichtgeving van de Noorse krant Aftenposten. Die meldde dat het staatsfonds − het grootste ter wereld − in 2024 nog miljoenen euro’s aan aandelen had gekocht van een Israëlische producent van straalmotoronderdelen. Deze zouden onder meer in Israëlische gevechtsvliegtuigen zitten die de Gazastrook bombarderen.
Na een intern onderzoek is het fonds uit 11 van de 61 Israëlische bedrijven gestapt waarvan het aandelen bezat. Namen van bedrijven noemt het fonds niet. Het wijst erop dat het zich afgelopen herfst al heeft teruggetrokken uit een aantal bedrijven uit vrees dat ze betrokken zijn bij de bezetting van de Westelijke Jordaanoever en de oorlog in Gaza.
Daarnaast belooft het fonds scherper toe te zien op zijn investeringen in Israël en nauwer overleg te voeren met zijn ethische commissie. Het heeft de contracten opgezegd met de vermogensbeheerders die Israëlische bezittingen van het staatsfonds onder hun hoede hadden. Voortaan beheert het fonds deze aandelen zelf.
Een van deze externe vermogensbeheerders zou hebben besloten om geld te steken in de controversiële straalmotorenfabrikant: Bet Shemesh Engines. Het Israëlische bedrijf heeft niet op de kwestie gereageerd.
Nicolai Tangen, de baas van het staatsfonds, verwacht uit nog meer Israëlische bedrijven te zullen stappen. Volgens hem is het nodig om scherper te zijn op investeringsbeslissingen in Israël vanwege de ‘serieuze humanitaire crisis’ in de Gazastrook. ‘De situaties op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza zijn recentelijk verslechterd’, zegt hij in een verklaring.
Het Noorse staatsfonds bezit meer dan 1,5 biljoen euro aan vermogen, oftewel 1,5 procent van de waarde van alle beursgenoteerde bedrijven bij elkaar. Deze enorme nationale spaarpot wordt gevuld met olie- en gasopbrengsten van het land, om ook toekomstige generaties hiervan te laten profiteren. Naar eigen zeggen bezit het fonds aandelen in 8.700 bedrijven.
Op het Noorse staatsfonds klonk al langer kritiek vanwege zijn activiteiten in Israël, onder meer vanuit ngo’s en van Francesca Albanese, VN-rapporteur voor de Palestijnse gebieden. Herhaaldelijk vonden er demonstraties plaats bij de Noorse Centrale Bank, waar het staatsfonds onderdeel van is.
Begin juni stemde het Noorse parlement echter tegen een voorstel om helemaal uit Israëlische bedrijven te stappen. Jens Stoltenberg, de Noorse minister van Financiën, benadrukte maandag dat het staatsfonds zich zal terugtrekken uit bedrijven die betrokken zijn bij schendingen van het internationaal recht, maar nooit louter omdat ze Israëlisch zijn.
De kritiek op het Noorse fonds is door de nieuwe maatregelen nog niet verstomd. Zo noemt Kirsti Bergstø, leider van de Socialistische Partij die de sociaaldemocratische minderheidsregering van gedoogsteun voorziet, de maatregelen tegenover de Britse zakenkrant Financial Times ‘te gering’. ‘Het oliefonds investeert nog steeds zwaar in genocide’, meent zij.
Ook buiten Noorwegen liggen investeringsfondsen onder vuur omdat ze geld steken in bedrijven die zouden bijdragen aan de Israëlische bezetting en oorlog. De Europese Unie is, naast de belangrijkste handelspartner van Israël, ook diens grootste investeringspartner.
In juli bleek uit een inventarisatie van de Volkskrant dat drie van de vijf grootste Nederlandse pensioenfondsen beleggen in bedrijven die wapens en materieel leveren aan Israël. Het gaat om bedrijven die volgens experts van de Verenigde Naties ‘medeplichtigheid riskeren aan mensenrechtenschendingen’, waaronder Rheinmetall, Boeing en Rolls-Royce.
Het grootste pensioenfonds van Noorwegen, KLP, stapte onlangs nog uit twee multinationals vanwege leveringen aan Israël: het Duitse industriebedrijf ThyssenKrupp en de Amerikaanse voertuigbouwer Oshkosh.
Eerder stapte dit pensioenfonds al uit de Amerikaanse machinebouwer Caterpillar. Het bedrijf zou het ‘onaanvaardbare risico’ nemen dat het Israëlische leger zijn bulldozers gebruikt voor schendingen van het oorlogsrecht, zoals het slopen van Palestijnse huizen. ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, belegt nog wel in Caterpillar.
VN-rapporteur Albanese riep in een vorige maand gepubliceerd rapport op tot de vervolging van bedrijven en stichtingen die volgens haar profiteren van ‘de economie van genocide’. Daarbij noemde ze onder meer het Nederlandse Booking.com. Dit hotelplatform biedt overnachtingen aan in illegale Israëlische nederzettingen. Vorig jaar klaagden vier ngo’s het bedrijf om die reden aan. Het Openbaar Ministerie onderzoekt de zaak.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant