Wetenschap Een onderzoek naar bestrijdingsmiddelen in natuurgebieden leidde tot onverwachte resultaten – én een dreigbrief. De Vlinderstichting haalde het rapport vervolgens offline, tot zorg van wetenschapsorganisaties. „Je moet je afvragen: wat voor signaal geef je hiermee af?”
Een vlinder, in de buurt van Cuijk.
Bij de Vlinderstichting zagen ze het ook niet aankomen. Dat ze zóveel pesticiden zouden tegenkomen in de tien Natura 2000-gebieden die ze eerder dit jaar onderzochten. 51 verschillende bestrijdingsmiddelen kwamen ze tegen in de bodem en planten. „Dat verwacht je niet, midden in een natuurgebied”, zegt ecoloog Kars Veling van Vlinderstichting.
Dus besloot de organisatie deze eerste bevindingen alvast te publiceren, terwijl het de effecten op de vlinderpopulatie nog onderzoekt. De presentatie vorige week kreeg „flink veel persaandacht”, vertelt Veling.
Het trok ook de aandacht van de Stichting Agrifacts, een club die, gefinancierd door grote landbouwbedrijven, lobby voert tegen het stikstofbeleid. Volgens Agrifacts maakt het rapport melding van onwaarschijnlijk grote hoeveelheden pesticide. De gerapporteerde bestrijdingsmiddelen in de natuur zouden velen malen hoger liggen dan op landbouwgrond. Dat kan onmogelijk kloppen, stelde Geesje Rotgers van Agrifacts donderdag op sociaal medium X.
Nog diezelfde dag verdwijnt het rapport opeens van de website van de Vlinderstichting. Bij de auteur van het rapport is dan net een handgeschreven brief door de brievenbus gedaan. „Er stond in dat dit hem de kop zou kosten en dat ze hem wisten te vinden”, zegt Kars Veling. „Dat heeft hem geschokt en geraakt. We hebben het rapport onmiddellijk offline gehaald.”
Veling zegt dat het verwijderen van het onderzoek niets te maken heeft met kritiek op de metingen. „Inhoudelijk hebben we geen enkele twijfel over de bevindingen. Dit zijn gewoon de meetresultaten en daar staan wij achter.”
Er is aangifte bij de politie gedaan. Veling zegt niet te weten uit welke hoek de bedreiging komt. „Ook de politie zegt dat ze de afzender niet kunnen achterhalen aan de hand van de dreigbrief. Het huis wordt nu extra in de gaten gehouden.”
Wetenschapsorganisatie KNAW maakt zich al langer zorgen over wat zij „de invloed van verharding van het maatschappelijke debat op de academische vrijheid” noemt. In een enquête onder wetenschappers gaf 29 procent aan zich beperkt te voelen in het geven van interviews over hun onderzoek. Dat zou komen door angst voor bedreigingen.
„Het leidt tot zelfcensuur”, zegt hoogleraar publieksrecht André Nollkaemper, die meeschreef aan het KNAW-rapport over academische vrijheid. „Onderzoekers die bedreigd worden, zullen een volgende keer wel drie keer nadenken voordat ze weer wat publiceren over een dergelijk onderwerp. Ook worden ze terughoudender met het geven van interviews. Wetenschappers trekken zich terug in de ivoren toren waarvan iedereen vindt dat ze daar juist uit moeten komen.”
In Benthuizen wordt gewasbescherming aangebracht. Foto Laurens van Putten / ANP / HH
Intimidaties vinden volgens de KNAW met name plaats rond onderzoek over gevoelige, maatschappelijk thema’s zoals klimaatverandering, kolonisatie, Israël en Hamas en „de woke-discussie”. Ook academici die onderzoek doen naar extreemrechts krijgen te maken met bedreigingen. Zo vertelde onderzoeker Léonie de Jonge eerder aan One World over bedreigingen aan haar adres, en plakte het extreemrechtse intimidatiekanaal Vizier op Links een sticker op de voordeur van historicus Nadia Bouras.
Tussen november 2022 en december 2023 zijn voor zeker 59 wetenschappers of stafleden van universiteiten beveiligingsmaatregelen genomen, zo bleek uit de monitor van WetenschapVeilig, een initiatief van onder meer koepelvereniging Universiteiten van Nederland (UNL). Het gaat om maatregelen als het offline halen van contactgegevens tot het elders onderbrengen van medewerkers. Dat is slechts het topje van de ijsberg, zegt een UNL-woordvoerder, omdat de meeste wetenschappers een bedreiging alleen bij hun eigen instelling melden. Dat een publicatie is verwijderd onder druk van een bedreiging, heeft de koepelvereniging nog niet eerder gehoord.
„Ik verbaas mij erover dat het onderzoek offline is gehaald”, zegt de woordvoerder van de Wageningen University, die samenwerkt met de Vlinderstichting. „Je moet je afvragen: wat voor signaal geef je hiermee af? Natuurlijk heb je als werkgever ook een zorgplicht naar je medewerkers toe. Maar je bent ook een onafhankelijke instelling die wetenschap bedrijft. En de wetenschap is er niet bij gebaat wanneer onderzoeksresultaten onder bedreiging offline worden gehaald.”
„We willen niet zwichten voor dreigementen”, zegt Veling van de Vlinderstichting. „Maar we zetten het rapport toch niet terug online. De auteur voelt zich niet veilig genoeg en dat is voor ons heel belangrijk.”
Het onderzoek gaat wel gewoon door, zegt Veling. „We gaan nu bekijken: wat voor impact hebben de gemeten concentraties op de vlinders?” Of dat vervolgrapport dan weer onder een naam wordt gepubliceerd, weet Veling nog niet. „Misschien is het een optie om het onderzoek alleen onder de naam van de Vlinderstichting te publiceren. Dan heb je er privé minder last van. Maar uiteindelijk wil je het ook in een wetenschappelijk tijdschrift publiceren, en dan moet er altijd een naam onder.”
KNAW-lid Nollkaemper wil de handelswijze van de stichting niet veroordelen, „want ik ken de details niet”, maar beschouwt het verwijderen van een rapport na bedreigingen als „uitermate onwenselijk”. „Want dan ga je als kennissector wijken voor bedreigingen. Met het verspreiden van wetenschappelijke onderzoeksgegevens is de hele samenleving gediend. Je wil niet dat één persoon de kennisverspreiding tegengaat. Daarom zullen onze instellingen alles in het werk moeten stellen om wetenschappers bescherming te bieden.”
Source: NRC