Grachtenfestival Cellist en componist Thomas Prechal (20) is een van Nederlands grote klassieke beloften, hij treedt op bij het Amsterdamse Grachtenfestival. Hij woont en studeert in Parijs. „In die stad voel ik overal scheppingsdrift – of het nu om kunst gaat of om koken.”
Thomas Prechal. Foto Sarah Wijzenbeek
De Nederlandse cellist en componist Thomas Prechal (20) reist deze zomer door het hart van Frankrijk. Met zijn muziekvrienden van het Parijse Conservatorium speelde hij tien dagen in kleine dorpen in de Auvergne. En momenteel doet hij – wat zuidelijker – een residentie bij een internationaal festival in de Provence. Het land fascineerde hem al in zijn kindertijd, Prechal viel voor het zangerige en fijngevoelige spel van de Franse cellisten.
„Thuis in de kast stond het album Méditations van Les Violoncelles Français, een groep van acht Franse cellisten – onder wie mijn leraar Raphaël Pidoux – die een verzameling geweldige tearjerkers vertolkte. Vijf jaar was ik. En die muziek liet me niet los. Wanneer ik nu hier in de Provence uit het raam kijk”, zegt Prechal aan de telefoon, „dan doen de betoverende kleuren – tinten die schilder Vincent van Gogh ook zag – me denken aan de Franse cellostijl.”
Het was voor hem reden om op zijn zeventiende te vertrekken naar Parijs voor een studie aan het prestigieuze Parijse conservatorium. Hij heeft inmiddels zijn eerste bachelor binnen. De veelzijdigheid van de school trok Prechal. „Ik kan hier zo veel bachelors doen als ik wil”, zegt hij. „Ik studeer momenteel cello, dirigeren, analyse. En écriture, wat we in Nederland harmonieleer noemen. Maar hier is dat van een andere orde.”
In die klas leert Prechal componeren in alle denkbare stijlen: van de zeventiende eeuw tot nu. „Een leraar geeft ons drie maten en zeg dan: werk dit uit tot Monteverdi-madrigaal, Beethoven-pianosonate of Ligeti-vioolconcert. Je leert hoe stukken tot stand komen en welke vragen de componisten zichzelf door de eeuwen heen stellen. We moeten met ons innerlijke oor en met het potlood in de hand tot het einde van de weg hun muzikale gedachtenspinsels zien te volgen.”
Prechal woont op de toeristische Parijse kunstenaarsheuvel Montmartre. „Vijf minuten van wat eens het atelier van kunstenaar Pablo Picasso was, om de hoek van het huis waar de componist Hector Berlioz woonde, vlak bij theater de Moulin Rouge en de tuinen die Auguste Renoir in zijn schilderijen vereeuwigde. In Parijs voel ik overal scheppingsdrift – of het nu om kunst gaat of om koken.”
In augustus keert Prechal weer even terug naar Nederland voor concerten op het Amsterdamse Grachtenfestival en de Zeister Muziekdagen. Op de lessenaars staan dan behalve Beethoven stukken van de Tsjechen Smetana en Martinů, met wie hij veel verwantschap voelt. Ze belichamen zijn wortels. Zijn grootouders ontvluchtten Tsjecho-Slowakije eind jaren zestig, vlak voordat Sovjet-legers wreed een einde maakten aan de Praagse Lente: die korte zomer waarin de vrijheid de Tsjecho-Slowaken even leek toe te lachen.
Zijn opa was cellist, evenals zijn vader. Zijn moeder trachtte haar zoon nog even warm te krijgen voor de viool. Maar toen ze hem op zijn vierde haar instrument in handen gaf, probeerde hij het luttele minuten op de schouder en zette de viool daarna toch tussen zijn benen. Er was geen houden aan.
De moeder van Thomas Prechal probeerde hem nog aan de viool te krijgen. Het werd cello. Foto Simon van Boxtel
De Tsjechische muziek was thuis overal en altijd om hem heen. Daarin konden de Prechals zichzelf terugvinden. „Kunstenaar Mark Rothko schreef eens dat kinderen hun gevoelens niet altijd uiten met woorden”, zegt hij. „Sommigen kunnen zich beter uitdrukken met tekenen bijvoorbeeld. En mijn emotionele moedertaal werd de muziek.”
Grootvader Prechal gaf hem zijn eerste lessen. En toen hij twaalf was, won hij in Tsjechië al een concours, mede omdat hij daar een eigen werk vertolkte. Vorig jaar was hij ook de beste op het Nationaal Cello Concours van de Amsterdamse Cello Biënnale. Als componist laat hij zich graag inspireren door Moravische volksmelodieën. En vooral de verhalende – „diep menselijke” – stukken van Leoš Janáček spreken Prechal aan. Invloeden die hoorbaar worden in zijn eigen 24 Februari. De datum verwijst naar de Russische inval in Oekraïne drie jaar geleden.
„Het eerste deel hiervan gaat over de nacht dat de oorlog uitbrak”, vertelt hij. „We gingen slapen met een mengeling van hoop en bange voorgevoelens. De volgende ochtend ontwaakten we met heftige krantenkoppen. Dat verlies van onschuld, daar begint het stuk mee. Voor het tweede deel baseerde ik me op een Moravisch volkslied over een jongen bij het graf van zijn vader. Het leger heeft hem opgeroepen. Hij moet naar het front en weet niet of hij hier ooit terug zal komen.”
„In onze familie waart de herinnering aan de Sovjet-inval van 1968 in Tsjecho-Slowakije nog rond. Zoals veel mensen vragen we ons af wat we kunnen doen. In mijn geval was dat het schrijven van dit stuk, zodat wie daarnaar luisteren even – zonder er woorden aan te hoeven geven – samen de betekenis van de oorlog kunnen voelen en overdenken.”
De muzikale vonk, ervaart Prechal, ligt elke dag op de loer: gebeurtenissen in de wereld, landschappen die voorbijtrekken langs het treinraam, of onlangs in de sonnetten van William Shakespeare. En op zo’n moment worden getroffen door de regel: ‘Shall hate be fairer lodged than gentle love?’ Verdient haat een mooier huis dan zoete liefde?
„Dan reageert mijn wezen niet met woorden maar met klank”, merkt Prechal. „Shakespeare verwijt de persoon in zijn gedicht dat hij liefde krijgt maar nooit beantwoordt, dat hij van haat bezeten is, dat hij samenzweert tegen iedereen en daardoor ook tegen zichzelf. De schrijver moedigt hem aan naar schoonheid te speuren, want die zoektocht brengt mensen samen. En dat lijkt me in onze tijd iets om in gedachten te houden en naar te handelen.”
Cellist Thomas Prechal speelt zijn eigen stuk 24 Februari met pianist Jorian van Nee.
Source: NRC