is chef-buitenland van de Volkskrant. Hiervoor schreef ze over Afrika, migratie en ontwikkelingssamenwerking.
Om arbeidsmigranten beter te beschermen tegen uitbuiting, moet aan meerdere knoppen tegelijk worden gedraaid.
Dat in Nederland talloze sectoren draaien op tienduizenden laagbetaalde arbeidsmigranten die werken en wonen onder erbarmelijke omstandigheden, is bekend. De distributiecentra, kassen, slachterijen, schoonmaakbedrijven of bouwplaatsen zouden stilvallen zonder de goedkope arbeid van buiten. Maar dat zelfs de kleedkamers van de chique Amsterdamse sportschool Saints & Stars werden schoongemaakt door illegale, uitgebuite Filipijnen veroorzaakte deze zomer toch een schokgolf.
Het probleem van uitbuiting aan de onderkant van de arbeidsmarkt is hardnekkig. Het wil maar niet lukken om de misstanden op de werkvloer en in de huisvesting aan te pakken. De Arbeidsinspectie deelde de afgelopen vijf jaar ruim drieduizend boetes uit aan werkgevers die medewerkers zonder verblijfspapieren voor zich lieten werken. Dat worden er elk jaar meer. Mogelijk vanwege de krapte op de arbeidsmarkt of de hoge werkgeverslasten, zo suggereerde de inspectie afgelopen weekend in deze krant.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De belangrijkste reden echter is het groeiende aanbod van laagdrempelige ongeschoolde arbeid en de aanzuigende werking die daarvan uitgaat. Het demissionair kabinet heeft zich, net als voorgaande kabinetten, blind gestaard op asielmigratie terwijl dit slechts 12 procent van de totale migratie naar Nederland bedraagt. Het overgrote deel komt voor werk, studie of familie naar Nederland. Vorig jaar kwamen bijna 70 duizend arbeidsmigranten naar Nederland, waarvan een groot deel komt te werken in sectoren die nauwelijks bijdragen aan de economie, maar wel druk leggen op de woningmarkt en de sociale draagkracht van de samenleving.
‘Nederland is verslaafd aan goedkope arbeid’, zo zei demissionair NSC-minister Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vorige maand bij de presentatie van een ambtelijk beleidsonderzoek naar arbeidsmigratie. Hij legt de schuld bij bedrijven die op grote schaal arbeidsmigranten naar Nederland halen voor werk wat geboren Nederlanders niet willen doen. Het aantal laagbetaalde banen in Nederland is de laatste jaren drie keer sneller gegroeid dan andere banen, zo meldt het ministerie.
Het kabinet is zich bewust van de knoppen waaraan gedraaid kan worden om de instroom van laagbetaalde arbeidskrachten te stoppen, maar het wordt tijd om die in logische samenhang met elkaar te bedienen. Zo kan nog veel meer arbeidspotentieel worden benut bij asielmigranten die jarenlang werden tegengewerkt in hun integratie en hun toegang tot de arbeidsmarkt. De wildgroei aan uitzendbureaus moet stoppen en de controle op de arbeids- en woonomstandigheden verscherpt. Maar bovenal moeten er fundamentele keuzes worden gemaakt over het type economische activiteiten waarmee Nederland zijn toekomst wil veiligstellen.
Laagbetaalde en arbeidsintensieve sectoren die niets of weinig bijdragen moeten worden ontmoedigd, terwijl kennisintensieve bedrijven juist moeten worden gefaciliteerd met aantrekkelijke fiscale voorwaarden. Bij die keuzes hoort een eerlijk verhaal. Voor consumenten betekent dit dat pakketjes, kippenpootjes, champignons of de schoonmaker misschien duurder worden. Daartegenover staat dat de druk op de woningmarkt en de overlast op straat van afgedankte arbeidsmigranten afneemt.
Bij het eerlijke verhaal, ten slotte, hoort ook de boodschap dat het vergrijsde Nederland niet zonder arbeidsmigranten kán. Na het bouwen van muren om Europa om illegale migranten tegen te houden, is het tijd om ook deuren in het fort te openen. Zo kunnen migranten legaal worden uitgenodigd voor werk waaraan wél behoefte is en waarvoor ze ook fatsoenlijk worden beloond.
Source: Volkskrant