Liberalisme De taal van vrijheid wordt gebruikt voor een politiek van onderdrukking. Volgens Haroon Sheikh bedreigt deze polarisatie echte vrijheid: de ruimte tussen stimulus en respons, om te kiezen.
Vliegers van de Kite Club.
Geen woord lijkt in onze politiek zo vanzelfsprekend als vrijheid. Het is het fundament van een liberaal-democratische samenleving. Veel discussies gaan over het garanderen van allerlei vrijheden en meerdere Nederlandse politieke partijen dragen het woord in hun naam.
Haroon Sheikh is bijzonder hoogleraar filosofie aan de Vrije Universiteit en senior onderzoeker bij de WRR.
Toch lijkt er iets wrangs aan de hand. Wat gepresenteerd wordt als vrijheid heeft vaak het omgekeerde tot gevolg. Zo spreken Amerikaanse politici als JD Vance over het verdedigen van de vrijheid van meningsuiting. Maar wat zij bedoelen is het vrij spel geven aan partijen als Alternative für Deutschland, partijen die het liefst allerlei vrijheden zouden afschaffen.
Tijdens een recent bezoek aan de Verenigde Staten zag ik hoe ook de vrijheid van informatie wordt misbruikt. Die vrijheid wordt ingeroepen om erachter te komen welke onderzoekers aan universiteiten progressief zijn, om ze vervolgens te ontslaan. Ook wordt de godsdienstvrijheid van Joden ingezet voor censuurmaatregelen voor meningen over Israël. Of denk aan hoe extreem-rechtse partijen in Europa schermen met de vrijheden van vrouwen en de lhbti-gemeenschap. Het pijnlijke is dat deze partijen met hun ideaal van de traditionele familie niets doen voor de emancipatie van deze groepen. Ze gebruiken deze groepen alleen om te claimen dat hun vrijheden onverenigbaar is met de aanwezigheid van moslims.
Dit is de paradoxale situatie: de taal van vrijheid wordt gebruikt voor een politiek van onderdrukking. De betekenis van het woord wordt daarmee geperverteerd en ondermijnd.
Maar er is nog meer aan de hand. Niet alleen wordt vrijheid gebruikt om anderen te onderdrukken, ook bij degene die vrij wil zijn lijkt er iets eigenaardigs aan de hand. Denk aan de veelgehoorde eis dat je alles moet kunnen zeggen wat je wilt, of dat je je in de openbare ruimte mag gedragen zoals je wilt, zolang je anderen geen geweld aandoet. We kennen allemaal voorbeelden van hoe hiermee asociaal gedrag wordt gerechtvaardigd.
Daar moeten we doorvragen: is dit eigenlijk wel vrijheid? Hoe vrij is degene die luidkeels zijn of haar mening op sociale media verkondigt? Of de politicus die emotioneel reageert op een ander? Gaat daar niet iets compulsiefs vanuit, iets dat juist onvrij is?
We kunnen dit begrijpen door wat de psycholoog Viktor Frankl over vrijheid zei. Die stelde: „Tussen stimulus en respons zit een ruimte. In die ruimte ligt ons vermogen om te kiezen hoe wij reageren. In onze respons ligt onze groei en onze vrijheid.”
De stimulus is iets dat van buiten komt; een opmerking, het gedrag van iemand anders, een nieuwsbericht. De respons is hoe wij daarop reageren. Wanneer wij het doorgaans hebben over de vrijheid van meningsuiting, dan bedoelen wij het vermogen en het recht om te kunnen reageren op een stimulus. Maar daar ligt voor Frankl niet onze vrijheid. Die zit in de ruimte tussen stimulus en respons.
Een machine reageert altijd op dezelfde manier op een bepaalde stimulus. Dat geldt ook voor een dier dat instinctmatig handelt. Daarin is volgens het idee van Frankl niet bepaald sprake van vrijheid. Wij zijn vrij omdat wij kunnen kiezen hoe wij reageren. Wij hebben een innerlijk leven waarin wij kunnen reflecteren. Zal ik reageren of niet? En zo ja, hoe? Ik kan initieel emotioneel reageren, maar daarna van mijn reactie schrikken en excuses aanbieden. Ik kan bij reflectie diep door iets geraakt worden, bedachtzaam reageren of iets van me af laten glijden.
Vrijheid is niet alleen de uiting van de mening, maar ook het vermogen om een mening te vormen. Dat gebeurt in het innerlijke gesprek met onszelf waarin we nadenken over de wereld om ons heen. Uit dat gesprek met onszelf komen wij tot een unieke reactie, en die ruimte, dat is vrijheid.
De stroming van het behaviorisme in de gedragswetenschappen ontkende deze vrijheid. Pavlov trainde zijn hond om altijd een standaardreactie te hebben op de aankondiging van voedsel. In onze tijd worden mensen als Pavlov-honden getraind. Door Big Tech-platformen die ons gedrag standaardiseren, want zo valt er meer aan ons te verdienen. Maar ook door opruiende politici die sterke emoties als haat en afkeer oproepen zodat burgers zonder reflectie meegaan in hun agressie. Politici die onder het mom van vrijheid anderen aan de schandpaal nagelen en het vermogen missen om te reflecteren en excuses te maken als zij uit emotie reageren.
Daarmee verdwijnt de ruimte tussen stimulus en respons. We verliezen het vermogen om te reflecteren, om te leren en het innerlijk gesprek met onszelf aan te gaan.
Wat in het publiek debat vaak wordt gepresenteerd als de vrijheid van meningsuiting is niets meer dan de reactie van een hongerig dier of van een lichtschakelaar die aan en uit wordt gezet. Een stimulus met direct een respons.
Zo leven ontmenselijkt ons. Het maakt ons de slaaf van externe prikkels en wij verliezen het vermogen om vrij te reageren op de wereld.
Ik wens al die opruiende politici en mensen die online vaak uit woede reageren, misschien ook op dit artikel, iets meer vrijheid toe.
Source: NRC