Home

‘Toen ik begon in het voetbal, vroegen mensen: kun je niet een test doen waarmee je voorspelt wie het eerste elftal haalt?’

Vosse de Boode | sportwetenschapper Voor haar vertrek naar de Australische wielerbond, leidde Vosse de Boode jarenlang de data-analyse-afdeling van Ajax. „Eén voorspeller die de potentie van een speler aangeeft, nee, daar zijn we nog niet.”

Sportwetenschapper Vosse de Boode werkte dertien jaar voor Ajax.

Het is de grote technologische ontwikkeling in het topvoetbal waar Vosse de Boode al lang naar uitkijkt. Skeletal tracking: een soort ‘digitaal skelet’ waarbij bewegingen van spelers in een 3D-visualisatie worden getoond. Ze sprak er al in maart 2020 over op de prestigieuze MIT Sloan-conferentie in Boston, toen nog in haar rol als hoofd sportwetenschap en data-analyse van Ajax. „Die techniek zou een hele nieuwe dataset en opties geven”, zei ze toen.

Het innovatieve van skeletal tracking is dat acties op detailniveau kunnen worden geanalyseerd. Hóé schiet een speler precies? Wat is zijn oriëntatie? En wat voor invloed heeft bijvoorbeeld iemands heuprotatie op de manier van bewegen? Die vragen, zei De Boode in Boston, kunnen met 3D-tracking worden beantwoord. Het geeft meer inzicht in een nog relatief onderbelicht aspect van het topvoetbal: de techniek áchter de acties.

De technologie bestaat inmiddels, vertelt De Boode tijdens een lunch in Amsterdam-Zuid. Al is zo’n 3D-systeem nog kostbaar en staat de ontwikkeling nog in de beginfase – de FIFA is bezig deze techniek ook op televisiebeeld geschikt te maken.

De Boode heeft dat vaker gehad bij een doorbraak. Dat ze dacht: „En nu ligt de wereld aan onze voeten, nu kunnen we antwoord geven op al die vragen waar je de hele tijd tegenaan loopt.” Om er dan snel achter te komen dat er nog zoveel meer uit te zoeken is. Dat zorgde ervoor dat haar werk bij Ajax zo lang interessant bleef. Mede daarom, denkt ze, zat ze er dertien jaar.

Sinds dit voorjaar is De Boode ‘Director of Data and Insights’ van de Australische wielerbond. Foto Lars van den Brink

CV

Vosse de Boode is geboren op 19 november 1984 in Rotterdam. Ze studeerde fysiotherapie aan de Hogeschool Amsterdam en Bewegingswetenschappen aan de VU in Amsterdam, als onderdeel van haar studie volgde ze een programma op Michigan State University (faculteit Biomechanica). In oktober 2011 begon ze als sportwetenschapper bij Ajax, in 2016 werd ze hoofd van de afdeling Sport Science & Data Analytics (nu Football Analytics). Sinds april dit jaar is ze Director of Data and Insights van de Australische wielerbond.

De Boode (40), een vooraanstaande Nederlandse sportwetenschapper, wilde altijd nog een keer overstappen naar een andere sport om zich „verder te ontwikkelen”. Dit voorjaar begon ze als ‘Director of Data and Insights’ bij de olympische wielerploeg van Australië. Deze maand verhuist ze met haar gezin naar Brisbane, de stad aan de oostkust waar in 2032 de Zomerspelen worden gehouden.

Na haar vertrek bij Ajax afgelopen november voerde De Boode ook gesprekken met (top)clubs uit de Engelse Premier League en enkele Nederlandse sportbonden, zegt ze. „Ik wilde echt even onderzoeken: wat is er nog meer?” Het Australische avontuur trok haar omdat ze in vierjarencycli gaat werken – de Olympische Spelen in 2028 in LA zijn nu het richtpunt. „Je krijgt langer de tijd om dingen te plannen en ergens naartoe te werken.” In het voetbal kon ze slechts „in kleine stapjes dingen toevoegen” doordat er vaak twee keer in de week een wedstrijd was.

Dat er in Australië veel financiering is, via overheden én universiteiten, hielp bij haar keuze. Er komt bovendien extra geld vrij in aanloop naar de Spelen in eigen land. Dit in tegenstelling tot de budgetten in de Nederlandse sportwereld, die „zo laag zijn dat dat nu beperkend is”, vindt ze. Dat haar vriend fanatiek surfer is, zorgde ervoor dat hij ook enthousiast raakte over Australië.

Ze vertrekt uit de voetbalwereld in een tijd dat data-analyse bij veel clubs juist gemeengoed is geworden – op gebied van scouting, fysieke kracht, talentontwikkeling en tactische strategieën. Toen zij in 2011 in het voetbal stapte, stond de sector nog aan het begin van die evolutie.

En De Boode zelf ook – want ze wist relatief weinig van voetbal. Ze deed aan paardrijden, volgde de studie bewegingswetenschappen, studeerde af op de belastbaarheid van het paardenlichaam, maakte onder meer een biomechanische analyse van de servicebeweging van een proftennisser en deed onderzoek naar het pitchen in het honkbal.

In het voetbal was het in het begin pionieren – alleen al tot onderzoeksvragen komen was soms lastig: de data-analisten wisten soms niet waar ze moesten beginnen en wilden van trainers weten wat zij moesten uitzoeken, maar die wisten meestal niet wat er allemaal mogelijk was. Om die „patstelling” te doorbreken „ben ik zo snel mogelijk het lab uit gestapt, het veld op”.

De ontwikkeling is hard gegaan. Coaches nemen inmiddels hun eigen data- of video-analist mee als ze beginnen bij een nieuwe club.

„Ja, het is ontploft.”

Heeft je dat verbaasd?

„Ik kende natuurlijk de kracht ervan. Als je data-analyse en technologie goed gebruikt, kun je er veel toffe nieuwe dingen mee doen. Tegelijkertijd merkte ik de eerste paar jaar dat ik naar voetbalcongressen ging dat mensen vooral wilden dat ik ze gerust stelde. Zo van: het is heel interessant, maar hier stopt de trend. Maak je niet druk, de data-revolutie zal aan het voetbal voorbij gaan.”

Het belangrijkste punt van Ian Graham (die jarenlang de data-afdeling van Liverpool FC leidde) in zijn boek How to win the Premier League is dat er veel mogelijk is op gebied van data-analyse, maar dat de toepassing vaak knullig is of suboptimaal. Herken je dat?

„Zeker. Maar ik denk niet dat dat per se sport-eigen is. Voor mij was de uitdaging altijd: hoe maak ik praktisch toepasbaar wat theoretisch kan? En wat levert het op? In de jaren dat ik in het voetbal werkte heb ik vaak gezegd: ‘ja dat is een hartstikke leuke vraag, maar dat gaan we niet uitzoeken, want we kunnen niets met het antwoord’.”

Kun je een voorbeeld geven van zo’n vraag?

„Je kunt voor iedere speler precies analyseren wat de ideale belasting is tijdens trainingen, of hoeveel rust hij moet nemen tussen verschillende oefeningen. Maar uiteindelijk sta je op het trainingsveld en heb je 22 man nodig om 11 tegen 11 te spelen. Dan zeg je niet: die linksback moet twee minuten eerder stoppen.”

Ajax bouwde internationaal een naam op als innovatieve club, met name op het vlak van spelersontwikkeling in de jeugdopleiding. Over haar afdeling, die in zo’n tien jaar tijd groeide van enkele medewerkers naar een ploeg van 24, kwam af en toe iets naar buiten – veel gebeurde in stilte achter de schermen. Bij wat wel bekend werd, stond de praktische vertaling naar het veld centraal.

Zo was de conclusie in een wetenschappelijk onderzoek uit 2019 naar de ideale houding van keepers dat zij wijder – dus breder – moeten staan om sneller te kunnen reageren. De Nederlandse school was juist gericht op de smallere ‘schouderbrede’ beenstand. Trainers wilden de Kameroense keeper André Onana de Nederlandse uitvoering aanleren, maar híj stond al goed: Onana was effectiever met zijn reddingen dan collega’s. Na dit onderzoek werden de keeperstrainingen aangepast.

En de hoekschoppen van Ajax vormden in een bepaald seizoen een groter risico op tegendoelpunten dan dat het kansen opleverde, vertelde De Boode in Boston op basis van een analyse. Maar 2 procent van de corners eindigde in een doelpoging, in 16 procent van de gevallen brak de tegenstander uit en kwam in het strafschopgebied van Ajax. In de seizoenen erna werd dat verbeterd door meer aandacht te besteden aan de defensieve organisatie bij aanvallende hoekschoppen.

De Boode: „De eerste paar jaar dat ik naar voetbalcongressen ging merkte ik dat mensen vooral wilden dat ik ze gerust stelde.” Foto Lars van den Brink

Bruikbaar was ook de analyse over de snelheid van combineren, waar De Boode in 2021 op een congres van FC Barcelona over vertelde. In de data zagen ze dat clubs die het doorgaans goed doen in de Champions League gemiddeld 16 succesvolle acties per minuut maken op de vijandelijke helft. In de Eredivisie lag dit voor Ajax tussen de 12 en 14 acties per minuut en in trainingspartijen tussen de 10 en 12. De snelheid van handelen lag dus veel lager dan in de Europese top.

Om het contrast te benadrukken, liet De Boode spelers het verschil in speeltempo zien aan de hand van beelden: duels in de Eredivisie speelde ze versneld af, verhoogd met precies hetzelfde percentage als het tempo waarmee topclubs in de Champions League spelen. De analyse leidde tot een aanpassing in de training: coach Erik ten Hag liet de selectie speciale positie- en partijspelen doen om de intensiteit te verhogen – richting 16 acties per minuut.

„Zie het als Tetris”, zegt De Boode. „Je speelt op een hoger niveau precies hetzelfde spel met dezelfde bouwstenen, maar de moeilijkheid zit in het tempo. Als je plotseling naar een hoger level gaat, is dat heel moeilijk. Als je dit opbouwt, kun je een hoger tempo steeds beter aan. Dit kun je dan vervolgens in training ook doen, en met data controleren of je getraind hebt op ‘Champions League-handelingssnelheid’.”

Kan je in het scoutingproces ook al uitspraken doen over het verbeterpotentieel van spelers die op een relatief laag niveau hun data hebben opgebouwd?

„Dat is heel lastig. Toen ik begon in het voetbal, vroegen mensen: kun je niet een test doen waarmee je voorspelt wie het eerste elftal haalt? Dat wil natuurlijk iedereen weten. Nu is het voetbal net als de aandelenmarkt: er zijn allerlei signalen en invloeden, je kan veel dingen goed doen waardoor je een grote kans hebt dat datgene waarop je hebt ingezet zijn waarde in ieder geval niet verliest. Maar één voorspeller die jou dat sleutelantwoord geeft, nee, daar zijn we nog niet.”

Kan AI het voetbal veranderen – bijvoorbeeld door het simuleren van wedstrijden?

„Ik denk dat het nog wel even duurt voordat we daar zijn. Toeval speelt een grote rol in voetbal. Maar er zitten wel patronen in. Zoals: de ene ploeg bouwt van achteruit op, de ander speelt de lange bal. Dat herkennen, daar is AI geweldig in. Dat gebeurt al, daar helpt AI enorm bij. Misschien zitten er ook patronen in waarvan wij voorheen niet echt doorhadden dat die er waren. Voetbal is daarin wel complexer dan een sport als basketbal, dat meer op basis van vaste spelsituaties wordt gespeeld. Daar wordt AI al op grote schaal gebruikt.”

De Boode stapt nu – opnieuw – in een sport die ze nog moet leren kennen. Als hoofd data en inzicht, een nieuwe functie, moet zij binnen de Australische wielerbond voor meer samenhang zorgen tussen de verschillende disciplines – zoals wegwielrennen, baan en BMX. Dat is nu nog versnipperd, zegt ze. Er zijn veel verschillende datasystemen, die wil ze bij elkaar brengen. Net als in het voetbal, waar ze positiedata, eventdata en wedstrijdbeelden kon synchroniseren. „Daardoor kan je veel complexere analyses doen.”

Ligt het wielrennen in die zin achter op het voetbal?

„Ja, dat komt doordat er in het voetbal veel meer geld zit. Als je een speler kunt verkopen voor 100 miljoen, wil je ook wel miljoenen uitgeven aan een systeem om te kijken of je de juiste talenten binnenhaalt. ”

Waar ligt de grote potentie in het wielrennen op gebied van data-analyse?

„We weten heel goed hoeveel power renners leveren, de wattages. Je kan ongeveer berekenen hoe hard ze gaan en wat de acceleraties zijn. Maar op andere vlakken is nog veel te winnen. Neem positiedata. Bij tijdritten in het wegwielrennen zou het bijvoorbeeld kunnen helpen precies te weten wat de ideale lijn is in bochten, hoe snel je die kunt nemen en renners ‘bocht skills’ te trainen. Daar bestaat nu niet één goed systeem voor. ”

Source: NRC

Previous

Next