Home

Terug naar de goeie ouwe tijd

Nu zitten we dus met de grootste politieke partij van Nederland, die oproept om vooral op blond en blauwogig te stemmen. Dus niet op ideeën of standpunten, maar op… ‘ras’. Een kleine voorgeschiedenis. Opgroeiend in Twente in de jaren zestig, toen nog zo goed als lelieblank, vielen zusje en ik op door onze kleur en ons kroeshaar. Moeder zei dan geruststellend: „Als jullie eenmaal goed en wel volwassen zijn, krijgen jullie er heel veel gekleurde broertjes en zusjes bij.” Ze had gelijk in die demografische verschuiving, maar niet in de sentimentele verbroedering die daarvan het gevolg zou zijn.

Nog een kleine voorgeschiedenis, en wel een recente. In een ideale wereld bekijk je eerst zelf een voorstelling, film of programma en leest daarna pas de recensie. Maar omdat het aanbod groot is en de tijd beperkt, lees ik recensies als aan-of afraders, en vergeet soms dat ik het eigenlijke boek of programma niet gezien heb. Het is een soort synopsis-leven, waardoor je wel kunt meepraten, maar ook ontzettend kunt blunderen.

Zo las ik eerst de recensie in De Groene Amsterdammer over Zomergast Özcan Akyol, geschreven door Rasit Elibol, ook van Turkse komaf. Elibol schreef lovend over Akyol en trok ook een persoonlijke vergelijking: „Ook mijn opa was – net als Akyols vader – op een ‘slavenmarkt’ in Turkije goed genoeg bevonden om hier in een fabriek te werken.”

Ik wist van de vernederende rekrutering die de aanstaande ‘gastarbeiders’ toen moesten ondergaan, maar die ‘slavenmarkt’, die nu nog tussen aanhalingstekens stond, maar die binnen de kortste keren zouden verdampen... Gingen Nederlanders met een Turkse achtergrond zich nu voluit beroepen op hun tot slaafgemaakte verleden, in de jaren zestig van de 20ste eeuw, door Nederlanders aangericht? Deze toe-eigening van het slavernijverleden leek me echt te dol, omdat bij mijn weten geen van de Afrikaanse gedeporteerden in de zeventiende eeuw bij Nederlanders in de rij hebben gestaan om toch maar vooral verscheept te worden naar dat verre, onbekende land. Het is intussen genoegzaam bekend dat het tegendeel waar is. En dan het moderne Turkije, als voortzetting van het Ottomaanse rijk, waar ze indertijd niet op een slaaf meer of minder keken. Mijn opwinding groeide met de minuut.

Het duurde toch nog even voordat ik het niet onverstandige besluit nam Zomergast Akyol zelf te gaan bekijken, 3 uur en 1 minuut lang. Daar kwam veel interessants voorbij: hoe niet links, maar conservatief- en liberaal rechts de Turkse mannen naar hier haalde, enkel om hun fabrieken draaiende te houden; hoe verscheiden ook weer die groep van aankomende Turken was, waarbij Akyols familie, alevitisch, alweer een minderheid vormde binnen die overwegend soennitische Turken. Maar het belangrijkste was toch Akyols opmerking over zijn vader, die gekeurd en onderzocht werd door Nederlanders in dienst van de werkgevers. Akyol had een van hen op de tv gezien, en de man achterhaald. Hij hoorde toen dat de Nederlandse inspecteurs zelf over slavenmarkten hadden gesproken, wanneer de Turkse gegadigden zich aandienden. Geintje misschien, maar veelbetekenend, gezien het verleden van VOC en WIC.

Het was Elibol noch Akyol die het begrip slavenmarkt in de mond nam, maar de Nederlandse verkenners – waarschijnlijk met weglating van die aanhalingstekens. Dat is nog eens een continuïteit in de nationale geschiedenis, van de zeventiende eeuw pardoes naar de jaren zestig in de twintigste. Slavenmarkt. ‘Slavenmarkt’.

En dan de PVV die nu wil dat we op blond stemmen en op blauwogig. Terug naar die goeie ouwe tijd.

Source: NRC

Previous

Next